Gedaagde is na het overlijden van zijn moeder in november 2020 in de door haar gehuurde woning blijven wonen zonder de huur over te nemen. Beter Wonen wil dat gedaagde de woning ontruimt omdat hij daar zonder recht of titel verblijft en zich pas medio 2023 heeft gemeld. Gedaagde
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
In deze zaak gaat het om de vraag of eiser de huurovereenkomst van zijn overleden vader mag voortzetten. Voor de beantwoording van die vraag is onder meer van belang of eiser en zijn vader een duurzame gemeenschappelijke huishouding hadden. Om dat te kunnen beoordelen heeft de ka
Huurrecht; voortzetting huurovereenkomst artikel 7:268 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding?
Huurrecht. Afwijziging vordering om als medehuurder aangemerkt te worden. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding moeder en meerderjarige dochter.
Een huurder moet de woning van zijn overleden moeder in Amsterdam Nieuw-West binnen een maand verlaten.
voortzetting huur na overlijden ouders, geen sprake van duurzame gemeenschappelijke huishouding, onvoldoende financiele waarborg voor betaling huur
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; overige huurrecht
Vordering tot voortzetting huurovereenkomst (standplaats) van grootmoeder. Geen sprake is van een huurovereenkomst tussen kleinzoon en de Gemeente, Geen sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met grootmoeder en hoofdverblijf op de standplaats, Belangenafweging
Na het overlijden van de moeder verzoekt de zoon de huurovereenkomst te mogen voortzetten. Verhuurder heeft dit verzoek afgewezen. De voorzieningenrechter heeft de vordering tot ontruiming toegewezen en de zoon veroordeeld tot betaling van de huurachterstand. Het hof bekrachtigt
Artikel 234 Rv. Incident ex artikel 234 Rv. Tussenarrest. Ontruiming huurwoning. Vordering tot uitvoerbaar bij voorraadverklaring afgewezen.
Kort geding. Ontruiming. Toewijzing. Gedaagde verblijft op dit moment in de woning van zijn overleden moeder, maar gedaagde kan geen aanspraak (meer) maken op het voortzetten van de huurovereenkomst met betrekking tot die woning. Als de huurder van een woning overlijdt, kan een a
Huurovereenkomst standplaats. De vordering tot het voortzetten van de huurovereenkomst door kleindkind wordt afgewezen, want onvoldoende aangetoond dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding met overgrootmoeder.
Huur woonruimte. Artikel 7:268 BW. Zoon heeft geen duurzame gemeenschappelijke huishouding gevoerd met zijn (overleden) vader.
Vordering voortzetting huur door kind na overlijden ouder op grond van artikel 7:268 lid 2 BW toegewezen. Beroep van verhuurder op overschrijding van de termijn van artikel 7:268 lid 2 BW is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Sprake van gemeenschappel
Huur woonruimte. Vordering medebewoner tot voortzetting van huur na overlijden huurder afgewezen. Medebewoner komt niet in aanmerking van huisvestingsvergunning. Beslissing niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Bijzondere overeenkomst, huurrecht, overige huurrecht.
Vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat gedaagde een vordering tot voortzetting van de huur ex art 7:268 lid 2 BW heeft ingediend en niet voldoende aannemelijk is dat die vordering door de bodemrechter zal worden afgewezen.
art. 7:268 lid 2 BW. Voortzetting huur door zoon na overlijden moeder. Geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De vordering wordt afgewezen.
Kort geding. Inwonende zoon bij moeder. Ontruiming afgewezen. De termijn ex art. 7:268 lid 2 BW voor de zoon om een vordering in te stellen is nog niet verstreken.
Huur; voortzetting huurovereenkomst artikel 7:268 BW; duurzame gemeenschappelijke huishouding?
art. 7:268 lid 2 BW. Vordering tot ontruiming wordt afgewezen. Tussen moeder en zoon heeft een duurzame gemeenschappelijke huishouding bestaan. De zoon zet daarom de huur voort.
Afwijzing vordering tot opheffing blokkade van vermeend huurder op platform voor de verhuur van sociale huurwoningen door samenwerkende woningcorporaties. Bewindvoerder van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat uit artikel 1:441 BW volgt dat de bewindvoerder de onderbewindgest
7:268 BW: vordering voortzetting huur door kleindochter afgewezen. Gemeenschappelijke huishouding niet duurzuum. Subsidiair beroep op gedragscode voor verhuurders slaagt niet. Minderjarig kind.
Stichting Welbions heeft in 1989 een woning verhuurd aan vader van gedaagde. De moeder van gedaagde heeft tot poging gedaan om de gedaagde als medeverhuurder aan te stellen, maar dit verzoek is afgewezen door Welbions. Nadat beide ouders zijn overleden, is gedaagde in de woning b
Huurrecht. Erfgenamen verantwoordelijk voor oplevering woning bij einde huurovereenkomst en aansprakelijk voor de vergoeding ex artikel 7:225 BW bij het niet voldoen aan de opleveringsplicht. Verhuurder heeft echter niet voldaan aan de schadebeperkingsplicht ex artikel 6:101 BW.