Kort geding. Vordering ontruiming woonruimte. Eerder verzoek tot medehuurderschap is niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet betalen griffierecht. Hoger beroep ingesteld tegen de niet-ontvankelijkheidsbeslissing. Gedaagde verblijft zonder recht of titel in de woning. Ontruiming
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Huur woonruimte. Verzoek om medehuurder te worden. Vader en zoon. Weigeringsgronden. Is er een gezamenlijke huishouding en is die duurzaam? Financiële gegoedheid.
Huur. Ontbinding en ontruiming toegewezen. Huurder heeft hoofdverblijf elders. Beoogd medehuurder moet ook het gehuurde verlaten. Reconventionele vordering medehuurschap 7:267 BW afgewezen. Geen gezamenlijke huishouding.
De 38-jarige dochter van een huurster van een woning in Amsterdam mag medehuurder worden naast haar moeder.
Vordering medehuurschap afgewezen. Niet minimaal 2 jaar hoofdverblijf in het gehuurde.
Toedeling huurrecht aan een van de contractuele medehuurders op grond van artikel 7:267 lid 7 BW.
Kort geding. Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Verzoek o.g.v. artikel 7:267 lid 7 BW tot uitsluitend gebruik van de huurwoning. Belangenafweging.
kort geding, voortzetting gebruik huurwoning, belangenafweging, huiselijk geweld tegen vrouw, man door opgelegd huisverbod al elders verbleven, hoger inkomen man dus aannemelijk dat hij grotere kans heeft elders woonruimte te vinden, wijst tijdelijk voortzetting gebruik toe aan v
Bodem (tussenbeschikking): gezag, omgang, hoofdverblijfplaats. Voorlopige voorzieningen (223 Rv) gezag, omgang. Doorverwijzing naar kantonrechter voor verzoeken ten aanzien van het huurrecht en uitsluitend gebruik van de woning (samenwoners).
Huurrecht woonruimte. Medehuurderschap ‘ingevlogen’ volwassen zoon (mantelzorger) met moeder-huurder (art. 7:267 BW). Duurzame gemeenschappelijke huishouding; gebrek aan wederkerigheid, afwijkende bedoeling samenwoning.
Gezamenlijk verzoek dat vrouw huurovereenkomst niet voortzet. Artikel 96 Rv en 7:267 lid 7 BW
Voorlopig uitsluitend gebruiksrecht woning. Bekrachtiging vonnis voorzieningenrechter na belangenafweging.
Medehuurderschap meerderjarig kind. Artikel 7:267 BW. Gemeenschappelijke duurzame huishouding? Voldoende financiële draagkracht? Tussenvonnis, bewijslevering.
De woningstichting had een huurovereenkomst met de moeder van partij A. De moeder is overleden. Partij A vordert om voor recht te verklaren dat met ingang van het overlijden van zijn moeder de huur van de woning voortzet en dat hij de huurder van de woning wordt. De woningstichti
De rechtbank bepaalt dat partij B met uitsluiting van de betrokkene gerechtigd is tot het gebruik van de woning en dat de bewindvoerder het deel van de huurovereenkomst van betrokkene dient op te zeggen en de woning met het van betrokkene zijne zal dienen te verlaten.
artikel 96 Rv; gezamenlijke vordering dat medehuurder huurovereenkomst gehuurde niet zal voortzetten artikel 7:267 lid 7 BW.
Verzoek tot toekennen medehuurderschap afgewezen. Verzoek medehuurderschap afgewezen door gerechtshof. Arrest Hof nog niet onherrroepelijk dus geen kracht van gewijsde. Eiser handelt in strijd met goede procesorde (gesloten stelsel van rechtsmiddelen) door hetzelfde verzoek nogma
Kort geding. Affectieve relatie hoofdhuurders geëindigd. Vordering tot exclusief gebruik van het gehuurde. Belangenafweging. Art. 7:267 lid 7 BW.
Voortzetting huurovereenkomst na overlijden. Termijn artikel 7:268 BW.
Huurrecht. Contractueel medehuurder. Aansprakelijkheid voor betalen huur na vertrek uit de woning. Woonplaatskeuzebeding in de algemene voorwaarden.
De huurder van een sociale huurwoning van de verhuurder is overleden. De vordering van eiser (de broer/inwoner) om de huur voort te zetten wordt afgewezen. Eiser heeft zijn standpunt niet onderbouwd, het gemotiveerde verweer van de verhuurder niet weersproken en zich op de zittin
Kort Geding. Vordering tot ontruiming wordt toegewezen. Huurder heeft geen hoofdverblijf meer in de woning en er is geen duurzame gemeenschappelijke huishouding van twee jaar
Eisers vorderen een verklaring voor recht dat zij als medehuurder worden aangemerkt voor de huurwoning. De kantonrechter legt eisers een bewijsopdracht op, om aan te tonen dat er sprake is van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Huurrecht. Ex-partners willen in de gezamenlijke sociale huurwoning blijven wonen en vorderen over en weer dat hen uitsluitend het huurrecht toekomt van de woning. Artikel 7:267 lid 7 BW. Belangenafweging.
Dochter wordt aangemerkt als medehuurder van vader, omdat duurzame gemeenschappelijke huishouding vast komt te staan.