Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:399 BW
Genoemd in 26 uitspraken · Officiële wettekst
26 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prorogatie. Zijn in een situatie van agrarische erfpacht ook de regels over een eventuele verdeling van de aan een veehouder toegekende fosfaatrechten van overeenkomstige toepassing, zoals geformuleerd in de arresten ASR/Qualm die over pacht gaan? In beginsel niet, tenzij de voor
Hoevepacht, ontduiking. Art. 7:313 lid 3 BW [appellant 1] B.V. pacht jaarlijks circa 210 ha landbouwgrond van BBL, verpachter. [appellant 2] B.V. heeft op basis van een bruikleenovereenkomst een bedrijfswoning en een aantal bedrijfsgebouwen van BBL om niet in bruikleen. De B.V.’
Artikel 7:396 lid 2, 7:322. Bollenteelt. Teeltpacht? Appellant vordert nakoming van door hem gestelde teeltpachtovereenkomsten tussen hem en geïntimeerde en subsidiair schadevergoeding wegens onrechtmatig gebruik van zijn grond door geïntimeerde na afloop van de teeltpacht. Nu de
Agrarische erfpacht. Fosfaatrechten. Heeft de erfverpachter een aanspraak ter zake van aan de erfpachter toegekende fosfaatrechten volgens dezelfde uitgangspunten als die in het geval van pacht gelden?
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 lid 1 sub f BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:376 lid 1 BW Geliberaliseerde pachtovereenkomst. Het niet nakomen van duurzaamheidsmaatregelen betreft een tekortkoming van pachtster in de nakoming van haar verplichtingen. Ontbinding kan i
pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring. Reguliere pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de wettelijke duur. Bij een termijn langer dan een jaar moet de grondkamer in haar beschikking een termijn bepalen waarbinnen de pachter verlenging van de
Art. 7:391 BW: geen ontbinding van reservaatpacht. Voor reservaatpacht is vereist dat een beheervergoeding is bedongen en dat voldoende duidelijk is welke vergoeding is bedongen. Art. 7:370 lid 1 onder c BW, belangenafweging valt in voordeel van pachter uit. Art. 7:370 lid 1 onde
Erfrecht. Omvang legitimaire massa. Was toetreding erflaatster tot agrarische vof een gift? Quasi-legaat?
Artikel 7:333 BW, artikel 21 aanhef en onder b van het Pachtprijzenbesluit 2007, artikel 1 aanhef en onder a van de Uitvoeringsregeling pacht De pachtovereenkomst sluit herziening voor de gebouwen (inclusief de woning) uit. Voor de landbouwgrond kan wel herziening worden gevraagd
kort geding; pachtzaak; wel of geen beëindiging vd pachtovk met wederzijds goedvinden?; artt. 7:322, 367, 318, 323 BW
Centrale Grondkamer, pachtrecht artikel 7:319 lid 1 aanhef en onder a, b en f BW artikel 7:320 BW artikel 7:399 BW artikel 36 lid 3 van de Uitvoeringswet grondkamers Verzoek om goedkeuring (na wijziging) van pachtovereenkomst met huurrechtelijke bepalingen. Procesrecht. Ontvankel
pacht; gedeeltelijke ontbinding pachtovereenkomst i.v.m. verwezenlijking bestemmingsplan (art. 7:377 BW); vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:2647
Pacht; kort geding; vervolg van ECLI:NL:GHARL:2019:2647; verwezenlijking bestemmingsplan; artikel 7:377 BW; ontruiming gepachte i.v.m. aanleg waterberging (wadi)
Artikel 24 Brussel bis verordening Artikelen 3,4 en 9 Rome I verordening Cessie van (toekomstige) pachtpenningen en verrekening in faillissement van de verpachtster. Duitse Insolvenzordnung is van toepassing.
In conventie: nakoming aannemingsovereenkomst; onvoldoende gesteld voor intreden verzuim; onrechtmatige daad door ontvreemden andermans eigendom, verdeling stelplicht en bewijslast, geen voldoende en concreet bewijsaanbod dus geen bewijslevering; eigendom van te koop aangeboden r
Artikel 7:319 BW, artikel 7:397 lid 1 BW, artikel 7:399 BW, artikel 7:361 lid 1 BW, artikel 7:377 BW, artikel 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst als bedoeld in artikel 7:397 lid 1 BW. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval van overlijden v
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 7:319, 7:397 lid 1, 7:399, 7:361 lid 1, 7:377 en 7:398 BW Goedkeuring geliberaliseerde pachtovereenkomst. Beding tot tussentijdse beëindiging via opzegging in geval de bestemming van het gepachte wijzigt en die bestemming in overeenstemmi
Vervolg op ECLI:NL:CG:2019:2. Centrale Grondkamer, pachtrecht artikel 7:333, lid 2, 3 en 4 BW, artikel 7:399 BW Ontvankelijkheid. Uitleg pachtovereenkomst. In beginsel geldt dat bepalingen in een pachtovereenkomst die hetzelfde zijn opgeschreven als bepalingen in de pachttitel 7.
Artikel 7:370 en 7:333 lid 1 BW. Beëindiging pachtovereenkomst op grond van geen bedrijfsmatige exploitatie, betalingsachterstand en verwaarlozing. Voorgaande verpachter heeft afstand gedaan van pachtverhogingen van rechtswege. Dit geldt voor alle toekomstige verhogingen. Gesteld
Gepacht land besmet door knolcyperus. Gebrek bij aanvang pacht?
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Art. 7:350 BW, Art. 31 Pachtwet (oud), Art. 57 Pachtwet (oud), Art. 7:904 BW Partijen hebben in de pachtovereenkomst een beding opgenomen ten aanzien van het melioratierecht. Artikel 57 Pachtwet (oud) heeft als oogmerk dat niet ten koste van de in de Pachtwet voorziene pachtersbe
De Centrale Grondkamer is ook van oordeel dat de door verpachters als alternatief voorgestelde versie van artikel 4 van de pachtovereenkomst niet ongewijzigd kan worden goedgekeurd. Naar het oordeel van de Centrale Grondkamer had de grondkamer, alvorens over te gaan tot schrappin
Huur perceel grond. Procesrecht. Afstandsbeding inhoudende dat verhuurder bij onteigening geen schadevergoeding jegens huurder is verschuldigd. Gelet op art. 1 Eerste protocol EVRM in samenhang met art. 7:377 en 7:399 BW en art. 42a (oud) Ow., volgt uit art. 3:40 lid 2 BW dat dit