Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 onder c BW). Belangenafweging.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:274 BW
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
Verhuurder vordert beëindiging van de huurovereenkomst betreffende woonruimte wegens voorgenomen verkoop van het gehuurde. Kan de huurovereenkomst door verhuurder worden opgezegd of ontbonden. Geen tekortkoming in huurbetaling omdat mondelinge afspraak gaat boven beding in huurov
Studentenwoning: vordering beëindigen huur toegewezen, omdat huurster erkend heeft een studentenwoning te bewonen
geen onrechtmatige daad van eigenaren van een studentenhuis jegens de buren in verband met geluidsoverlast
Provisionele vordering. Extra motiveringseisen spoedeisend belang in geval van vordering op grond van artikel 7:274 van het Burgerlijk Wetboek.
“Huur onzelfstandige woonruimte in studentencomplex; geen campusclausule; de huurder behoort niet langer tot de doelgroep; opzegging wegens dringend eigen gebruik; belangenafweging.”
Huurrecht. Overgang huurovereenkomst op koper. Artikel 7:226 BW. Verzuim huurder. Goed huurderschap. Overmacht. Einde huurovereenkomst door brand?
Kamerhuur. Het thans uitsluitend voor studenten willen bestemmen van de kamer in het complex Uilenstede levert dringen eigen gebruik op voor de verhurende stichting. Er moet vanuit worden gegaan dat passende vervangende woonruimte beschikbaar is voor huurder. Voor de toekenning v
Kort geding. Vonnis in bodemprocedure - waarin o.a. tijdstip waarop de huurovereenkomst zal eindigen en tijdstip van ontruiming zijn vastgesteld - op grond van artikel 7:272, eerste lid BW niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Een uitvoerbaar bij voorraad verklaring kan wel pl
Veelbelovende en net afgestudeerde kunstenaars kunnen voor maximaal een jaar woon- en atelierruimte huren. Partijen gaan ervanuit dat het gebruik naar zijn aard van korte duur is, zodat de huurders geen huurbescherming hebben. De verhuurder en een van de huurders willen het huurc
Huur studentenkamer zonder “campuscontract”. Voor de toekenning van een vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten is in dit geval geen plaats. Er bestaat evenmin aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van artikel 7:272 lid 1 BW, dat beslissingen op de in artikel 7
Gemengde huurovereenkomst (woonruimte en 230a-bedrijfsruimte). I.c. prevaleren woonruimtebepalingen.
Huur woonruimte; verhuur kamer aan student; geen huurovereenkomst naar aard van korte duur (7:232 lid 2 BW); restrictieve toepassing; terughoudendheid temeer geboden, gelet op mogelijkheid die artikel 7:274 lid 4 BW biedt tot beëindiging verhuur aan student na afloop van studie.z
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Vordering tot ontbinding en ontruiming wegens dringend eigen gebruik (renovatie). Relevantie structurele wanverhouding kosten renovatie en opbrengsten. Verhouding tussen art. 7:220 en art. 7:274 lid 1 onder c BW.
Vordering tot beëindiging van huurovereenkomst woonruimte op Uilenstede. Kantonrechter oordeelt dat huurder onvoldoende heeft weersproken dat Duwo het gehuurde dringend nodig heeft voor eigen gebruik. Duwo komt een beroep op lid 4 van artikel 7:274 BW toe hoewel zij de huuroveree
Kort geding. Huur woonruimte. Geen rechtstreekse huurovereenkomst met eigenaar tot stand gekomen. Ernstige wanbetaling jegens de onderverhuurder is onder de gegeven omstandigheden en gelet op de aard van de (onder)huurrelatie voldoende grond voor ontruiming. In verband met nadere
Vordering ex artikel 7:274 lid 4 BW in verband met huurovereenkomst die is aangegaan vóór inwerkingtreding van die bepaling. Geoordeeld wordt dat woning op wooncomplex Uilenstede moet worden aangemerkt als campuswoning. Het belang van verhuurder (Duwo) om het gehuurde ter beschik
Huurovereenkomst. Vordering tot ontruiming in kort geding. Beeindiging met wederzijds goedvinden. Opzegging. Wanprestatie. Mondelinge afspraken. Belangenafweging.
Huur van woonruimte. Vordering van de verhuurster tot o.m. beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming is alleen tegen de huurster en niet mede tegen diens echtgenote, van rechtswege mede-huurster, gericht. In die vordering wordt de verhuurster alsnog niet-ontvankelijk verk
Kort geding. Huurovereenkomst. Leegstandwet. Opzeggingsgronden. Sloop.
Vervreemding van de woning om financiële redenen kan niet worden aangemerkt als dringend eigen gebruik ex art 7:274 BW.
Gedaagden huren een woning en garagebox van eiser. Gedaagden betalen de verschuldigde huur stelselmatig te laat. Eiser vordert daarom dat de kantonrechter de huurovereenkomst beëindigt. De rechter beëndigt de huurovereenkomst per 1 februari 2014 en veroordeelt gedaagden in de kos
Huur bedrijfsruimte. Na renovatie geen overeenstemming over nieuwe huurprijs. Vordering tot beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik en ontruiming. Maatstaf art. 7:296 lid 1 onder b, 7:300 lid 3 BW. Verschil met bescherming huurder woonruimte (HR 26 maart 2010,
Huurrecht; geluidsoverlast; Beeindiging huurovereenkomst na dagvaarding door verhuurder; Er is aanleiding voor een kostenveroordeling van de huurders; In casu: ja, want huurders hebben zich niet gedragen als goed huurder; Onvoldoende gesteld om te kunnen
In geschil is of het gehuurde valt onder een uitzonderingsbepaling van de Wet Huurcommissie-regeling BES, waardoor er voor opzegging van de huur geen voorafgaande toestemming van de huurcommissie nodig is. Hof wijst vordering toe.