Gedaagde moet meewerken aan de religieuze echtscheiding (Islamitisch huwelijk). De kantonrechter beslist nog niet wie van partijen het huurrecht van de woning krijgt toebedeeld. De verhuurder krijgt eerst de gelegenheid om zich uit te laten over het al dan niet accepteren van med
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Huurrecht, medehuurderschap 7:267 BW. Niet gebleken van duurzame huishouding. Daarnaast is financiele verwevenheid onvoldoende vast komen te staan.
Toekenning voorlopig huurrecht van de voormalige gemeenschappelijke huurwoning na beëindiging van de relatie van partijen. Het hof maakt een belangenafweging en acht daarbij het belang van de zoon van partijen doorslaggevend. Voldoende aannemelijk is dat appellante de hoofdopvoed
huur woonruimte; recht op medehuurderschap; bejaarde vader wordt verzorgd door zoon; zoon woonde ook al bij de ouders toen vader nog geen zorg nodig had; wel ‘uitgevlogen’ maar op zeer jonge leeftijd al weer teruggekeerd
De vordering in kort geding tot ontruiming van moeder en zoon uit de huurwoning wordt toegewezen. Moeder is sinds mei 2023 opgenomen in een verzorgingstehuis alwaar zij haar noodzakelijke zorg ontvangt. Ook al zou zij overdag in het gehuurde verblijven met hulp van haar zoon maak
Kort geding. De huurovereenkomst is door huurder opgezegd. De neef van huurder, die jaren in de woning heeft gewoond, weigert de woning te verlaten. Het is niet aannemelijk dat hij in aanmerking komt voor medehuurderschap. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen.
Huur woonruimte, kort geding ontruiming. Verzoek medehuurderschap ingediend na einde huur. Niet aannemelijk dat dat bewoner nog status van huurder zal krijgen.
Eiseres vordert een voorlopige voorziening waarbij -samengevat- de kantonrechter bepaalt dat het tijdelijk voortgezet gebruik van de huurwoning uitsluitend aan eiseres toekomt, en om gedaagde te verbieden de woning opnieuw te betreden, op straffe van een dwangsom. Gedaagde voert
In deze zaak vorderen zowel de man als de vrouw te bepalen dat de één – met uitsluiting van de ander – het huurrecht toekomt van de woning waarvan zij beiden contractueel medehuurder zijn.
geen duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Huurrecht. Kort geding. Samenwoners. Beide contractueel hoofdhuurder. Einde relatie. In conventie en reconventie vorderen beide huurders het exclusieve gebruiksrecht. Afwijzing vorderingen. Naar het voorshands oordeel van de voorzieningenrechter heeft geen van partijen een voldoe
Geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen zoon en zijn gezin en de ouders van de zoon. Van belang is dat de zoon wisselend verklaart over de omstandigheden rondom het gaan inwonen bij zijn ouders. De intentie van de zoon om duurzaam te gaan samenwonen met
Huurrecht. Afwijziging vordering om als medehuurder aangemerkt te worden. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding moeder en meerderjarige dochter.
huurovereenkomst woonruimte; contractuele medehuurster heeft al lange tijd geen hoofdverblijf meer in de woning; artikel 7:267 lid 5 BW van toepassing?; mede aansprakelijk voor huurachterstand?
Verzoek medehuurderschap, duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Huurrecht. Afwijzing verzoek vaststelling medehuurderschap van twee broers. Duurzaamheid van gemeenschappelijke huishouding.
Huur woonruimte. Kort geding. Molukse wijk. Verblijft gedaagde zonder recht of titel in de woning? Of heeft hij een aanspraak op grond van het rumah tua principe uit het door verhuurder met de wijkraad gesloten convenant dan wel op andere grond?
Huurrecht. 7:267 lid 7 BW, ex-partners hebben veel gelijke belangen, maar woning wordt aan vrouw toegeween omdat zij meer gebonden is bij de buurt. Vordering man vergoedingsrecht o.g.v. samenlevingsovereenkomst afgewezen.
Conflict tussen ex-partners en contractuele medehuurders over wie van hen in de woning mag blijven wonen. Belangenafweging.
Huurrecht / huurovereenkomst uit 1995 / 1] huurovereenkomst woning of gemengde huurovereenkomst van woning met 230a-bedrijfsruimte (haviltex) / 2] ingestemd met medehuur / 3] huurder kan niet namens medehuurder mee opzeggen, medehuurder van rechtswege huurder.
Volwassen kind nog inwonend bij ouder. Medehuurderschap 7:268 afgewezen. Financiële verwevenheid niet gebleken, meer mantelzorg relatie.
Partijen hadden voorheen een affectieve relatie die inmiddels is geëindigd. Beiden willen in de gezamenlijke sociale huurwoning blijven wonen en vorderen over en weer dat hen uitsluitend het huurrecht toekomt van de woning (art. 7:267 lid 7 BW). Partijen hebben samen een kind en
De zaak gaat in conventie over een vordering tot het voorlopig toevertrouwen van een minderjarige aan eiseres, en verder om vorderingen tot meewerken (door gedaagde, die huurder van de ‘echtelijke woning’ is) aan het indienen van een verzoek aan de verhuurder tot het vaststellen
Vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat gedaagde een vordering tot voortzetting van de huur ex art 7:268 lid 2 BW heeft ingediend en niet voldoende aannemelijk is dat die vordering door de bodemrechter zal worden afgewezen.
Deze zaak gaat over het exclusief gebruik van de woning door een van de contractuele medehuurders. Artikel 7:267 lid 7 BW. Belangenafweging.