Vaststelling huurprijs na deskundigenbericht.. Mondelinge huurovereenkomst. afhankelijke woonruimte. Gebreken onvoldoende onderbouwd, zodat geen aanleiding bestaat voor huurprijsvermindering.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:307 BW
Genoemd in 202 uitspraken · Officiële wettekst
202 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Vordering van onderverhuurder tegen verhuurder tot indeplaatsststelling huurder (eiser) van een tankstation wordt in twee instanties afgewezen omdat onderverhuurder die vordering te laat na het sluiten van de overeenkomst met de huurder had ingesteld. Huurder sluit vervolgens een
WHOA-zaak. Afwijzen verzoek afkondigen afkoelingsperiode. Geen redelijkerwijs aannemelijke duidelijke “plus” bij de voorgenomen gecontroleerde afwikkeling buiten faillissement.
Onderhuurovereenkomst bedrijfsruimte. Onderverhuurder is als gevolg van een turboliquidatie opgehouden te bestaan. De onderhuurder vordert in een bodemprocedure tegen de hoofdverhuurder indeplaatsstelling danwel contractovername. In dit kort geding vordert de onderhuurder dat de
Onderhuurovereenkomst bedrijfsruimte. Onderverhuurder is als gevolg van een turboliquidatie opgehouden te bestaan. De hoofdverhuurder vordert ontruiming van de bedrijfsruimte door de onderhuurder. De ontruiming wordt afgewezen.
Huur. Uitleg bepaling huurovereenkomst over indeplaatsstelling. Overdracht van een deel van de aandelen, waarbij huidige aandeelhouders een controlerend belang houden, geen indeplaatsstelling als bedoeld in artikel 7:307 BW. Huurders hebben alleen de plicht om voorgenomen aandele
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; overige huurrecht
Huurder is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen door het gehuurde niet zelf maar door een derde te laten exploiteren. Geen matiging van de boete. De tekortkoming rechtvaardigt ontbinding en, vooruitlopend daarop in kort geding, ontruiming.
horecagelegenheid; huur terras; geen contractsovername; huur verschuldigd tot einde huurovereenkomst.
Huur bedrijfsruimte; indeplaatsstelling, artikel 7:307 BW, beoogde opvolgend huurder biedt onvoldoende waarborgen nu enerzijds het gepresenteerde bedrijfsplan tekort schiet en anderzijds de aangeboden garantstelling door de vader van beoogd huurder onvoldoende is onderbouwd met g
Kort geding. Ontruiming winkelruimte vanwege huurachterstand. Niet aannemelijk dat er sprake is van indeplaatsstelling dan wel van contractsoverneming, zodat gedaagde huurder is gebleven.
Huur bedrijfsruimte. Machtiging indeplaatsstelling ex artikel 7:307 BW toegewezen. Er is sprake van een (inmiddels gerealiseerde) wens tot overdracht, zwaarwichtig belang en voldoende waarborgen.
Vordering huurder teruggave waarborgsom en tegenvordering verhuurder opleveringsschade.
Trefwoorden: artikel 7:307 BW, indeplaatsstelling huurder, belangenafweging, ondeelbare rechtsverhouding, honorering verweer tegen hoofdelijkheid van verschenen gedaagden en veroordeling van alleen niet verschenen gedaagde in de proceskosten. Samenvatting: huurders van een restau
Vordering tot indeplaatssteling o.g.v. artikel 7:307 BW afgewezen, omdat de huurovereenkomst bij verstekvonnis is ontbonden en daarna in de verzetzaak het vonnis is bekrachtigd.
Indeplaatsstelling op grond van 7:307 BW bij inbreng van de onderneming
Huur. Kwalificatie: woonruimte of bedrijfsruimte? Woning met kapsalon. Verhuurder wil geen bedrijfsvoering meer toestaan en weigert het gehuurde te verhuren aan de door huurster voorgedragen kandidaat, die de kapsalon wil overnemen en in de woning wil gaan wonen. Alle omstandighe
Kort geding. Onderhandelingen over huurovereenkomst bedrijfsruimte. Geen overeenkomst tot stand gekomen. Aanbod tijdig, dat wil zeggen: voor aanvaarding daarvan, herroepen.
Verzoek voorlopig getuigenverhoor. Horen wel of geen overeenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Toegestaan.
De huidige huurster van een winkel in Amstrdam moet de vorige huurders de overeengekomen overnamesom van 3.000 euro voor de winkelinventaris betalen.
vordering art. 7:295 lid 2 BW tot eindigen huurovereenkomst nu huurder niet heeft ingestemd met de opzegging. Het komt aan op een redelijke belangenafweging waarna de vordering van verhuurder wordt afgewezen.
Huur bedrijfsruimte ex 7:290 BW, onderhuur, opzegging, onrechtmatige daad (6:162 BW), wanprestatie (6:74 jo. 7:203 BW), aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid (6:2 BW), indeplaatsstelling (7:307 BW), achterstallige huurpenningen.
Huurder vordert vervangende machtiging van de kantonrechter om de rechten en plichten van de huurovereenkomst over te mogen dragen. De vordering wordt afgewezen omdat niet aan de voorwaarden voor de indeplaatsstelling ex art 7:307 BW is voldaan.
Onderhavige zaak is een uitvloeisel van een verzoek tot huurprijsvaststelling van bedrijfsruimte ex artikel 7:303/304 BW. Nadat door een door de kantonrechter benoemde deskundige is gerapporteerd over de huurprijs heeft huurder verhuurder gedagvaard tot definitieve vaststelling v
in conventie indeplaatsstelling afgewezen, geen sprake van een derde als bedoeld in artikel 7:307 lid 1 BW; in reconventie ontbinding afgewezen, inbrengen huurovk in de vof rechtvaardigt geen ontbinding gelet op omstandigheden