Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:311 BW
Genoemd in 83 uitspraken · Officiële wettekst
83 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Arbeidsrecht. Verrichten van werkzaamheden door uitkeringsgerechtigde op participatieplaats (Participatiewet). Maatstaf om overeenkomst als arbeidsovereenkomst aan te merken (art. 7:610 BW); onderscheid tussen uitleg en kwalificatie; bedoeling van partijen. Is stimuleringspremie
Pachtrecht. Art. 7:313 BW; kwalificatie samenstel van overeenkomsten als hoevepacht. Ingebruikgeving aan verschillende rechtspersonen. Bruikleen van de gebouwen? Complex van gebouwen en land? Maatstaf HR 11 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO9673, NJ 2012/73 (Timeshare). Derogerend
Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW? Vaststellingsovereenkomst.
Pacht. Vader en moeder hebben een perceel agrarische grond aan hun dochter en schoonzoon verkocht en geleverd. Schoonzoon is daardoor eigenaar geworden van de (onverdeelde) helft van het perceel. Na het eindigen van de relatie tussen dochter en schoonzoon beroepen vader en moeder
Tussenarrest. (Verlengde) ‘gebruiksovereenkomst’ woning op voormalig vliegveld Deelen. Is sprake van huurovereenkomst? Hof: ja, cf arrest inzake pachtovereenkomst (ECLI:NL:HR:2019:2034) en arbeidsovereenkomst (ECLI:NL:HR:2020:1746, Deliveroo). Bedoeling partijen bij kwalificatie
Hoger beroep tegen een deelvonnis. Geen grieven tegen enkele deelbeslissingen en tegen tussenbeslissingen. Omvang geding in hoger beroep (rov 3.8.) Inbreng economische eigendom? Dwingende bewijskracht onderhandse akte ex art. 157 lid 2 Rv? Uitleg onderhandse akte aan hand alleen
Contractenrecht; pachtrecht. Wie is de contractuele wederpartij? HR 11 maart 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC1877 (Kribbebijter). Maatstaf om overeenkomst als pachtovereenkomst aan te merken; art. 7:311 BW;. Onderscheid tussen uitleg en kwalificatie. Bedoeling van partijen.
Vastlegging pachtovereenkomst, omvang gepacht. De relatie tussen partijen kwalificeert als pachtovereenkomst. Dat partijen een andere benaming hebben gekozen is niet van belang. Onvoldoende sterke aanwijzingen dat partijen afwijkende afspraken hebben gemaakt over de omvang dan sc
Vastlegging reguliere pachtovereenkomst / artikel 7:311 BW / dwaling / Didam-arrest.
Vervolg op ECLI:NL:RBNNE:2020:1765. Uitleg anti-speculatiebeding in overeenkomst tot levering van agrarische grond van vader aan zoon. De zoon heeft het beding naar het oordeel van het hof niet overtreden door de grond tijdelijk in gebruik te geven aan zijn broer.
Inbreng van landbouwgronden door commanditaire vennoot in een commanditaire vennootschap ter uitoefening van een landbouwbedrijf. Heeft uittredende vennoot recht op meedelen in de waardevermeerdering van de landbouwgronden? Inbreng economische eigendom? Dwingende bewijskracht ond
pachtovereenkomst, bedrijfsmatigheid, van kleur verschieten overeenkomst bij verlenging van rechtswege, verkoop van grasgewas, verzet tegen opzegging door maatschap bij pachtovereenkomst met vennoot
Verpachter mag zijn stelling dat partijen reguliere pachtovereenkomsten voor de duur van een jaar zijn aangegaan bewijzen.
Hoevepacht, ontduiking. Art. 7:313 lid 3 BW [appellant 1] B.V. pacht jaarlijks circa 210 ha landbouwgrond van BBL, verpachter. [appellant 2] B.V. heeft op basis van een bruikleenovereenkomst een bedrijfswoning en een aantal bedrijfsgebouwen van BBL om niet in bruikleen. De B.V.’
Familiegeschil over vraag of een bepaald perceel is verpacht en zo ja, in welke omvang. Geen vastlegging van pachtovereenkomst waar al schriftelijke overeenkomst voor bestaat.
Overeenkomst van bruikleen (om niet) van bedrijfsgebouwen en geliberaliseerde pachtovereenkomst met betrekking tot de grond. De pachtkamer komt tot het oordeel dat er geen sprake is van een hoevepachtovereenkomst in de zin van artikel 7:313 BW omdat niet is gebleken van de vereis
Pacht van een hoeve. Opschorting door de huurder van de volledige pachtprijs i.v.m. gebreken in opstallen. Voorlopig oordeel over omvang tegenvordering. Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurder. Wettelijke handelsrente. Rekenfouten.
Hoger beroep van zoon tegen afwijzing incidentele vordering tot voeging van vader wordt afgewezen. Geen pachtovereenkomst tot stand gekomen doordat overeenkomst tot vestigen nieuw erfpachtrecht niet is uitgevoerd. Geen overeenkomst tot vestigen erfpachtrecht met zoon. Verhoogde e
Vader van verweerders heeft in 1979 een perceel aan de gemeente verkocht, met het recht om dit perceel te blijven gebruiken totdat de gemeente het perceel nodig heeft voor de aanleg van een park. Eiser gebruikt het perceel vanaf 2002. In 2025 heeft de gemeente de toegang tot het
Eiser pacht van gedaagde een veestal met mestkelder. De pachtkamer wijst de vordering tot het schriftelijk vastleggen van de pachtovereenkomst toe. De pachtkamer is voornemens om de vordering van gedaagde tot ontbinding van de pachtovereenkomst toe te wijzen. In dat geval komt aa
verdeeldheid tussen partijen of er sprake is van een pachtovereenkomst – bevoegdheid (gewone) rechter
vordering tot schriftelijke vastlegging van een pachtoverenkomst
Deze zaak gaat over de vraag of eisers het gedaagde kunnen verbieden uitvoering te geven aan de koopovereenkomst die zij met de gemeente Kampen heeft gesloten met betrekking tot de gebied rondom een aantal percelen, omdat eisers wat betreft de koop van de grond waarop zij wonen e
De pachtkamer ziet in het totaal van activiteiten van gedaagde weliswaar een rendabel te achten onderneming, maar geen onderneming die haar hoofdtaak in de landbouw heeft, zoals bedoeld in artikel 7:312 BW. Veehouderij in de zin van artikel 7:312 BW kan betrekking hebben op paard