Geen medehuurderschap ex art. 7:267 BW; vordering tot voortzetting van de huur na overlijden van de huurder is te laat ingesteld; het beroep van de verhuurder op de vervaltermijn van artikel 7:268 lid 2 BW is in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaar
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Voortzetting huur door ‘samenwoner’ die geen medehuurder is in geval van overlijden van de huurder. Het betreft een ‘terugkeerder’: een volwassen kind dat na zijn jeugd uit huis is gegaan, maar op een gegeven moment bij zijn moeder is ingetrokken. Duurzame gemeenschappelijke huis
Het betreft een ontruimingsgeschil inzake een woningbouwvereniging en een dochter die bij haar moeder inwoonde sinds maart 2015. De woningbouwvereniging heeft een ontruiming gevorderd omdat de moeder is komen te overlijden en de dochter dus zonder rechte of titel in de woning ver
Huur woonruimte, duurzame gemeenschappelijke huishouding bejaarde moeder en 'teruggekeerde' zoon van 57, art. 7: 268 lid 2 BW
Art. 7:268 BW en de zogenaamde 'aflopende' samenwoningsrelatie ouder/kind. In casu doen zich de bijzondere omstandigheden voor waarin de samenleving duurzaam is geweest.
Executie-kort geding tegen ontruiming. In bodemzaak is bewoner niet-ontvankelijk verklaard in vordering op basis van 7:268 lid 2 BW (voortzetting huur ook na zes maanden na overlijden huurder). Huurder was ruim drie jaar eerder overleden. Geen verschoonbare termijnoverschrijding.
Huurrecht. Voortzetting huur door kleinzoon.
Voortzetting huurovereenkomst van overleden partner (art. 7:268 lid 2 BW). Belangen minderjarige kinderen wegen zwaar mee (art. 8 EVRM, art. 3 IVRK). Zie ook ECLI:NL:RBROT:2025:6960 (herstelvonnis)
Overname huur na overlijden huurder. 7:268 BW. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding aangetoond.
Huurrecht. Kort geding. Eiser heeft geen recht op voortzetting van de huurovereenkomst. Artikel 7:268 lid 2 BW. Niet binnen vervaltermijn vordering ingesteld. Het is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardhaar dat verhuurder beroep doet op de vervaltermijn
Huurecht woonruimte; procesrecht. Voorzetting huur door samenwoner (kleinzoon) ex art. 7:268 lid 2 BW na overlijden huurder (grootvader); toets gemeenschappelijke huishouding en duurzaamheid. Belang in cassatie.
Huurrecht woonruimte. Voortzetting van de huur ingevolge artikel 7:268 lid 2 BW? Geen hoofdverblijf. Ontruiming. Uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Huurder overlijdt op 96-jarige leeftijd. De (60 jaar oud zijnde) zoon van de huurder heeft bijna 50 jaar bij zijn vader in de woning gewoond. De zoon heeft niet binnen de in artikel 7:268 lid 2 BW genoemde termijn van zes maanden een vordering ingesteld om de huur te mogen voortz
Verhuur zogenoemde kangoeroewoning. Beroep kleinzoon op art. 7:268 lid 2 BW na overlijden grootvader. Duurzame gemeenschappelijke huishouding op voet art. 7:267 lid 3 aanhef en sub a BW?
7:268 lid 2 BW duurzame gemeenschappelijke huishouding ouder kind
7:268 BW. Geen sprake van een duurzamen gemeenschappelijke huishouding en geen financiele waarborg.
Huurovereenkomst, voortzetten na overlijden.
Voortzetting huur in de zin van artikel 7:268 lid 2 en 3 BW. Geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. Vorderingen in conventie afgewezen. Gevorderde ontruiming in reconventie toegewezen.
huur; zorgverlening van inwonende zoon voor dementerende vader; geen duurzame gemeenschappelijke huishouding; art. 7:268 lid 2 BW
Vordering meerderjarige dochters strekkende tot voortzetting huurovereenkomst van overleden moeder afgewezen, artikel 7:268 lid 2 en lid 3 BW, geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, onvoldoende waarborg voor nakoming huurbetalingsverplichting
Vordering 7:268 lid 2 BW, kleinzoon voerde duurzame gemeenschappelijke huishouding met zijn opa en biedt ook voldoende waarborg voor behoorlijke nakoming van de huur. Vordering in conventie toegewezen. Afwijzing vordering tot ontruiming in reconventie.
Huur woonruimte. Inwonende zoon verzoekt na overlijden laatste ouder voortzetting van de huurovereenkomst op voet van art. 7:268 lid 2 BW. Verhuurster, een toegelaten instelling ex art. 19 Woningwet, wijst verzoek af. Woonruimte te groot voor alleenstaande. Mede gelet op haar taa
Huur. Huurovereenkomst tussen vader (inmiddels overleden) en verhuurder. Voldoet zoon aan de voorwaarden van artikel 7:268 lid 2 en 3 BW om de huurovereenkomst voort te mogen zetten na het overlijden van zijn vader?
Huurrecht. Vordering voortzetting huur na overlijden huurder. Vordering afgewezen- niet voldaan aan eis om aannemelijk te maken dat eiseres de huur in de toekomst zal kunnen voldoen.
Een man die na het overlijden van zijn vader in diens huurwoning bleef wonen, moet daar vertrekken. Ook moet hij ruim 500 euro aan achterstallige huur betalen.