Huur woonruimte en bedrijfsruimte. Vordering tot beëindiging huurovereenkomsten. Tijdelijke huursituatie. Beroep op huurbescherming met betrekking tot de gehuurde woonruimte naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Uitgifte in erfpacht aan te merken als ‘du
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:296 BW
Genoemd in 338 uitspraken · Officiële wettekst
338 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Huur bedrijfsruimte. Vordering tot ontbinding dan wel beëindiging huurovereenkomst. Schending sluitingstijden door onderhuurder en overlast om café door bezoekers gedurende vele jaren is in dit bijzondere geval geen tekortkoming van onderverhuurder noch onbetamelijke bedrijfsvoer
Huurrecht. Opzegging tegen einde van de verlengde termijn van huur bedrijfsruimte door opvolgend verhuurder (als bedoeld in art. 7:226 BW) die de ruimte aan een derde wil verhuren. Het tweede lid van art. 7:296 BW heeft slechts betrekking op opzeggingen tegen het einde van de in
Huur bedrijfsruimte 7:290 BW; opzegging huurovereenkomst door verhuurder; renovatie in de zin van art. 7:296, eerste lid sub BW?; rol recente eigendomsoverdracht in het kader van belangenafweging ex art. 7:296, derde lid, BW; waarborgen bij bevel tot voortijdige ontruiming.
Huurbeëindiging wegens dringend eigen gebruik gebruiksruimte. Art. 7:296 BW
Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst. Belangenafweging tussen verhuuder en huurder (art. 7:296 lid 3 BW in combinatie met art. 7:300 lid 3 Bw). Art. 81 RO.
Nieuwe eigenaar kan huurovereenkomst woon-/winkelpand pas na 3 jaar opzeggen, ook als die al meer dan 10 jaar heeft geduurd. Geen belangenafweging wegens dringend eigen gebruik. Met het nieuwe huurrecht is geen wijziging van de huurbescherming beoogd.
Voortzetting van tussenuitspraak van 15 januari 2008 C200700880/HE T, LJN BQ2521. Opzegging huur bedrijfsruimte
Beëindiging huur bedrijfsruimte/7:296 BW
Beeindiging van de huurovereenkomst 7:290 bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik. Beroep op de wachttijd van artikel 7:296 lid 2 BW verworpen, omdat huurder al van meet af aan wist dat het gebied waar het gehuurde zich bevindt nodig herontwikkeld dient te worden.
Huurrecht; art 7:292 en 296 BW
Huurrecht. Rechtsopvolger onder algemene titel van verhuurder kan zich beroepen op huuropzegging wegens dringend eigen gebruik van vóór afsplitsing (art. 2:334a BW); beroep huurder op wachttermijn in art. 7:296 lid 2 BW, beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
De eis van artikel 7:296 lid 2 BW is, ofschoon de tekst van deze bepaling anders doet vermoeden, ook van toepassing bij een opzegging op grond van artikel 7:296 lid 3 BW.
De kernvraag in deze zaak is of op grond van de Benzinewet en de daaraan ten grondslag liggende Convenanten alsmede gezien de verdere omstandigheden van de zaak en in aanmerking genomen de verhoudingen zoals die tussen partijen bestaan, voor Shell de verplichting bestaat om een t
In de rechtspraak is aangenomen dat als hoofdregel heeft te gelden dat persoonlijk gebruik door een ander dan de verhuurder als eigen gebruik kan gelden, indien de verhuurder door het gehuurde aan die ander in gebruik te geven zijn eigen belang dient (HR 20 september 1985, NJ 198
appelperikelen; strekking art. 7:296 BW; ontruiming bedrijfsruimte asl voorlopige voorziening
In het onderhavige geval heeft Nettorama kennelijk bedoeld, naar [geïntimeerden] redelijkerwijs moet hebben begrepen, de huurovereenkomst op te zeggen tegen de datum waarop de tweede termijn van vijf jaar afloopt. Er zijn geen feiten of omstandigheden gesteld die (zoals geopperd
Het belang van [B.] is - zoals [appellant] onbestreden heeft gesteld - erin gelegen dat zij haar onderneming, die zij eerst in 2004 heeft gekocht langer dan tot 1 juli 2007 kan expoiteren. Ook het belang van bewoning, dat de bewoners van de bovenwoning hebben, is evident. [geïnti
Shell wil station onbemand maken en het beheer uitbesteden aan dochter. Gelet op financiële belangen onvoldoende dringend. Afweging van belangen. Beëindiging alleen gerechtvaardigd na financiële compensatie. Shell kan zich hieromtrent uitlaten.
Civiel recht huurovereenkomst. Betreft gevoegde zaken na incidenten tot voeging. Belangenafweging ex art. 7:296 lid 3 BW. Vorderingen in beide (gevoegde) zaken afgewezen. Kostenveroordeling waaronder kosten van het incident.
Opzegging winkelruimte wegens dringend nodig eigen gebruik. Als verhuurder dit aannemelijk maakt kom je niet meer toe aan belangenafweging (art. 7:296 BW)
Geschil tussen een oliemaatschappij en een exploitant van een tankstation over indeplaatsstelling op de voet van art. 7A:1635 (oud) BW, belangenafweging; cassatie, beroep derde die geen partij is bij de exploitatieovereenkomst niet-ontvankelijk bij gebrek aan belang.