Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:313 BW
Genoemd in 16 uitspraken · Officiële wettekst
16 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW? Vaststellingsovereenkomst.
Hoevepacht, ontduiking. Art. 7:313 lid 3 BW [appellant 1] B.V. pacht jaarlijks circa 210 ha landbouwgrond van BBL, verpachter. [appellant 2] B.V. heeft op basis van een bruikleenovereenkomst een bedrijfswoning en een aantal bedrijfsgebouwen van BBL om niet in bruikleen. De B.V.’
Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een hoevepachtovereenkomst in de zin van artikel 7:313 BW omdat niet is gebleken van de vereis
Art. 7:311 BW. Geen pacht, want samenwerking en geen tegenprestatie afgesproken.
pacht; pachtovereenkomst; totstandkoming; wilsgebrek?; hoevepacht?; toepassing art. 7:313 lid 3 BW
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend