Dringend eigen gebruik bedrijfsruimte. Verhuis- en inrichtingskosten.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:296 BW
Genoemd in 338 uitspraken · Officiële wettekst
338 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Reeds 19 jaar lopende huur bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Verzoek van verhuurder tot bepaling (op de voet van artikel 7:295 lid 2 BW) van datum waarop de huurovereenkomst eindigt, en tot bepaling (op de voet van artikel 7:296 lid 5 BW) dat het gehuurde op dat tijd
Vordering huurder winkelpand Kijkduin tot huurprijsvermindering en schadevergoeding afgewezen vanwege feit dat - kort gezegd - onvoldoende aannemelijk is dat huurder dan wel de ondernemer die horeca-onderneming in gehuurde exploiteert, schade heeft geleden. Vordering van verhuurd
geen dringend eigen gebruik bij horeca-ruimte
huur bedrijfsruimte; ontruimingsvordering; dringend eigen gebruik onvoldoende onderbouwd; negatief rendement onvoldoende onderbouwd; ontruimingsvordering evenmin toewijsbaar op grond van de belangenafweging
huur bedrijfsruimte; ontbinding en ontruiming; betalingsgedrag huurder in verleden geen tekortkoming die ontbinding rechtvaardigt, mede gelet op de geringe betekenis die verhuurder daaraan hechtte; betalingsgedrag heeft verhuurder er zelfs niet van weerhouden een nieuwe huurovere
Opzegging huur bedrijfsruimte wegens dringend eigen gebruik (art 7:296 lid 3 BW). (Omvang) verhuiskostenvergoeding (art 7:297 BW).
Huur bedrijfsruimte. Dringend eigen gebruik. Renovatie. Tegemoetkoming verhuis- en inrichtingskosten.
Huurrecht bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst en ontruiming. Art. 7:296 lid 3 BW. Belangenafweging.
Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte
Huurrecht; bedrijfsruimte; vaststellingsovereenkomst; overlast aan omwonenden; tekortkoming die, gelet op bijzondere aard of geringe betekenis, de ontbinding niet rechtvaardigt?
Huurovereenkomst bedrijfsruimte ex art. 7:290 BW. Lopende huurter¬mijn t/m 31/10/15 door verhuurder op 13/6/14 tegen 31/10/15 opgezegd. Huurder stemt op 18/7/14 niet in met beëindiging. Op vordering verhuurder stelt rechter bij vonnis van 22/7/15 tijdstip beëindiging (en ontruimi
Art. 7:296 BW Dringend eigen gebruik bedrijfsruimte, renovatie: entreegebied ziekenhuis, horeca en retail. Beëindiging deel huurovereenkomst. T.a.v. overige deel bestaat teveel onzekerheid m.b.t. renovatieplannen en vraag of renovatie al dan niet mogelijk is zonder beëindiging hu
Huur 290-bedrijfsruimte. Huurder modeketen huurt sinds 1988 op de Kalverstraat een winkelpand van verhuurder. Verhuurder zegt de huurovereenkomst op op grond van de belangenweging. Daaraan legt verhuurder ten grondslag dat zij meer rendement uit haar pand wil halen. Dat is gezien
Huur bedrijfsruimte. Exploitatieplicht. Vordering tot ontbinding wegens langdurige leegstand (ten tijde van pleidooi in hoger beroep 4 jaar) toegewezen, ook al zijn inmiddels kosten van verbouwing gemaakt.
Ontbinding van huurovereenkomst met betrekking tot verdedigingswerk en rijksmonument Fort de Hel te Willemstad. Huurder heeft met behulp van subsidie van verhuurder (gemeente) ruim 20 jaar geleden het Fort opgeknapt en in oude glorie hersteld. Het Fort is dagelijks geopend voor p
huur bedrijfsruimte; voorheen exploitatie als coffeeshop, thans als café met zogeheten kleine kaart; beroep op dringend eigen gebruik ten behoeve van exploitatie als brasserie/café en/of renovatie verworpen; ook belangenafweging valt in het voordeel van de huurder uit.
huur bedrijfsruimte; exploitatie als coffeeshop; beroep op dringend eigen gebruik ten behoeve van exploitatie als theehuis en/of renovatie verworpen; belangenafweging ook ten voordele van huurder.
Huur 290-bedrijfsruimte. Is verhuurder bevoegd een reeds gedane opzegging waarin huurder niet heeft ingestemd, in te trekken? Bevestigende beantwoording, onder meer gebaseerd op overeenkomstige toepassing van artikel 6:219 BW (intrekken van niet-aanvaard aanbod). Verhuurder was o
Huurrecht 290-bedrijfsruimte, vordering verlaging huur art. 7:303 BW, in reconventie vordering beëindiging na opzegging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296lid 4 BW Huurder exploiteert een restaurant. In dezelfde bedrijfsruimte heeft de verhuurder voordien een gelijksoortig
Art. 81 lid 1 RO. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte (met eerste recht van koop) wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296 lid 1 BW. Belangenafweging, art. 7:296 lid 3 BW. Mocht huurder erop vertrouwen winkelpand uiteindelijk te kunnen kopen? Uitleg overeenkomst, beteken
Verhuurder zegt de huurovereenkomst met betrekking tot een in een winkelcentrum gelegen buurtcafé op. In de opzeggingsbrief staat dat de reden van de opzegging is gelegen in het feit dat op het gehuurde een andere bestemming is komen te liggen in verband met revitalisering van de
Huur van bedrijfsruimte. Redelijke belangenafweging als bedoeld in art. 7:296 lid 3 BW. Anders dan de eerste rechter oordeelde, wegen de belangen van de verhuurster zwaarder dan die van de huurster.
Geschil over huurovereenkomst horecaexploitatie in sporthal te Vianen. De kantonrechter verklaart dat de huurovereenkomst ten aanzien van het restaurant is geëindigd door gedeeltelijke ontbinding van de huurovereenkomst en bepaalt dat de gebruiksovereenkomst betreffende de grond
Dwaling bij verlengen van huurovereenkomst van art. 7:290-bedrijfsruimte met woning? Afwijkende huurbedingen zijn goedgekeurd waardoor huurovereenkomst zonder opzegging eindigt. Vraag wat dit betekent voor gebruiksrecht van de woning en de vordering van vergoeding van verhuis- en