Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b BW). Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid, wijziging hoedanigheid verweerder, rechtsopvolging onder algemene titel bij hybride splitsing ex art. 2:334a lid 3 BW
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:296 BW
Genoemd in 338 uitspraken · Officiële wettekst
338 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 14 · live
Ontbinding gevorderd wegens tal van kleine tekortkomingen gedurende de looptijd. Oude en afgedane zaken kunnen niet meewegen bij de beoordeling van de vraag of de tekortkomingen de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt. Dringend nodig hebben voor eigen gebruik onvoldoende se
Goedkeuring afwijkend huurbeding. Beding dat huurovereenkomst zal eindigen op moment dat permanente vestiging aan huurder wordt opgeleverd en beding dat opzegging op kortere termijn plaatsvindt. Maatschappelijke positie van huurder brengt met zich dat zij bescherming van betreffe
Onteigeningszaak. Schadeloosstelling wegens stadsvernieuwing. Tussenkomende erfpachter aan wie de dagvaarding ex art. 18 lid 4 en 5 Ow ook was betekend; derde-belanghebbende (art. 3 lid 2 Ow)?; ontvankelijkheid cassatieberoep (art. 81 RO).
Vordering tot ontruiming bedrijfshuurruimte. Toepassing van artikel 7:306 BW.
Huurrecht. Beëindiging door de opvolgend verhuurder van een huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik (supermarkt); toerekening van kennis van beheerder van de VvE van het winkelcentrum aan vorige verhuurder?; cassatie, ontoelaatbaar feitelijk novum, belang; H
Shell wil station onbemand maken en het beheer uitbesteden aan dochter. Gelet op financiële belangen onvoldoende dringend. Afweging van belangen. Beëindiging alleen gerechtvaardigd na financiële compensatie. Shell kan zich hieromtrent uitlaten.
Civiel recht huurovereenkomst. Betreft gevoegde zaken na incidenten tot voeging. Belangenafweging ex art. 7:296 lid 3 BW. Vorderingen in beide (gevoegde) zaken afgewezen. Kostenveroordeling waaronder kosten van het incident.
is de huur van een ligplaats in de haven met daarin een ponton met een restaurant huur van 7:290 BW bedrijfsruimte
Goedkeuring afwijkend huurbeding.
Opzegging winkelruimte wegens dringend nodig eigen gebruik. Als verhuurder dit aannemelijk maakt kom je niet meer toe aan belangenafweging (art. 7:296 BW)
Geschil tussen een oliemaatschappij en een exploitant van een tankstation over indeplaatsstelling op de voet van art. 7A:1635 (oud) BW, belangenafweging; cassatie, beroep derde die geen partij is bij de exploitatieovereenkomst niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.
23 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/133HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: STICHTING MITROS, gevestigd te Utrecht, EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga, t e g e n [Verweerder], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. R.Th