Beroep op artikel 7:268 lid 2 BW afgewezen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
Artikel 7:268 BW. Medehuurderschap. Er is niet vast komen te staan dat eiseres haar hoofdverblijf in het gehuurde had. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De vordering in conventie wordt afgewezen. De vordering in re
Vordering tot voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder. Samenwonen ouder en volwassen kind. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Na overlijden van de moeder, de huurder van een woonruimte, vraagt de zoon die blijkens de GBA sinds 2003 opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Van medehuurderschap ex artikel 7:268 lid 1 BW is niet gebleken. Voortzetting van de huurovereenkomst
KG. Schorsing executie van vonnis ktr in bodemzaak (438 Rv). Incidentele vordering tot schorsing executie al ingesteld bij hof (351 Rv). Datum voor arrest bepaald. Executant wil met executie vonnis niet wachten op beslissing in incident van het hof.
Huurrecht. Voortzetting huurovereenkomst na overlijden moeder. Gemeenschappelijke huishouding onvoldoende onderbouwd. Ontbreken huisvestigingsvergunning. Vordering ontruiming afgewezen.
Ontruiming van een woonwagenstandplaats. Geen huurovereenkomst tot stand gekomen? Toewijzingsbeleid.
Vordering op de voet van artikel 7:628 BW. Eerst via verzoekschrift, en met toepassing van de wisselbepaling verwezen naar de dagvaardingsprocedure. Er is voldaan aan de vereisten van artikel 7:628 BW. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een duurzame gemeenschappelijke hu
Vordering voortzetting huur, duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen vader en zoon, artikel 7:268 lid 2 BW
huur; art. 7:268 lid 2 BW; huurster (pleegouder van inwonende kleinkinderen) overlijdt; inwonende dochter had geen duurzame gemeenschappelijke huishouding met haar moeder en (klein)kinderen.
Huur. Zoon na overlijden huurster in de woning gebleven. Vordering ontbinding in conventie, voortzetten op eigen naam (7:268 BW) in reconventie. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding aangetoond. Toewijzing vordering in conventie.
huurrecht, kort geding, vordering tot ontruiming toegewezen, overlijden huurder, voortzetting huur door ex-echtgenoot? niet voldaan aan voorwaarden 7:268 BW
huur standplaats; ontruiming; vordering voortzetting huurovereenkomst ex art. 7:268 lid 2 BW op grond van hoofdverblijf en gemeenschappelijke huishouding met moeder afgewezen; bekrachtiging Zie ECLI:NL:GHAMS:2018:3256 en ECLI:NL:GHAMS:2019:4069.
uitspraak na tussenvonnis, voortzetting huur na overlijden ex artikel 7:268 BW, duurzame gemeenschappelijke huishouding, vordering in conventie afgewezen, ontruiming toegewezen, veroordeling tot ontruiming niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard
voortzetting huurovereenkomst na overlijden hurende ouder; artikel 7:268 lid 2 BW. Uitgevlogen kind dat terugkeert bij hurende zieke moeder na overlijden vader. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, niet voldaan aan verzwaarde stelplicht
Na overlijden grootmoeder vordert kleinzoon voortzetting van de huur van de standplaats. Niet alleen het ontbreken van een huisvestingsvergunning maar ook het niet voldoen aan de vereisten van het hebben van hoofdverblijf en het met de overledene gevoerd hebben van een duurzame g
Artikel 7:268 lid 2 BW. Niet voldaan aan (verzwaarde) stelplicht ten aanzien van de vereiste gemeenschappelijke huishouding. Ambtshalve oordeel over de proceskosten.
Voorzetting huur door inwonende zoon na overlijden moeder? Terugkeerder. Artikel 7:268 BW. Hoofdverblijf. Duurzame, gemeenschappelijke huishouding. Financiën. Uitvoerbaar bij voorraadverklaring van de vordering tot ontruiming?
Duurzame gemeenschappelijke huishouding ex artikel 7:268 lid 2 BW? Geen reconventionele vordering voor het eerst in hoger beroep.
Een zoon die met zijn moeder tot haar dood in haar sociale huurwoning in Amsterdam-Noord woonde, mag daar blijven wonen. Hij mag de huurovereenkomst voorzetten omdat zij een duurzaam en gemeenschappelijk huishouden hadden.
Een volwassen zoon die bij zijn moeder in Amsterdam-West woonde, moet de sociale huurwoning verlaten nadat zijn moeder is overleden en hij onvoldoende duidelijk heeft gemaakt dat zij een duurzame gezamenlijke huishouding hadden.
28 jarige dochter die altijd samen met moeder heeft gewoond, mag na overlijden moeder blijven wonen in huurwoning (artikel 7:268 lid 2 BW)
Kort geding, ontruiming. Een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen moeder en dochter valt niet uit te sluiten. Ontruiming wordt afgewezen.
Incident ex artikel 351 Rv tot schorsing tenuitvoerlegging. Geen klaarblijkelijke misslag. Geen misbruik van executiebevoegdheid.
Voortzetting huur samenwoner na overlijden huurster. Na het overlijden van oma, die samen met moeder belast is met de zorg over drie kinderen, vordert moeder voortzetting van de huurovereenkomst. Niet gebleken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.