Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:325 BW
Genoemd in 52 uitspraken · Officiële wettekst
52 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
70f lid 3 en lid 5 Pachtwet. De kern van de zaak is de kwalificatie van de tussen partijen gesloten gebruikersovereenkomst van 2006. Het is geen teeltovereenkomst als bedoeld in artikel 70f lid 3 Pachtwet omdat niet aan de formele vereisten is voldaan. Er zijn onvoldoende aanknop
Hoevepacht, ontduiking. Art. 7:313 lid 3 BW [appellant 1] B.V. pacht jaarlijks circa 210 ha landbouwgrond van BBL, verpachter. [appellant 2] B.V. heeft op basis van een bruikleenovereenkomst een bedrijfswoning en een aantal bedrijfsgebouwen van BBL om niet in bruikleen. De B.V.’
Partij A en partij B hebben een pachtovereenkomst voor korte duur gesloten. Partij A vordert verlenging van deze overeenkomst met zes jaar. Zij stelt dat de bijzondere omstandigheden waarvoor de korte duur door de grondkamer is goedgekeurd, namelijk: 1) herontwikkeling van het ge
pachtrecht Artikel 7:319 BW, artikel 7:325 BW Verzoek tot goedkeuring. Reguliere pachtovereenkomst voor een kortere duur dan de wettelijke duur. Bij een termijn langer dan een jaar moet de grondkamer in haar beschikking een termijn bepalen waarbinnen de pachter verlenging van de
Pacht. Na afloop van een periode van kortdurende pacht (drie jaren) is het gebruik van de woonboerderij met bijbehorende opstallen door de (voormalige) pachter voortgezet. In kort geding is ontruiming op straffe van een dwangsom gevorderd en toegewezen. Ontruimingstermijn drie ma
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:325, lid 3 en lid 4 BW, artikel 39 van de Uitvoeringswet grondkamers Beroepstermijn. Niet gebleken wanneer grondkamerbeschikking aan pachter is verzonden. Belanghebbende. Positie opvolgend verpachter. Geen proceskostenveroordeling. Goedk
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikelen 36 lid 1 en 37 lid 1 Uitvoeringswet grondkamers, artikel 28 lid 2 Uitvoeringsbesluit pacht, artikel 7:325 lid 3 en lid 4 BW Goedkeuring kortere duur. Ontvankelijkheid beroep. Verschoonbare termijnoverschrijding. Binnen beroepstermijn bij
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Is sprake van een teelpachtovereenkomst (art. 70f Pachtwet (oud)) dan wel van reguliere pacht? Dwingendrechtelijk vereiste van registratie?
Artikel 7:325 leden 3, 4, 6 en 7 BW, artikel 28 leden 1 en 2 Uitvoeringsbesluit pacht, artikel 36 leden 1 en 3 Uitvoeringswet grondkamers Goedkeuring reguliere pachtovereenkomst. Ongewijzigde goedkeuring. Ontvankelijkheid. Tijdigheid beroep. Kortere duur. Kostenveroordeling. Part
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:325, lid 3 en lid 4 BW Goedkeuring reguliere pachtovereenkomst met kortere duur. De plannen van verpachtster om het gebied, waarin het gepachte ligt, te reconstrueren zijn bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7:325 lid 4 BW.
Kwalificatie en duur pachtovereenkomst. Van de tussen de vader van pachter en verpachters bestaande pachtverhouding is het de vraag of die pachtverhouding ieder jaar opnieuw tot stand kwam en na het overlijden van de vader is beëindigd. Het hof oordeelt dat de pachtverhouding voo
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Kwalificatie pachtovereenkomst. 7:311 en 397 BW Na afloop van de duur van een 70fPachtwet overeenkomst, biedt verpachter het land voor een jaar te huur aan. Hof kwalificeert de rechtsverhouding tussen partijen als een reguliere pachtovereenkomst voor de duur van één jaar en legt
Vervolg van LJN BJ6878. Pachtwet (oud) 70f; BW 7:325, 7:397/ Bewijswaardering. Bewijs van toestemming met eenmalige karakter pachtovereenkomst niet geleverd. Partijen dienen de overeenkomst opnieuw naar de grondkamer in te zenden en daarbij duidelijk te maken dat sprake is van ee
Centrale Grondkamer, pachtrecht artikel 5 Pachtwet, artikel 12 Pachtwet, artikel 7:319 en 325 BW Geen sprake van een bijzondere omstandigheid in de zin van artikel 7:325 BW. Verpachters hebben immers niet aannemelijk gemaakt dat hun rechtsvoorganger de onderhavige percelen land i