Huurrecht woonruimte. Voortzetting huur door samenwoner na overlijden huurder; duurzame gemeenschappelijke huishouding, art. 7:268 lid 2 BW. Omstandigheden van het geval in onderling verband. Met ouder(s) samenlevend, zelfstandig kind voert slechts onder bijzondere omstandigheden
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:268 BW
Genoemd in 375 uitspraken · Officiële wettekst
375 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huur woonruimte; verzoek tot medehuurderschap (art. 7:267 BW) althans tot voortzetting voor onbepaalde tijd op de voet van art. 7:268 lid 2 BW; gebrek aan belang door ontruiming krachtens kortgedingvonnis? Dat tenuitvoerlegging kortgedingvonnis gevolgen heeft die bezwaarlijk onge
Art. 7:268 BW. Huurrecht. Woonruimte. Voortzetting van huur door samenwoner na overlijden van huurder. Onvoldoende waarborg bieden voor behoorlijke nakoming van de huur. Stelplicht en bewijslast. Duurzame gemeenschappelijke huishouding. Is gezamenlijk voorzien in kosten van huisv
Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Uitleg. Moeten na overlijden huurster tussen verhuurder en in woning wonende volwassen kinderen t.a.v. ontruimingstermijn gesloten overeenkomsten worden aangemerkt als huurovereenkomsten? Maatstaf uitleg en kwalificatie (o.a.: HR 20 dece
Huurrecht. Verzoek tot aanmerken van ‘samenwoner’ als huurder, art. 7:267 BW. Verzoek nog mogelijk na beëindiging van duurzame gemeenschappelijk huishouding? Omstandigheden van het geval.
Artikel 7:268 BW. Vonnis ten onrechte uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Schorsing vonnis. NJ 1982, 445 en NJ 1996, 655. Geen misbruik van recht gesteld.
Toewijzing vordering ex artikel 7:268 lid 2 BW. Duurzame gemeenschappelijke huishouding van moeder en volwassen zoon.
Huurrecht. Overeengekomen voortgezet gebruik door kinderen van wijlen huurster. Huurovereenkomst? Alsgeheeltoets. Ingebruikgeving tegen tegenprestatie in de zin van art. 7:201 BW? Vaststellingsovereenkomst.
Art. 81 RO. Huur. Vordering tot voortzetting huur als bedoeld in art. 7:268 lid 2 BW.
Huur woonruimte. Verzoek om medehuurderschap; duurzame gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in art. 7:628 lid 2 BW, eis van bijzondere lotsverbondenheid.
Huurrecht woonruimte, huurvoortzetting samenwoner na overlijden huurder, vereisten art. 7:268 lid 2 en 3 BW (hoofdverblijf, duurzame gemeenschappelijke huishouding en waarborg behoorlijke nakoming huur). Aanvullende conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:134
Huurrecht woonruimte. Voortzetting huur door samenwoner na overlijden huurder; duurzame gemeenschappelijke huishouding, art. 7:268 lid 2 BW. Omstandigheden van het geval in onderling verband. Met ouder(s) samenlevend, zelfstandig kind voert slechts onder bijzondere omstandigheden
Huur woonruimte. Spoed kort geding. Anders dan de kantonrechter, wijst het hof de vordering tot ontruiming af. Het is aan de bodemrechter om te beslissen of aan alle vereisten voor voortzetting van de huurovereenkomst is voldaan, waarbij de wet voorschrijft dat de huur wordt voor
Vermogensrechtelijke afwikkeling bij informeel samenlevenden. Stilzwijgende afspraak die recht geeft op helft overwaarde woning van de ander? Ongerechtvaardigde verrijking? Verjaring? Redelijkheid en billijkheid? Toepassing verlengingsregel voor echtgenoten en geregistreerde part
Woningbouwvereniging vordert onder meer ontruiming huurwoning na sluiten (verlengde) vaststellingsovereenkomst met meerderjarige kinderen van overlijden huurder. Kantonrechter heeft vaststellingsovereenkomst aangemerkt als huurovereenkomst en de verlenging daarvan als verlenging
Huurrecht. Procesrecht. Voortzetting van huur door samenwoner na overlijden huurder (art. 7:268 BW). Vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg bieden (art. 7:268 lid 3 sub b BW). Financiële verwevenheid en gemeenschappelijke huishouding. Stelplicht en bewijslast. Gerechtelij
Huur woonruimte. Voortzetting van de huur ingevolge artikel 7:268 lid 2 BW?
KG. Ontruiming. Beroep op duurzame gemeenschappelijke huishouding in de zin van artikel 7:268 lid 2 BW. Volwassen dochter keert met haar gezin terug in het door haar vader gehuurde deel van de woning die haar kort daarvoor nog zelf in eigendom toebehoorde. Nieuwe eigenaar vordert
Incident art. 351 Rv. Uitvoerbaar bij voorraad verklaring in het bestreden vonnis berust op een kennelijke misslag. Vordering gebaseerd op artikel 7:268 lid 2 BW. Uit de laatste zinsnede van deze bepaling volgt dat appellant in beginsel gerechtigd is de huur voort te zetten totda
Huur woonruimte. Volwassen kind vordert voortzetting van de huurovereenkomst na overlijden vader op de voet van artikel 7:268 lid 2 BW. Kantonrechter en hof wijzen de vordering af. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding. Verlenging ontruimingstermijn.
Vordering tot voortzetting huurovereenkomst na overlijden hoofdhuurder, artikel 7:268 lid 2 en 3 BW. Geen huisvestingsvergunning overgelegd. Vordering tot voortzetting wordt om die reden afgewezen.
Huur woonruimte. Vordering tot voortzetting huurovereenkomst na overlijden van de huurder. Dat de huurder voor zijn overlijden in een verpleegtehuis was opgenomen, staat niet aan toewijzing van de vordering in de weg.
De vordering tot voortzetting van de huur op grond van artikel 7:268 lid 2 BW wordt afgewezen omdat de huurder vanuit financieel oogpunt onvoldoende waarborg biedt voor nakoming van de huur.
Voortzetting huur ex artikel 7:268 lid 2 BW. 24-jarige vrouw mag in de gehuurde woning van haar overleden vader blijven wonen. Duurzame gemeenschappelijke huishouding voldoende komen vast te staan. Ontruiming in reconventie afgewezen.
Een man mag de huurovereenkomst van zijn overleden levenspartner voortzetten. De mannen hadden namelijk een duurzaam gemeenschappelijk huishouden in de huurwoning.