Huur middenstandsbedrijfruimte. Opzegging hoofdhuurovereenkomst wegens belangenafweging. Hoofdverhuurder is ook onderhuurder. Geen uitvoerbaar bij voorraad.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:292 BW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Eiseres heeft de huur van de bedrijfsruimte (horecagelegenheid) opgezegd i.v.m. dringend nodig hebben voor eigen gebruik (art 7:296 BW). De vordering wordt toegewezen, ongeacht de serieuze verkoopplannen van gedaagden.
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte. Dringend eigen gebruik als bedoeld in art. 7:296 lid 1 aanhef en onder b BW voldoende aannemelijk. Afwijzing gevorderde uitvoerbaar bij voorraadverklaring nu geen sprake is van een kennelijk ongegrond verweer als bedoeld in artikel 7:2
Huurrecht 290-bedrijfsruimte, vordering verlaging huur art. 7:303 BW, in reconventie vordering beëindiging na opzegging wegens dringend eigen gebruik, art. 7:296lid 4 BW Huurder exploiteert een restaurant. In dezelfde bedrijfsruimte heeft de verhuurder voordien een gelijksoortig
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens wanprestatie. Eiswijziging niet betekend aan twee niet-verschenen geïntimeerden, tegen wie verstek is verleend. Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Contractuele boete niet onredelijk bezwarend. Geen matiging.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte door verhuurder wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1 onder b BW). Redelijke belangenafweging (art. 7:296 lid 3 BW). Wachttijd (art. 7:296 lid 2). De Hoge Raad bepaalt nieuwe datum einde huuroveree
Kan een voor onbepaalde tijd verlengde huurovereenkomst ex artikel 7:290 BW worden opgezegd met als gevolg dat zij dan niet langer dan twee jaar heeft geduurd. Ja, volgens artikel 7:228 kan opgezegd worden. Huurder lijdt schade door het deels ten onrechte uitgeoefende retentierec
afwijkende bedingen; termijn verkorting goedgekeurd omdat nieuwe huurder materieel gelijk te stellen is aan vorige huurder
Civiel recht huurovereenkomst. Betreft gevoegde zaken na incidenten tot voeging. Belangenafweging ex art. 7:296 lid 3 BW. Vorderingen in beide (gevoegde) zaken afgewezen. Kostenveroordeling waaronder kosten van het incident.
Kort geding. Verhuurder zegt huurovereenkomst bedrijfsruimte op wegens overlast door en arrestatie van de huurder. Verhuurder dient de huurder, nu er niet aan de opzeggingsformaliteiten is voldaan, vooralsnog het huurgenot van de bedrijfsruimte te verschaffen.
Eiseres verhuurt krachtens een onderhuurovereenkomst aan gedaagde een winkelruimte in het door eiseres gehuurde winkelpand waar zij een supermarkt exploiteert en gedaagde een slagerij drijft. In dit geding vordert eiseres dat de kantonrechter zal bepalen dat de onderhuurovereenko
Erfpacht, geschil over vraag of een gemeente na het einde van erfpacht op de voet van art. 5:94 lid 2 BW mag weigeren een door de erfpachter aangegane huurovereenkomst (bedrijfsruimte) gestand te doen, strekking van art. 5:94 lid 2 BW, maatstaf.