Huur bedrijfsruimte. Door huurder gestelde afspraak tot huurverlaging met voorgaande verhuurder is niet komen vast te staan. Huurachterstand rechtvaardigt ontbinding en ontruiming. Terme de grâce.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:299 BW
Genoemd in 46 uitspraken · Officiële wettekst
46 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte (supermarkt) wegens dringend eigen gebruik door andere supermarktexploitant op de voet van artikel 7:296 lid 1 sub b BW, met aanverwante kwesties.
Procedure na cassatie en verwijzing. Huur bedrijfsruimte. Opzegging wegens dringend eigen gebruik.
Huur bedrijfsruimte. Restaurant. Kwalificatie van overeenkomst van huur van los erbij gehuurde grond. Opzegging van de overeenkomsten wegens dringend eigen gebruik (ingebruikneming door dochters van verhuurder/eigenaar). Beroep op dringend eigen gebruik na eerdere verkoop van (in
Beëindiging van de huurovereenkomst bedrijfsruimte op grond van dringend eigen gebruik. Art. 7:296 BW, art. 7:297 BW, art. 7:308 BW, art. 7:299 BW.
Huurzaak. Bepaling vergoeding ex artikel 7:299 lid 3 BW in geval van voorgewende wil tot eigen gebruik. Executoriale titel of afzonderlijke procedure vereist?
Huur bedrijfsruimte. Belangenafweging valt uit in voordeel van verhuurder. Geen uitvoerbaar bij voorraadverklaring. Aanwezigheid van relevante parallellen met feitensubstraat in de zaak Panara (ECLI:NL:HR:2011:BP3276) volstaat niet om het verweer van huurder als kennelijk ongegro
Huurrecht. Tussenvonnis. Dringend eigen gebruik. Artikel 7:296 lid 1 onder b BW. Voldoende aannemelijk gemaakt dat er concrete plannen zijn om de bedrijfsruimte te renoveren, door deze te slopen en er nieuwbouw te plaatsen. Renovatie zonder beëindiging van de huur niet mogelijk.
Partij A verhuurt een bedrijfsruimte aan partij B. Zij vordert in conventie beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van de bedrijfsruimte, omdat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik wegens een renovatie die zonder beëindiging van de huurovereenkomst
De kantonrechter bepaalt in conventie dat de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak, zal eindigen per 31 januari 2025. Vordering in reconventie afgewezen.
Beëindiging van huurovereenkomst bedrijfsruimte op grond van artikel 7:296 lid 1 sub b BW (dringend eigen gebruik). Tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten ex artikel 7:297 BW.
Huurrecht 290-bedrijfsruimte, vordering verlaging huur art. 7:303 BW, in reconventie vordering beëindiging na opzegging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296lid 4 BW Huurder exploiteert een restaurant. In dezelfde bedrijfsruimte heeft de verhuurder voordien een gelijksoortig
Huurrecht. Bedrijfsruimte. Vordering beeindiging huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte door verhuurder wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 onder b BW). Redelijke belangenafweging (art. 7:296 lid 3 BW). Wachttijd (art. 7:296 lid 2). De Hoge Raad bepaalt nieuwe datum einde huuroveree
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte (supermarkt) wegens dringend eigen gebruik door andere supermarktexploitant op de voet van artikel 7:296 lid 1 sub b BW, met aanverwante kwesties. Het voorafgaande tussenarrest van 19 maart 2013 is gepubliceerd onder ECLI:NL:GHSHE:2013:
Appelprocesrecht. Tussenkomst, art. 7:306 lid 3 BW. Alleen de tussenkomende onderhuurder appelleert binnen de termijn, zowel tegen de verhuurder als de huurder. De huurder kan na afloop van de appeltermijn geen incidenteel appel meer instellen tegen de verhuurder. Nu de beëindigi
In de rechtspraak is aangenomen dat als hoofdregel heeft te gelden dat persoonlijk gebruik door een ander dan de verhuurder als eigen gebruik kan gelden, indien de verhuurder door het gehuurde aan die ander in gebruik te geven zijn eigen belang dient (HR 20 september 1985, NJ 198
Opzegging winkelruimte wegens dringend nodig eigen gebruik. Als verhuurder dit aannemelijk maakt kom je niet meer toe aan belangenafweging (art. 7:296 BW)