Er is sprake van een reguliere huurovereenkomst woonruimte en niet van een gebruik van woonruimte naar zijn aard van korte duur. De huurovereenkomst is niet rechtsgeldig opgezegd en er is geen grond voor ontbinding van de huurovereenkomst. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2024:4113)
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:274 BW
Genoemd in 256 uitspraken · Officiële wettekst
256 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Huurrecht, huurachterstand, gebrekenregeling, oude woning, opschorting volledige huur disproportioneel.
In deze zaak vordert een verhuurder op verschillende gronden ontruiming van het gehuurde. De gronden die de verhuurder aan zijn vorderingen te grondslag heeft gelegd, slagen echter niet. De vorderingen van de verhuurder worden daarom afgewezen.
Huur woonruimte. Beëindiging wegens dringend eigen gebruik. Artikel 7:274 lid 1 onder c en lid 2 BW jo artikel 7:220 lid 2 BW.
Dringend eigen gebruik, artikelen 7:272 en 7:274 BW, sloop en nieuwbouw vanwege een project.
Beroep op dringend eigen gebruik afgewezen, omdat geen sprake is van een (dringend) eigen belang van eiser. Beroep op huurvermindering toegewezen. Een huurvermindering van 10% is evenredig aan de ernst van het gebrek. Beroep op schadevergoeding afgewezen.
Kwalificatie huurovereenkomst en bedoelinen van partijen. Beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Onvoldoende is aannemelijk geworden dat partijen een huurovereenkomst voor bepaalde tijd zijn overeengekomen.
kort geding, nakomen huurovereenkomst, opzegging nietig, eigenrichting Opzegging door verhuurder van huurovereenkomst nietig. Hoofdhuurder is B.V. die het gehuurde onderverhuurt aan een firma die de woning op haar beurt onderverhuurt aan arbeidsmigranten. Voorshands niet gebleken
Beëindiging huurovereenkomst. Ontruiming huurwoning wegen dringend eigen gebruik. Diplomatenclausule.
Opzegging huurovereenkomst woonruimte wegens dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 sub c BW); beëindigingsvordering (art. 7:272 lid 2 BW); beëindiging tegen een voor de uitspraak gelegen datum; verplichting tot verlengingsbeslissing (art. 7:273 lid 2 BW); rechtsgevolgen van ve
Vraag of hoofdverhuurder de hoofdhuurovereenkomst met hoofdhuurder ter zake drie etages met kamers die hoofdhuurder onderverhuurt, kan opzeggen omdat hoofdhuurder een aanbod van hoofdverhuurder tot het sluiten van een nieuwe huurovereenkomst met een hogere huurprijs heeft afgewez
Huur standplaats voor chalet op recreatiepark, chalet is eigendom huurder; permanent wonen door gemeente tientallen jaren gedoogd; park verkrijgt woonbestemming; verhuurder zegt huurovereenkomst op. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2020:5041, ECLI:NL:RBMNE:2020:5042, ECLI:NL:RBMNE:2020:50
- Vordering verhuurder tot beëindiging huurovereenkomst op grond van artikel 7:274 lid 1 onder d BW: weigeren door huurder van een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst; - wijzigen beëindigingsgrond voordat beëindigingsprocedure bij de kantonrechter word
Art 7:274 lid 1 sub e BW bewoning gehuurde in strijd met bestemmingsplan? bezwaar tegen besluit gemeente. geen beroep op r&b nu eiser zelf situatie gecreerd heeft door panden vol te stoppen met individuele huurders. geen onvoorziene omstandigheid.
Art. 7:242 BW, 7:271 BW, 7:272 BW en 7:274 BW. Kort geding. Huur woonruimte. Geen sprake van huurovereenkomst in de zin van Wet doorstroming huurmarkt. Beperking aan in huurovereenkomst voor bepaalde tijd opgenomen verlenging ‘elke keer voor 1 jaar’ is in strijd met de wet. Duur
Huurrecht; 7:236 BW. Verhuur van een perceel op een recreatiepark. Standplaats?
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Dringend eigen gebruik (art. 7:274 lid 1 onder c BW). Belangenafweging.
geen onrechtmatige daad van eigenaren van een studentenhuis jegens de buren in verband met geluidsoverlast
Provisionele vordering. Extra motiveringseisen spoedeisend belang in geval van vordering op grond van artikel 7:274 van het Burgerlijk Wetboek.
Kort geding. Huur woonruimte. Geen rechtstreekse huurovereenkomst met eigenaar tot stand gekomen. Ernstige wanbetaling jegens de onderverhuurder is onder de gegeven omstandigheden en gelet op de aard van de (onder)huurrelatie voldoende grond voor ontruiming. In verband met nadere
Huur van woonruimte. Vordering van de verhuurster tot o.m. beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming is alleen tegen de huurster en niet mede tegen diens echtgenote, van rechtswege mede-huurster, gericht. In die vordering wordt de verhuurster alsnog niet-ontvankelijk verk
Art. 81 lid 1 RO. Huur woonruimte. Beëindiging en ontruiming. Art. 7:272, 274 BW.
huur woonruimte; opzegging op grond van dringend eigen gebruik, te weten herindeling en renovatie; gestelde grond niet aannemelijk gemaakt; geen belangenafweging.
campuscontract; huurovereenkomst voor onbepaalde tijd