Voor goede trouw van [appellant], die op de hoogte was van de huwelijkse staat van [geïntimeerde], is vereist dat hij op grond van door hem te stellen feiten en omstandigheden meende en mocht menen dat de echtgenote van [geïntimeerde], die niet aanwezig was bij het opstellen en o
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:2 BW
Genoemd in 325 uitspraken · Officiële wettekst
325 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Is de verkoper van onroerend goed gebonden aan een mondelinge koopovereenkomst? Art. 7:2 BW stelt vormvereiste van schriftelijkeid. Uit parlementaire geschiedenis blijkt echter dat verkoper zich na het bereiken van mondelinge overeenstemming het zomaar kan terugtrekken. In dit ge
Op 1 september 2003 is de wet inzake koop onroerende zaken in werking getreden. Daarbij is titel 7.1. aangevuld met artikel 7:2 BW. Nu het hier gaat om koop van een tot woning bestemde onroerende zaak en niet is gesteld of gebleken dat appellanten beroeps- of bedrijfsmatig handel
Koop onroerende zaak. Vormvereiste van een schriftelijke koopovereenkomst (artikel 7:2 BW).
Verbintenissenrecht. Geschil tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de verschuldigdheid van provisie op grond van hun bemiddelingsovereenkomst (81 RO).
Geïntimeerde heeft jarenlang toezicht gehouden op de woning van appellante Tussen partijen ontstond een vriendschappelijke band. Op 18 augustus 2004 hebben appellanten geïntimeerde laten weten dat zij de recreatiewoning wilden verkopen. geïntimeerde heeft appellanten vervolgens t
Uitleg optieovereenkomst. De eigenaren van twee in één pand gelegen appartementen, die enkele ruimten en voorzieningen in gemeenschappelijk gebruik hebben, hebben in 1993 een optieovereenkomst gesloten. Blijkens de considerans van die overeenkomst wilde men daarmee bereiken dat,
Vordering tot medewerking aan levering onroerende zaak in kort geding. Afwijzing vordering omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat beroep op dwaling in bodemprocedure geen stand zal houden.
Boetebeding koopovereenkomst woning. Geen handtekening maar "lakstempel". Geestelijke stoornis. Vreemde comparitie.
Volgens art. 7:2 lid 1 BW wordt een hoop als de onderhavige schriftelijk aangegaan. Op tal van plaatsen in de parlementaire geschiedenis is opgemerkt dat het schriftelijkheidsvereiste noodzakelijk is met het oog op de in art. 7:2 lid 2 opgenomen bedenktijd (a.a. K II 200-2001 230
Koop van een recreatiewoning. Ook voor de overeenkomst tot koop van een recreatiewoning geldt het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW. Omdat koper en verkoper geen overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder de recreatiewoning zal worden verkocht, onder
Ook in deze zaak komt de vraag aan de orde of onder het sinds september 2003 geldende artikel 7:2 lid 1 BW het daarin vastgelegde schriftelijkheidsvereiste ook geldt voor de verkoper die alleen mondeling overeenstemming heeft bereikt met een (particuliere) koper over de verkoop v
In deze zaak staat de vraag centraal of onder het sinds september 2003 geldende artikel 7:2 lid 1 BW het in daarin vastgelegde schriftelijkheidsvereiste ook geldt voor de verkoper die alleen mondeling overeenstemming heeft bereikt met een (particuliere) koper over de verkoop van
Opheffing conservatoir leveringsbeslag op woonboerderij, waarbij de koopovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan. Dat een koopovereenkomst is gesloten is aannemelijk, maar niet dat de verkoper gerechtigd was om de (mede)eigenaren te vertegenwoordigen. Nu de koopovereenkomst on
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat tussen partijen een mondelinge koopovereenkomst tot stand is gekomen.
Nu appellante het ook door haar getekende contract pas op 30 september 2004 via genoemde notaris aan geïntimeerde op (op die datum aan de notaris telefonisch gedaan) verzoek van de laatste heeft doen toekomen, heeft geïntimeerde (op 1 oktober 2004) tijdig de ontbinding van de koo
[...] De eiser vordert om De Verenigde Nederlandsche Makelaarsbureaux Eigen Haard onder andere te veroordelen tot betaling van een voorschot op een schadevergoeding en de bruto woonlasten over de maanden december 2005 en januari 2006 [...]
Tussen partijen is in de eerste plaats in geschil of gedaagde sub 2 in het telefoongesprek met gedaagde sub 1 tijdens de comparitie mondeling haar toestemming voor de verkoop van het huis heeft gegeven. Ten tweede twisten partijen over de vraag of de toestemming in schriftelijke
Fraude met onroerend goed? Gedaagde betoogt zich er niet van bewust te zijn onroerend goed op naam te hebben. Dwingende bewijskracht notariële akte.
Aan het geven van een bewijsopdracht aan [appellanten] dat zij in 2002 op normale voorwaarden een financiering hadden kunnen krijgen voor de aan hen door [geïntimeerden] verkochte woning, komt het hof niet toe. Hiervoor onder 18 heeft het hof reeds aangegeven dat het de stellinge
''(...) Eiser stelt dat met de tussen partijen gevoerde correspondentie op zich, waarbij tenminste de essentialia van de koopovereenkomst tussen partijen zijn bevestigd, alsmede met de toegezonden concept koopakte waarop geen op- of aanmerkingen zijn gekomen van gedaagden, is vol
" Wilsovereenstemming?; opheffing beslag; schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 BW ".
Koopoptie versus koopovereenkomst; botsende rechten ex artikel 3:298 BW. Welk recht is het sterkst.
Eisers stellen dat zij met gedaagden overeenstemming hebben bereikt over alle essentialia voor de koop van het woonhuis van gedaagden en dat de koop slechts niet op schrift is gesteld. Gedaagden betwisten onder meer dat een perfecte koopovereenkomst tot stand is gekomen en voeren
Onvoldoende aannemelijk dat [gedaagde] zich heeft verbonden tot een tegenprestatie voor het gebruik van de woning. Derhalve geen sprake van een overeenkomst van huur en verhuur met recht van koop. Nu geen koopovereenkomst is tot stand gekomen vóór 1 juli 2004 bewoont [gedaagde] h