Dringend eigen gebruik bij verhuur van 290-bedrijfsruimte. Komt de verhuurder die eerder zelf een hotelonderneming heeft gedreven in het nadien door hem verhuurde pand een beroep toe op dringend eigen gebruik nu hij een forse winst kan behalen met zelfexploitatie?
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:293 BW
Genoemd in 76 uitspraken · Officiële wettekst
76 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huur bedrijfsruimte. Huurovereenkomst rechtsgeldig geëindigd (7:293 lid 3 BW). Bewijsopdracht m.b.t. sleutels pand (7:224 lid 1 BW; 7:225 BW).
Kwalificatie overeenkomst. Café-restaurant in Filmmuseum. Gemengde overeenkomst. In dit geval prevaleren de contractuele bepalingen over einde van de samenwerkingsovereenkomst boven de wettelijke huurbepalingen. Overeenkomst tussen partijen is geëindigd door ommekomst van de term
Geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen beëindiging huurovereenkomst. Verhuurder niet voldaan aan kernverplichting verschaffen van huurgenot; verhuurder heeft sleutels van het gehuurde ingenomen.
Huurrecht. Bij indeplaatsstelling kunnen partijen geen toekomstige beëindiiging met wederzijds goedvinden afspreken omdat de nieuwe huurder daarover op dat moment niet vrij kan beslissen.
Huurovereenkomst voor bepaalde tijd van bedrijfsruimte. Matiging contractuele boete o.g.v. 6:94 BW tot nihil. Beëindigingsovereenkomst is onder misbruik van omstandigheden tot stand gekomen. O.g.v. art. 3:54 lid 2 BW geen vernietiging van de overeenkomst, maar wijziging van de ge
Kort geding; Verhuurder van bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW vordert ontruiming omdat de huurovereenkomst ex art. 7:293 lid 3 BW zou zijn geëindigd. Omdat de door de verhuurder gestelde beëindigingsovereenkomst tot stand is gekomen voordat de huur inging, gaat de voorzi
Afwijkend huurbeding in combinatie met franchiseovereenkomst. Rechten huurder worden niet meer aangetast door goedkeuring dan bij onthouding ervan. Geldt niet voor alle 'opvolgende' franchiseovereenkomsten.
Artikel 7:224 BW. Wanneer verhuurder bij aanvang van de huur in strijd met een beding in de huurovereenkomst geen schonegrondverklaring afgeeft, heeft hij geen belang bij afgifte daarvan door de huurder bij beëindiging van de huur. Vaststellingsovereenkomst als titel voor een ces
Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Tussentijdse beëindiging met wederzijds goedvinden? Art. 7:293 lid 3 BW. Art. 3:33-3:35 BW. Aanspraak huurtermijnen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Art. 6:248 lid 2 BW.
Kort geding. Huur van bedrijfsruimte. Overeenkomst tot beëindiging van de huur. Anders dan de eerste rechter oordeelde, is deze niet een nieuwe huurovereenkomst die in strijd is met dwingende huurbescherming. Nu zij wat de huurster betreft, onverplicht is aangegaan na aanvang van
huur; kwalificatie: 290 of 230a? beëindigingsovereenkomst i.s.m. 7:293 lid 3 BW?; dwaling?
Huur bedrijfsruimte (café). Masterplan Stationsgebied Utrecht. Gemeente is eigenaar/erfverpachter van de grond waarop de bedrijfsruimte staat en huurt die bedrijfsruimte van Hoog Catharijne. De ruimte is onderverhuurd aan appellant. In verband met de uitvoering van het Masterplan
Huur. Kort geding. Vordering van verhuurder van winkelcentrum tot ontruiming van winkelier i.v.m. op handen zijnde renovatie afgewezen. Het gebruik van de winkelruimte duurt al langer dan twee jaar zodat het beschermende regime van de artikelen 7:291 e.v. BW van toepassing is. Ge
Tijdstip totstandkoming huurovereenkomst als bedoeld in art. 7:293 lid 3 BW