Appel van ECLI:NL:RBAMS:2017:5267. Huur van woonruimte. Onderhuur is op de voet van art. 7:269 lid 1 BW voortgezet tussen de hoofdverhuurster en de onderhuurder. De voor het eerst in hoger beroep door de hoofdverhuurster ingestelde vordering tot beëindiging van de voortgezette on
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Art. 7:267, lid 3 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding die reeds 50 jaar duurt van moeder en dochter met licht verstandelijke beperking
Onderhuur; ontruimingsvordering tegen onderhuurder; beheerder van huurwoning presenteert zich als verhuurster, terwijl dit niet klopt. Gesteld noch gebleken dat beheerder volmacht heeft om te procederen voor verhuurster. Geen vorderingsrecht. Afwijzing
Ontruiming woning. Beroep op bestaan onderhuurovereenkomst niet gehonoreerd.
Kort geding vonnis. Toewijzing vordering tot ontruiming (onder)huurders. Geen voortgezette huur i.d.z.v. art 7:269 lid 1 BW. Niet houden van onderhuurder aan onderhuurovereenkomst zou naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.
Kort geding. Ontruiming toegewezen. Beroep op 7:269 BW (bescherming onderhuurder zelfstandige woonruimte) slaagt niet.
De huurovereenkomst met een hoofdhuurder van een pand wordt beëindigd. De man die het pand onderhuurt, mag voorlopig echter blijven. Dat heeft de kantonrechter bepaald.
Geen reële onderhuurovereenkomst nu kennelijk de bedoeling voorlag de ‘onderhuurder’ in de plaats te laten treden van de huurder (art. 7:269 BW). Zie ECLI:NL:GHAMS:2016:4195.
Art. 7:269 lid 1 en 2 BW. Voortzetting onderhuur zelfstandige woning (lid 1). Einde huur na afweging belangen huurder en verhuurder (lid 2). Economische belangen verhuurder wegen zwaarder dan het enkele woonbelang van huurder.
7:269 BW. Huurovereenkomst met gedaagde sub 1 al geëindigd. Gedaagde sub 2 beroept zich onderhuurrelatie. Ontstaan onderhuurrelatie niet aannemelijk geworden dus geen bescherming. Ook aannemelijk dat beeindigingsvordering zou worden toegewezen.
---
Zelfstandige wooneenheden in voormalige zusterflat worden onderverhuurd aan de bewoners. De nieuwe eigenaar stelt een vordering in tegen de voormalig huurder tot vergoeding van de schade wegens onbevoegde onderhuur. De zaak spitst zich toe op de vraag of uit de aard van de overee
Art. 81 lid 1 RO. (Onder)huur woonruimte. Zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW?
Eigenaar woning vordert ontbinding van huurovereenkomst met huurder en beëindiging van onderhuurovereenkomst met onderhuurder. Kantonrechter acht ingebruikgeving aan derden een toerekenbare tekortkoming in nakoming van de huur die ontbinding van huurovereenkomst rechtvaardigt. Ee
Huurrecht. Onderhuur van woonruimte. Vordering o.m. tot vaststelling tijdstip waarop de onderhuurovereenkomst zal eindigen en veroordeling tot ontruiming. Artikelen 7:244 BW en 7:269 lid 1 en lid 2 BW. In het bijzonder toetsing aan artikel 7:269 lid 2 BW. Belangen eiseres (woning
Voortzetting onderhuur bij beëindiging van de huur tussen huurder en verhuurder. Verhuurder vordert in kort geding ontruiming van de woning door onderhuurder. Op grond van het vermoeden dat in een bodemprocedure de vordering van de verhuurder ex artikel 7:269 lid 2 BW zal slagen,
Vordering beëindiging onderhuur ex art. 7:269 lid 2 BW afgwezen.
Daaraan moet nog het volgende, zwaarwegende punt worden toegevoegd. In eerste aanleg heeft De Kombinatie mede aangevoerd dat zij als sociale verhuurster de wettelijke (en statutaire) taak heeft om haar woningen op rechtvaardige en evenwichtige wijze te verdelen onder personen die
Na opzegging zegt door de huurder zet de verhuurder de onderhuurovereenkomst voort. Het beëindigd zijn van de begeleiding is in casu onvoldoende voor de beëindiging van de huurovereenkomst.
Redelijke toepassing artikel 7:270a BW brengt mee dat het niet melden aan de verhuurder van het overlijden van de huurster (opzettelijk of door onwetendheid met dit overlijden) voor risico van de onderhuurder komt. Termijn van 7:269 lid 2 BW gaat pas in op het moment dat de verhu
SWW heeft in eerste aanleg voor zover het [appellanten] betreft, in conventie, kort gezegd gevorderd dat de rechtbank bij vonnis in kort geding, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a) appellanten zal veroordelen de woning aan de [adres] (verder te noemen: de woning) bi
Executiegeschil. Verbod om tot tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis over te gaan. Verhuurder maakt oneigenlijk gebruik van ontruimingsvonnis. Onderhuurovereenkomst is in de plaats getreden van beëindigde huurovereenkomst. Ontruimingsvonnis was gericht tegen de hoofdhuurder