Na overlijden van de moeder, de huurder van een woonruimte, vraagt de zoon die blijkens de GBA sinds 2003 opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Van medehuurderschap ex artikel 7:268 lid 1 BW is niet gebleken. Voortzetting van de huurovereenkomst
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Vordering voortzetting huur, duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen vader en zoon, artikel 7:268 lid 2 BW
voortzetting huurovereenkomst na overlijden hurende ouder; artikel 7:268 lid 2 BW. Uitgevlogen kind dat terugkeert bij hurende zieke moeder na overlijden vader. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, niet voldaan aan verzwaarde stelplicht
Duurzame gemeenschappelijke huishouding ex artikel 7:268 lid 2 BW? Geen reconventionele vordering voor het eerst in hoger beroep.
Een zoon die met zijn moeder tot haar dood in haar sociale huurwoning in Amsterdam-Noord woonde, mag daar blijven wonen. Hij mag de huurovereenkomst voorzetten omdat zij een duurzaam en gemeenschappelijk huishouden hadden.
28 jarige dochter die altijd samen met moeder heeft gewoond, mag na overlijden moeder blijven wonen in huurwoning (artikel 7:268 lid 2 BW)
huurrecht woonruimte; voortzetting huur door samenwoner na overlijden huurder; duurzame gemeenschappelijke woonruimte, artikel 7:268 lid 2 BW
Art. 7:268 BW; overlijden huurder. Zoon doet een beroep op medehuurderschap. Vordering afgewezen nu niet blijkt dat de zoon zijn hoofdverblijf had in het gehuurde, niet blijkt van een gemeenschappelijke huishouding en niet aannemelijk is geworden dat de zoon in staat is de huur t
Huurzaak, vordering ex art. 7:268 lid 2 BW afgewezen, duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Artikel 7:268 BW. Volwassen zoon vordert voorzetting huurovereenkomst tussen verhuurder en overleden moeder. Bijzondere omstandigheden worden doorslaggevend geacht. Verder beoordeling van de vraag of tussen partijen een nieuwe hurovereenkomst tot stand was gekomen.
Voortzetting huur na overlijden – standplaats - - afstemming Huisvestingswet en huurrecht – huisvestingsvergunning – duurzame gemeenschappelijke huishouding - tweeconclusieregel – erkenning – interveniërende partij Verhuurder kan niet meer terugkomen van erkenning dat het gehuurd
Vordering tot ontruiming. Gedaagde stelt zich op het standpunt dat hij de huurovereenkomst heeft voortgezet omdat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Gedaagde beschikt niet over een huisvestingsvergunning.
Geen sprake van een duurzaam gemeenschappelijk huishouden tussen kleindochter en grootmoeder, gelet op de bedoeling die partijen hadden bij de samenwoning, te weten het verzorgen van de zieke grootouder totdat zij zou komen te overlijden.
Huur woonruimte. Voortzetting huur door 59-jarige zoon na het overlijden van zijn moeder die huurder was. Duurzame gemeenschappelijke huishouding kan niet worden aangenomen.
Huurzaak. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden ouders door meerderjarige zoon met eigen kinderen. Woonplaats in Nederland of elders? Woning is volgens verhuurder een seniorenwoning.