Pachtzaak. De eisende partij vordert vergoeding van in 2018 door haar aangeschafte fosfaatrechten. In 2018 bevond zich jongvee van de eisende partij in een stal van de gedaagde partij. Volgens de gedaagde partij was geen sprake van een pachtovereenkomst maar van een opfokovereenk
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:311 BW
Genoemd in 83 uitspraken · Officiële wettekst
83 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Wat tussen twee melkveehouders over de inzet van gronden is overeengekomen, is geen pachtovereenkomst, maar maakte deel uit van een geheel van afspraken die ten doel hadden het saneren van de schulden van de ene melkveehouder door de andere melkveehouder.
Pachtzaak. Vordering tot schriftelijke vastlegging pachtovereenkomst na overlijden verpachter toegewezen. Reconventionele vordering tot betaling pachtprijs nog niet opeisbaar en afgewezen.
Huurovereenkomst of pacht - ontbinding - verrekening
Erfpacht. Kortingen op canon tijdens oorspronkelijke erfpachtperiode wegens afwijkende perceelvorm en excentrische ligging van de bedrijfsgebouwen. Had de Staat bij heruitgifte weer korting moeten toepassen? Afwijkingsbevoegdheid art. 4:84 Awb en vertrouwensbeginsel. Slagende mot
Vastlegging 7:317 BW Het gaat in deze zaak over de vraag of er tussen [A] enerzijds en [appellant 2] of de maatschap anderzijds een pachtverhouding bestond en of die aangemerkt moet worden als een geliberaliseerde of een reguliere pachtovereenkomst. Het hof oordeelt dat sprake is
Kort geding. Pacht. Voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde om een perceel grond ter vrije beschikking te stellen aan eiser. Aannemelijk dat sprake is van mondelinge pachtovereenkomst voor onbepaalde tijd. Voorzieningenrechter wijst voorschot op schadevergoeding af vanwege gebr
Vordering ingesteld door een aantal erfgenamen, om tot ontruiming van een negental percelen door een betwist pachter en een betwist gebruiker te geraken, en vervolgens deze percelen, vrij van pacht, te kunnen leveren aan kopers, zodat een langslepende verdeling van een nalatensch
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Kort geding. Voldoende aannemelijk dat sprake is van een mondelinge pachtovereenkomst.
Kort geding. Bestaan pachtovereenkomst voldoende aannemelijk? Is er sprake van een tegenprestatie?
Kort geding. Verbintenissenrecht. Huur manege met woonruimte op erf verhuurder. Geen pachtovereenkomst want geen veehouderij. Manege valt niet onder art. 7:290 BW. Voor manege ontruimingsbescherming van art. 7:230a BW. Gemengde overeenkomst. Splitsing in huurovereenkomsten manege
Overeenkomst tot gebruik van een stal voor een varkensfokkerij. Pacht of huur? Kwalificatie van partijen niet bepalend.
Gebruik van containervelden voor sierteelt: huurovereenkomst of pachtovereenkomst (art. 7:201, 7:311 en 7:312 BW)? Bevoegdheid kantonrechter of pachtkamer (art. 1019j Rv): zaak betreffende een pachtovereenkomst? Wanprestatie; onrechtmatige daad.
Vraag of gedane betalingen moeten worden aangemerkt als aflossing op de geldlening of als vergoeding van het gebruik van de grond. Pacht (art. 7:311 BW). Beroep op bedrog, onjuiste prijsbepaling, dwaling, onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en onrec
Huur bedrijfsruimte of pacht? Bestemming: teelt van oesterzwamsubstraat
pachtzaak
6:248 BW. Beroep op pachtbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Het hof beveelt een comparitie van partijen.
kwalificatie huur- of pachtovereenkomst/beoogd gebruik
Centrale Grondkamer, pachtrecht [artikel 7: 319 BW] Goedkeuring pachtovereenkomst betreffende 16.47.70 ha land te Zuid-Holland. Centraal staat de vraag of tussen partijen met betrekking tot vermeld land een pachtovereenkomst bestaat en zo ja, of de overeengekomen tegenprestatie n
Bevoegdheid pachtkamer. Artikel 1019j Rv. De rechtbank oordeelt dat de incidentele vordering in conventie tot onbevoegdheid en verwijzing moet worden afgewezen. De vordering in conventie strekt tot vergoeding van schade als gevolg van een beweerdelijk gepleegde onrechtmatige daad
CONCLUSIE PG Belanghebbende dreef samen met zijn echtgenote in maatschapsverband een agrarische onderneming. Bij de staking van de onderneming heeft belanghebbende een bouwkavel aan het ondernemingsvermogen onttrokken en een vergoeding voor belastingschade ontvangen. Het eerste g
CONCLUSIE PG Belanghebbende dreef samen met haar echtgenoot in maatschapsverband een agrarische onderneming. Bij de staking van de onderneming heeft belanghebbende een bouwkavel aan het ondernemingsvermogen onttrokken en een vergoeding voor belastingschade ontvangen. Het eerste g
Verwijzingsarrest na verwijzingsarrest
6:2, 6:248 BW. Wil het op de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid gebaseerde beroep van verpachter op de niet-toepasselijkheid van de dwingendrechtelijke, de pachter beschermende, regeling van titel 7 van Boek 5 BW slagen, dan moet aan zware eisen zijn voldaan.