Art. 81 RO. Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging art. 7:296 lid 3 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:300 BW
Genoemd in 61 uitspraken · Officiële wettekst
61 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Vordering in kort geding tot ontruiming van gehuurd benzinestation afgewezen. Onvoldoende aannemelijk geworden dat regiem van ongebouwd onroerend goed op de huurovereenkomst van toepassing is.
Verzoekers hebben een onderhuurovereenkomst gesloten waarop de bepalingen van de hoofdhuurovereenkomst onverkort van toepassing zijn. Tevens hebben verzoekers een franchiseovereenkomst gesloten. Verzoekers vragen goedkeuring van een aantal bedingen uit de franchiseovereenkomst. I
Huur bedrijfsruimte. Opzegging wegens dringend eigen gebruik. Huurder meent dat oudste huurovereenkomst (van twee) leidend is. Deze is voor onbepaalde tijd voortgezet en dus per iedere datum opzegbaar, met een opzegtermijn van een jaar.
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging tussen verhuuder en huurder (art. 7:296 lid 3 BW in combinatie met art. 7:300 lid 3 Bw). Art. 81 RO.
Huurrecht bedrijfsruimte. Indeplaatsstelling ex. artikel 7:307 BW. Oliemaatschappij huurt tankstation en wil zich laten vervangen door andere oliemaatschappij. Houdt ten onrechte alle kaarten tegen de borst.
Huurzaak. Voorwaardelijk verzoek verlenging termijn ontruimingsbescherming. Gehuurde percelen 'kale' grond zodanig verbonden aan het benzinestation van huurster dat het regime van artikel 7:290 BW en niet dat van artikel 7:230a BW van toepassing is. Verzoek niet-ontvankelijk.
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik; ontvankelijkheid vordering, vervaltermijn op voet van art. 7:295 lid 2 BW?
Vervroegde onteigening ten behoeve van stadsvernieuwing; schadeloosstelling, berekening van jaarlijks te verwachten inkomensschade van huurder bedrijfsruimte als bedoeld in art. 7:290 BW; kostenvergoeding.
Uitleg artikel 7:301 BW. Gebruik van een gehuurde ruimte vóór aanvang van de huurovereenkomst van 23 maanden leidt niet tot verlenging van de huurovereenkomst van rechtswege.
Eiseres verhuurt krachtens een onderhuurovereenkomst aan gedaagde een winkelruimte in het door eiseres gehuurde winkelpand waar zij een supermarkt exploiteert en gedaagde een slagerij drijft. In dit geding vordert eiseres dat de kantonrechter zal bepalen dat de onderhuurovereenko