Huurrecht. Kort geding over ontruiming bedrijfsruimte en verbeurde contractuele boetes (81 RO).
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:307 BW
Genoemd in 202 uitspraken · Officiële wettekst
202 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Goedkeuring afwijkend huurbeding onder voorwaarde.
Het hof stelt voorop dat een verhuurder buiten de in de wet genoemde gevallen (zoals erfopvolging en indeplaatsstelling door rechter op de voet van artikel 7:307 BW) niet behoeft te aanvaarden dat een derde de plaats van zijn huurder inneemt (HR 8 februari 1991, NJ 1991, 297). [a
Huurrecht; bedrijfsruimte; indeplaatsstelling.
Uit de overgelegde producties is voorshands voldoende gebleken dat SIG Plan en SIG Real geen duidelijk onderscheid hebben gemaakt welke van beide verbonden vennootschappen de wederpartij van Kaap Hoorn Groningen B.V. was terzake van de huurrelatie betreffende paviljoen Kaap Hoorn
Huur bedrijfsruimte. Afwijkende huurbedingen ex art. 7:291 BW. Goedkeuring voor afwijkende termijn en uitsluiting huurprijsaanpassing. Geen goedkeuring ontbindende voorwaarde: koppeling aan samenwerkingsovereenkomst kan worden geregeld zonder uitsluiting rechterlijke tussenkomst.
Huurrecht. Indeplaatsstelling. Kantonrechter weigert machtiging tot indeplaatsstelling van supermarktketen Dekamarkt in plaats van de huidige huurder Albert Heijn.
huurrecht bedrijfsruimte / indeplaatsstelling / art. 7:307 BW Laurus heeft in kort geding gevorderd dat Fortis - vooruitlopend op een onherroepelijke beslissing op de vordering van Laurus tot indeplaatsstelling in de bodemprocedure - wordt verplicht te gehengen en te gedogen dat
Kort gedsingvonnis In de plaatsstelliong ex artikel 7: 307 BW. De huurder die wil overdragen aan een derde moet zelf gedurende kortere of langere tijd betrokken zijn geweest bij de exploitatie van de over te dragen onderneming.
Kort geding. Indeplaatststelling ex artikel 7: 307 BW. Ook al zou de derde, als bedoeld in dit wetsartikel, het voornemen hebben, het supermarktbedrijf door te verkopen, behoeft dat niet te betekenen dat in een bodemprocedure een vordering tot indeplaatsstelling zal worden afgewe
Aalvisrechten Lauwersmeer. In dit kort geding is de vraag opgeworpen welke betekenis moet worden toegekend aan de goedkeuring die de Kamer voor de Binnenvisserij op 5 augustus 2004 heeft gegeven aan de gewraakte verhuur door de Staat aan het visserijbedrijf van gedaagden sub 2 en
Huurrecht, artikel 7 :290 BW. Ontbinding huurovereenkomst. Huurder is in ernstige mate tekort geschoten in de nakoming van zijn betalingsverplichtingen jegens verhuurder.
Huur bedrijfsruimte. Vordering tot indeplaatsstelling (artikel 7:307 BW). Huurder wil door hem in het gehuurde gedreven meubelzaak aan derde overdragen. Verhuurder betwist dat sprake is van overdracht. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt de overdracht op zichzelf al vold
Art. 81 RO. Vordering tot ontbinding huurovereenkomsten met betrekking tot bedrijfsruimte en woonruimte en betaling van achterstallige huur.
Wat er van een en ander ook zij, naar het oordeel van het hof heeft Plassania onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld welke - mits vaststaand - tot de conclusie zouden kunnen leiden dat er tussen Plassania en betrokkene sprake is van een bedrijfsoverdracht als bedoeld in art
Logo vordert in conventie samengevat Ahold te verbieden de winkelruimte aan de Kalverstraat 1 te Middelburg aan CoopCodis te verhuren of in gebruik te geven alles op straffe van een dwangsom. Logo stelt dat geen sprake is van bedrijfsovername in de zin van art. 7:307 BW, maar eer
Gelders Have Groep stelt dat Laurus onrechtmatig jegens haar handelt door geen toestemming te verlenen voor de overdracht van de onderneming van [partijnaam 1] aan Gelders Have Groep.
In dit kort geding staat met name centraal de vraag of Laurus al dan niet terecht haar toestemming heeft gewijgerd voor de overdracht van de onderneming van gedaagde sub 1 aan Gelders Have Groep.
kantonzaak; kort geding. Vraag of onderverhuurder, die vier geclusterde bedrijfsruimten om administratieve redenen tegen één huurprijs aan supermarkt heeft onderverhuurd, zich thans mag verzetten tegen terbeschikkingstelling van één van die bedrijfsruimten door de onderhuurder aa
Huurrecht. Indeplaatsstelling. Dochtermaatschappij van KPN mag van de kantonrechter als huurster van winkelpand in het centrum van Leeuwarden in de plaats treden van de vorige huurster, Kral Super Photo.
Artikel 7:307 BW biedt de vertrekkende huurder de mogelijkheid om een machtiging te verkrijgen om een derde, die zijn onderneming wenst voort te zetten, in zijn plaats als huurder te stellen. De rechter dient daarover te beslissen met inachtneming van de omstandigheden van het ge
Geschil tussen een oliemaatschappij en een exploitant van een tankstation over indeplaatsstelling op de voet van art. 7A:1635 (oud) BW, belangenafweging; cassatie, beroep derde die geen partij is bij de exploitatieovereenkomst niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.
Kort geding. Ontruiming van door failliete huurder gehuurd pand afgewezen wegens gerede kans op indeplaatsstelling van nieuwe huurder in bodemprocedure. Voorlopig gebruik van het pand door nieuwe huurder afgewezen. Verbod op ingebruikgeving van het pand door de curatoren.
Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat het bepaalde in artikel 10f van de huurovereenkomst de rechten die huurder aan Afdeling 6 van Titel 4 van Boek 7 van het BW op een aantal punten wezenlijk aantast: zo wordt huurder het recht ontnomen om terzake van een door verhuur
Het hof: laat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] toe te bewijzen dat Engam heeft ingestemd met de overdracht aan Laurus van hun positie als huurder terzake van de tussen hen en Engam gesloten huurovereenkomsten met betrekking tot de winkelruimten [adres 2]) respectievelijk [adr