Beëindiging huur bedrijfsruimte met een beroep op dringend persoonlijk gebruik (7: 296, lid 1 sub b) afgewezen. Gebruik door (een onderneming van) een van de aandeelhouders van verhuurder is niet vanzelfsprekend persoonlijk gebruik door verhuurder zelf.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:296 BW
Genoemd in 338 uitspraken · Officiële wettekst
338 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Huur bedrijfsruimte en woonruimte, opzegging wegens dringend eigen gebruik
Bedrijfshuur (horeca). Hof is, anders dan de kantonrechter, van oordeel dat een datum dient te worden bepaald waarop de huurovereenkomst eindigt (art. 7:296 lid 3 BW). Sprake is van ernstig en structureel verstoorde verhoudingen. Huurverhouding bevindt zich daarmee in een uitzich
Verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd. Huurder heeft niet met de beëindiging van de huurovereenkomst ingestemd. Verhuurder heeft een vordering ingesteld om het tijdstip vast te stellen waarop de huurovereenkomst komt te eindigen. Hij legt daaraan ten grondslag primair dat
executiegeschil - tenuitvoerlegging wordt geschorst tot in hoger beroep is beslist - alleen woonruimte
Huur winkelruimte. Vorderingen tot betaling van achterstallige huur en ontbinding huurovereenkomst afgewezen. Contractuele boete gematigd tot nihil. Evenmin beëindiging van huurovereenkomst door opzegging: dringend eigen gebruik is onvoldoende aannemelijk geworden; belangen van
De kantonrechter stelt de datum vast waarop de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden is geëindigd. Gedaagde heeft die datum namelijk niet betwist. Eiser stelt dat het gehuurde al is ontruimd, dus geen belang bij de eis om te veroordelen om te ontruimen.
ontruiming; huurachterstand van 9 maanden; de corona-crisis rechtvaardigt niet dat helemaal geen huur meer wordt betaald;
Huur bedrijfsruimte. Geen tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt. Wel einde huurovereenkomst na belangenafweging (art. 7:296 BW).
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfsruimte. Gebruik van het gehuurde in strijd met de overeengekomen bestemming? Uitleg huurovereenkomst.
huur bedrijfsruimte, opzegging wegens dringend eigen gebruik, mondelinge behandeling
Huur bedrijfsruimte, art. 7:290 en 7:296 BW. Dwingend eigen gebruik? Belangenafweging. Vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst afgewezen. Relatie met beleid van de gemeente Amsterdam.
Opzegging huur m.b.t. art. 7:290-bedrijfsruimte. Belangenafweging ex artikel 7:296 lid 3 BW. Horecagelegenheid op sportcomplex; brouwerij-contract met afnamebeding.
Huurrecht. Artikel 6:265 BW tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst? Is er sprake van een onbehoorlijke bedrijfsvoering ex artikel 7:296 lid 1 sub a BW? Belangenafweging ex artikel 7:296 lid 3 BW.
Huur bedrijfsruimte. Opzegging door verhuurder. Artikel 7:296 BW. Dringend eigen gebruik, niet instemmen met redelijk voorstel, belangenafweging. Schadeloosstelling ex artikel 7:309 BW. Verhuis- en inrichtingskosten ex 7:297 BW.
bedrijfsruimte ex art 7:290, ontbinding, art. 7:296 lid 3 BW Bedrijfsruimte ex art. 7:290 BW. Geringe tekortkoming rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst niet. Vordering tot beëindiging huurovereenkomst o.g.v. art. 7:296 lid 3 BW wordt afgewezen. Belang van verhuurder o
-
beeindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik, artikel 7:295 BW, tegemoetkoming in verhuis- en inrichtingskosten, 7:297 BW
Opzegging huur met betrekking tot 290-bedrijfsruimte. Belangenafweging ex artikel 7:296 lid 3 BW.
De vordering tot beëindiging van de huur van bedrijfsruimte op grond van art. 7:295 BW wordt afgewezen, zowel op de grondslag van dringend eigen gebruik als op de grondslag van de redelijke belangenafweging. Afweging van bedrijfseconomische belangen op basis van onzekere toekomst
Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte nietig ivm ontbreken gronden (7:294 BW). Beroep op nietigheid niet in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Huur bedrijfsruimte en zelfstandige woonruimte. Cessie achterstallige huur. Verhuurdersvacuum van 12 jaar. Renovatie en dringend eigen gebruik. Huurachterstand. Geen ontbinding gelet op bijzondere omstandigheden.
Een man die een café exploiteert in Amsterdam mag daar blijven.
Huur middenstandsbedrijfruimte. Opzegging hoofdhuurovereenkomst wegens belangenafweging. Hoofdverhuurder is ook onderhuurder. Geen uitvoerbaar bij voorraad.
Huurrecht. Bedrijfsruimte. Dringend eigen gebruik. De verhuurder van een winkelunit in een winkelcentrum toont niet aan deze ruimte dringend in duurzaam gebruik te willen nemen. De vervolgens gemaakte belangenafweging valt uit in het voordeel van huurder.