De huurovereenkomst met een hoofdhuurder van een pand wordt beëindigd. De man die het pand onderhuurt, mag voorlopig echter blijven. Dat heeft de kantonrechter bepaald.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:269 BW
Genoemd in 223 uitspraken · Officiële wettekst
223 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Geen reële onderhuurovereenkomst nu kennelijk de bedoeling voorlag de ‘onderhuurder’ in de plaats te laten treden van de huurder (art. 7:269 BW). Zie ECLI:NL:GHAMS:2016:4195.
Kort geding. Huur woonruimte. Vordering tot ontruiming. Huurder heeft toestemming om huisbewaringsovereenkomst met appellant aan te gaan. Huurder heeft echter niet de intentie gehad om ooit naar Nederland terug te keren. Als tussen huurder en appellant al een onderhuurovereenkoms
Woninghuur. Langdurige afwezigheid in buitenland rechtvaardigt ontbinding en ontruiming.
Beëindiging huurovereenkomst met onderhuurder; geen zelfstandige woonruimte ex artikel 7:234 BW. Zie ECLI:NL:GHAMS:2014:5398 en ECLI:NL:GHAMS:2015:903.
Art. 7:269 lid 1 en 2 BW. Voortzetting onderhuur zelfstandige woning (lid 1). Einde huur na afweging belangen huurder en verhuurder (lid 2). Economische belangen verhuurder wegen zwaarder dan het enkele woonbelang van huurder.
7:269 BW. Huurovereenkomst met gedaagde sub 1 al geëindigd. Gedaagde sub 2 beroept zich onderhuurrelatie. Ontstaan onderhuurrelatie niet aannemelijk geworden dus geen bescherming. Ook aannemelijk dat beeindigingsvordering zou worden toegewezen.
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte en veroordeling van huurder tot ontruiming omdat de huurder de verhuurder jarenlang niet in de gelegenheid stelt tot het verrichten van noodzakelijke onderhouds- en vervangingswerkzaamheden aan de woning.
Zelfstandige wooneenheden in voormalige zusterflat worden onderverhuurd aan de bewoners. De nieuwe eigenaar stelt een vordering in tegen de voormalig huurder tot vergoeding van de schade wegens onbevoegde onderhuur. De zaak spitst zich toe op de vraag of uit de aard van de overee
Zelfstandige wooneenheden in voormalige zusterflat worden onderverhuurd aan de bewoners. De nieuwe eigenaar stelt een vordering in tegen de voormalig huurder tot vergoeding van de schade wegens onbevoegde onderhuur. De zaak spitst zich toe op de vraag of uit de aard van de overee
Art. 81 lid 1 RO. (Onder)huur woonruimte. Zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW?
Geen aanspraak op de onderhuurbescherming van artikel 7:269 BW vanwege psuedo-onderhuurovereenkomst. Ontruiming toegewezen. Man heeft sociale huurwoning onderverhuurd aan zijn moeder. Huurovereenkomst is opgezegd. De bedoeling van de man en zijn moeder was er in feite op gericht
Huur woonruimte. Voortzetting onderhuur na eindigen hoofdhuur. Ziet onderhuur op zelfstandige woonruimte? Had onderhuurder hoofdverblijf? Bewijsopdracht.
Onderhuurder onzelfstandige woning heeft geen eigen recht jegens verhuurder. Bij verhuur is geen splitsing beoogd. Overloop waarop vier – afsluitbare – deuren uitkomen is niet te beschouwen als gemeenschappelijke ruimte. Status is niet buiten verhuurder om te wijzigen.
Huurrecht. Onderhuur van woonruimte. Vordering o.m. tot vaststelling tijdstip waarop de onderhuurovereenkomst zal eindigen en veroordeling tot ontruiming. Artikelen 7:244 BW en 7:269 lid 1 en lid 2 BW. In het bijzonder toetsing aan artikel 7:269 lid 2 BW. Belangen eiseres (woning
Beroep op huurbescherming ex 7:268 lid 1 BW. Kwalificatie beëindigde hoofdhuurovereenkomst: betrekkelijk tot woonruimte of 230a-bedrijfsruimte? In overwegende mate voor een ander doel dan bewoning in gebruik?
Executiegeschil. Huurrecht. Vraag of een bovenwoning als een afhankelijke woning in de zin van artikel 7:290 lid 3 BW kan worden aangemerkt. Onderhuurder komt in dit geval geen huurbescherming toe. Onderhuurder dient mee te werken aan executie van tegen hoofdhuurder gewezen ontru
Spoed Kort Geding: Ontruiming woning. Aannemelijk dat sprake is van een onderhuurovereenkomst die door de hoofdverhuurder op de voet van art. 7:269 lid 1 BW wordt voortgezet?
Vordering tot ontbinding en ontruiming hoofdhuur- en onderhuurovereenkomst toegewezen. Vordering tot betaling van de huurpenningen ten aanzien van de onderhuurder niet toewijsbaar, nu de voorgezette huurovereenkomst (ex artikel 7:269 lid 1 BW) met de onderhuurder per dezelfde dat
Woningstichting houdt eiser o.g.v. inmiddels beëindigde hoofdhuurovereenkomst aansprakelijk voor verblijf gedaagde in gehuurde, geleden huurderving en eventuele herstelkosten als gevolg van niet leeg c.q. correct opleveren gehuurde. Eiser vordert in kort geding ontruiming van geh
Voortzetting onderhuur bij beëindiging van de huur tussen huurder en verhuurder. Verhuurder vordert in kort geding ontruiming van de woning door onderhuurder. Op grond van het vermoeden dat in een bodemprocedure de vordering van de verhuurder ex artikel 7:269 lid 2 BW zal slagen,
Vordering in kort geding tot ontruiming tegen hen die verblijven in het pand. Eén gedaagde is verschenen, de overige gedaagden niet. De dagvaarding is nietig ten aanzien van de niet verschenen gedaagde omdat geen aanzegging van het griffierecht is opgenomen, zodat tegen de niet v
Huur woonruimte. Beroep op huurbescherming. Is overeenkomst tot huur van woonruimte naar zijn aard van korte duur? Is het beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar?
Na opzegging zegt door de huurder zet de verhuurder de onderhuurovereenkomst voort. Het beëindigd zijn van de begeleiding is in casu onvoldoende voor de beëindiging van de huurovereenkomst.
Eisers zijn verpachter van een hoeve. Pachter verhuurt een tot het gepachte complex behorende woning. Einde pachtovereenkomst. Maakte woning die niet meer diende tot uitoefening van de landbouw nog deel uit van die pachtovereenkomst? Huurbescherming?