Pachtzaak. Vonnis in het incident. De verzochte voeging (217 Rv) wordt toegewezen, omdat er een duidelijk belang is gelet op de bij wijze van tegeneis in de hoofdzaak gevraagde indeplaatsstelling (artikel 7:363 BW). Eindvonnis zie: ECLI:NL:RBOBR:2025:8178.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:364 BW
Genoemd in 5 uitspraken · Officiële wettekst
5 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Een aantal percelen die A c.s. in eigendom hebben, zijn aan C verpacht. In deze zaak gaat het in conventie om de vraag of dit zo blijft, of dat de pacht moet eindigen en de percelen ontruimd moeten worden. In reconventie is aan de orde of D als medepachter moet worden aangemerkt.
Pachtzaak eindvonnis. Medepacht. Gepachte duurzaam in gebruik willen nemen. Dringend eigen gebruik. Wel of niet in overeenstemming exploiteren overeenkomstig de pachtovereenkomst.
De pachter vordert dat zijn zoon als medepachter aangemerkt zal worden. De vordering wordt toegewezen op grond van de opleiding en werkervaring van de zoon. Op mondeling verzoek van de zoon wordt hij als partij gevoegd aan de zijde van eiser.
BW 7:363 en 364. Vordering tot indeplaatsstelling en medepacht. Tekort aan voldoende (hoge) agrarische scholing kan worden gecompenseerd door praktische ervaring in de agrarische sector. Economisch belang van pachter bij zijn vorderingen. Gezichtspunten voor de vraag of er sprake