Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:317 BW
Genoemd in 29 uitspraken · Officiële wettekst
29 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Pacht. Vader en moeder hebben een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon verkocht en geleverd. Schoonzoon is daardoor eigenaar geworden van de (onverdeelde) helft van het perceel. Na het eindigen van de relatie tussen dochter en schoonzoon beroepen vader en moeder
Artikel 7:317 BW Geïntimeerde wil dat de pachtovereenkomst tussen hem en appellant voor de teelt van rabarber wordt vastgelegd. Appellant betwist dat sprake is van pacht en als dat wel zo mocht zijn, vordert hij de ontbinding van die pachtovereenkomst. Het hof legt pacht(wijzigin
Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Vastlegging pachtovereenkomst, omvang gepacht. De relatie tussen partijen kwalificeert als pachtovereenkomst. Dat partijen een andere benaming hebben gekozen is niet van belang. Onvoldoende sterke aanwijzingen dat partijen afwijkende afspraken hebben gemaakt over de omvang dan sc
Art. 81 lid 1 RO. Pachtrecht. Art. 7:322 BW.
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 36 Uitvoeringswet grondkamers, artikel 1019t Rv Verpachters willen terug verwijzing van de zaak naar de grondkamer in afwachting van de procedure van de Hoge Raad. Sprake van ongewijzigde goedkeuring. Hoger beroep is niet mogelijk. Mocht de
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 7:319 BW De grondkamer heeft de pachtovereenkomst getoetst die is vastgelegd in het verstekvonnis. Het verstekvonnis is inmiddels achterhaald door het verzetvonnis en het arrest van de pachtkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De in
Eiser pacht van gedaagde een veestal met mestkelder. De pachtkamer wijst de vordering tot het schriftelijk vastleggen van de pachtovereenkomst toe. De pachtkamer is voornemens om de vordering van gedaagde tot ontbinding van de pachtovereenkomst toe te wijzen. In dat geval komt aa
Pacht. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Eiser, een vof, heeft niet onderbouwd dat zij de contractspartij is bij de mondelinge afspraken die met gedaagde zijn gemaakt. De vordering wordt daarom afgewezen. Aan de vraag of de gemaakte afspraken kwalificeren
Tussenarrest. Broers hebben mondelinge pacht tot wederopzegging afgesproken in afwijking van schriftelijke pachtovereenkomsten op grond van artikel 70f lid 5 Pw. Dat moet gekwalificeerd worden als reguliere pacht.
De pachtkamer zal de mondelinge afspraken die tussen partijen bestaan, met toepassing van artikel 7:317 BW, schriftelijk vastleggen. De vordering hiertoe komt de pachtkamer namelijk, mede gelet op de overeenstemming tussen partijen hierover, niet onrechtmatig of ongegrond voor.
Erfrecht. Omvang legitimaire massa. Was toetreding erflaatster tot agrarische vof een gift? Quasi-legaat?
Centrale Grondkamer, pachtrecht Artikel 36 lid 1 van de Uitvoeringswet grondkamers, artikel 7:319 BW, artikel 7:333 lid 1 BW Ontvankelijkheid. Goedkeuring pachtovereenkomst. Uitleg pachtovereenkomst, Haviltex, wel wisselend gebruik, geen wisselende pachtprijs. De grondkamer heeft
Contractspartij bij pachtovereenkomst. Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Ontbinding pachtovereenkomst wegens ontoelaatbaar gedrag pachter.
Pachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten. Rechtspraak van de pachtkamer van het gerechtshof m.b.t. aanspraak van verpachter op overdracht van productierechten. Toelaatbaarheid van in abstracto geformuleerde uitgangspunte
Vordering schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst. Verstekzaak. Vordering afgewezen, bestaan pachtovereenkomst en gemaakte afspraken onvoldoende duidelijk.
Tussenvonnis. Pacht. Schriftelijke vastlegging pachtovereenkomsten. Gebrek in gepachte. Besmetting bloembollen met stengelaaltjes. Inschakeling deskundige. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:2834)
In conventie: nakoming aannemingsovereenkomst; onvoldoende gesteld voor intreden verzuim; onrechtmatige daad door ontvreemden andermans eigendom, verdeling stelplicht en bewijslast, geen voldoende en concreet bewijsaanbod dus geen bewijslevering; eigendom van te koop aangeboden r
Ontbinding vennootschap onder firma van drie broers. Verdeling vennootschapsvermogen. Waardering grond; geen aanleiding lagere waarde aan te nemen wegens gestelde pacht. Arbeidsongeschiktheidsuitkering van een van de broers hoefde niet te worden ingebracht. Vervallen mestproducti
- vordering overdracht fosfaatrechten toegewezen - onterechte registratie op peildatum - onrechtmatige daad
Kort geding. Pacht. Voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om een perceel grond ter vrije beschikking te stellen aan eiser. Aannemelijk dat sprake is van mondelinge pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorzieningenrechter wijst voorschot op schadevergoeding af vanwege gebr
Contractenrecht; pachtrecht; Wie is de contractuele wederpartij? Pachtovereenkomst?
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Kort geding. Voldoende aannemelijk dat sprake is van een mondelinge pachtovereenkomst.