huur bedrijfsruimte; vordering tot beëindiging huurovereenkomst en veroordeling ontruiming toegewezen op grond van belangenafweging; tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten; geen termijn ex art 7:297 lid 2 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2019:1336.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:308 BW
Genoemd in 43 uitspraken · Officiële wettekst
43 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Huur bedrijfsruimte. Dringend persoonlijk gebruik (art. 7:296 lid 1, onder b, BW)? Valt vergoeding voor goodwill onder verhuis- en inrichtingskosten (art. 7:297 lid 1 BW)? Waardering deskundigenbericht.
huur bedrijfsruimte; vordering voormalig huurster tot goodwillvergoeding ex artikel 7:308 BW afgewezen; onvoldoende onderbouwd dat verhuurder na beëindiging huurovereenkomst voordeel geniet dat aan de ondernemingsactiviteiten van gewezen huurster kan worden toegeschreven
Overeenkomstenrecht. Uitleg. Twee overeenkomsten die gedeeltelijk tussen dezelfde partijen is aangegaan. Is de tweede overeenkomst gesloten ter uitvoering van de eerste? Brengt het einde van de eerste overeenkomst het einde van de tweede overeenkomst mee?
Pomphouder en oliemaatschappij komen niet tot overeenstemming over een nieuwe exploitatieovereenkomst. Het tankstation is vervolgens wegens wanprestatie ontruimd. Door pomphouder gevorderde beëindigingsvergoeding wordt afgewezen.
Verhuur art. 7:290 BW-bedrijfsruimte. Goodwillvergoeding.
Revindicatie van roerende, niet-registergoederen. Betwisting van de beschikkingsbevoegdheid van de overdrager. Grievenstelsel.
Huurrecht 290-bedrijfsruimte, vordering verlaging huur art. 7:303 BW, in reconventie vordering beëindiging na opzegging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296lid 4 BW Huurder exploiteert een restaurant. In dezelfde bedrijfsruimte heeft de verhuurder voordien een gelijksoortig
Gewezen huurder vordert schadevergoeding. Vordering afgewezen wegens ontbreken wil om het gehuurde in gebruik te nemen (7:299 BW), respectievelijk wegens het genieten van voordeel (7:308 BW).
Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging art. 7:296 lid 3 BW.
Vervolg op tussenvonnis van 21 april 2010. Voor zichzelf houden van de voor de huur van het bedrijfspand van eiseres bestemde bedragen is onrechtmatig. Uit het overgelegde KG-vonnis blijkt dat de hierdoor ontstane huurachterstand reden is geweest om eiseres tot ontruiming van de
Huurrecht bedrijfsruimte; beëindiging huurovereenkomst; totstandkoming franchiseovereenkomst; gehoudenheid verder te onderhandelen, redelijkheid en billijkheid; HR bepaalt op verzoek partijen een nieuwe ontruimingsdatum.
afwijkend beding 7:291; afgekeurd want onredelijk bezwaren voor huurder
Huurrecht; 290- bedrijfsruimte; beëindiging i.v.m. eindigen met huurovereenkomst verbonden franchiseovereenkomst; geen wilsovereenstemming verlenging franchiseovereenkomst.
Huur bedrijfsruimte. Vordering tot indeplaatsstelling (artikel 7:307 BW). Huurder wil door hem in het gehuurde gedreven meubelzaak aan derde overdragen. Verhuurder betwist dat sprake is van overdracht. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt de overdracht op zichzelf al vold
Huurovereenkomst bedrijfsruimte na meer dan 10 jaar beëindigd. Belangenafweging. Verhouding structureel verstoord. Huurder en verhuurder moeten minimaal in staat zijn tot enig zinvol overleg over wijzigingen en onderhoud. Tegemoetkoming in de kosten van verhuizing.
Geschil tussen een oliemaatschappij en een exploitant van een tankstation over indeplaatsstelling op de voet van art. 7A:1635 (oud) BW, belangenafweging; cassatie, beroep derde die geen partij is bij de exploitatieovereenkomst niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.
De rechtbank overweegt ten overvloede dat voorgaande niet wegneemt dat Eiser als gewezen (onder)huurder ook in de wet een mogelijkheid wordt geboden een vergoeding van goodwill en ander voordeel te vorderen. Ingevolge artikel 7:308 BW kan een gewezen (onder)huurder van de verhuur