Kort geding. Affectieve relatie tussen partijen (niet gehuwd, geen geregistreerde partners, geen samenlevingsovereenkomst) is geëindigd. Vrouw met twee kinderen, die het gehuurde daarna heeft verlaten, vordert dat haar voormalige partner het gehuurde ontruimt. Vordering wordt afg
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 13 · live
Huurrecht woonruimte. Verzoek ex artikel 7:267 BW van zoon om hem als medehuurder te verklaren van zijn 87-jarige hulpbehoevende moeder. Stelplicht m.b.t. duurzame gemeenschappelijke huishouding. Verzoek afgewezen.
Huur woonruimte; kort geding; verhuurder vordert ontruiming; brief met verzoek tot huurovername door medehuurder (dat tot en met de Hoge Raad is afgewezen) kan voorshands niet als opzegging worden aangemerkt; ontruimingsvordering afgewezen.
Art. 7:268 BW; overlijden huurder. Zoon doet een beroep op medehuurderschap. Vordering afgewezen nu niet blijkt dat de zoon zijn hoofdverblijf had in het gehuurde, niet blijkt van een gemeenschappelijke huishouding en niet aannemelijk is geworden dat de zoon in staat is de huur t
Huur woonruimte. Inhoud van de huurovereenkomst na informele overneming van het gebruik van de woning vele jaren geleden. Verwijt van verboden onderhuur zolderberging en belangrijke rol bij onderverhuur volledige andere woning van dezelfde verhuurder. Bewezen na getuigenverhoren
Huur woonruimte: veroordeling van hoofdhuurder tot medewerking aan het doen van een verzoek ex artikel 7:267 BW aan verhuurder op grond van onrechtmatige daad, belangenafweging, vordering tot ontruiming afgewezen, bewindvoerder formele procespartij.
Huur woonruimte; vader/huurder vertrokken zonder opzegging huur; acceptatie door verhuurder van zoon als huurder na meer dan twintig jaar verblijf in gehuurde voorshands bewezen; tegenbewijs niet geslaagd.
Na cassatie dient te worden onderzocht of belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woningen die voortvloeit uit de toepassing van artikel 17a UBIB 2001 in betekenende mate (dat wil zeggen 10 percent of meer) hoger is dan de werkelijke waarde in het economisch
Ontruiming op grond van dringend eigen gebruik. Huur opgezegd aan 94-jarige hoofdhuurder. Verhuurder verzuimt de huurovereenkomst van medehuurder (tevens) op te zeggen. Aan (verdere) inhoudelijke beoordeling wordt niet toegekomen. In die situatie, daar waar de huurovereenkomst me
Huurrecht. Verzoek tot aanmerken van ‘samenwoner’ als huurder, art. 7:267 BW. Verzoek nog mogelijk na beëindiging van duurzame gemeenschappelijk huishouding? Omstandigheden van het geval.
huurrecht; inwonende geen medehuurder; beroep op bescherming art. 7:269 BW faalt, want volgens eigen stellingen onderhuurt inwonende slechts gedeelte zelfstandige zelfstandige woning, zodat geen onderhuur van (hele) zelstandige woning
Ontruiming.
Geen medehuur want geen duurzame gemeenschappelijke huishouding als bedoeld in art. 7:267, lid 1, BW tussen moeder en zoon die bij de moeder is ingetrokken om haar te verzorgen. Omstandigheden onder meer: bijstandsuitkering voor éénpersoonshuishouding, geen daadwerkelijke financi
Vordering tot vernietiging samenlevingsovereenkomsten. Titel 5 van Boek 6 in beginsel van overeenkomstige toepassing (art. 6:216) BW. Voor zover overeenkomst vermogensrechtelijke onderwerpen regelt, staat aard van overeenkomst niet aan beroep op dwaling in de weg. Art. 6:228 lid
medehuurderschap?; hoofdverblijf?
Huurrecht vakantiehuisje. Verdeling contractuele medehuur, ex art. 3:185 BW. Belangenafweging.
Vordering in kort geding betreffende huurwoning. Na verbreking affectieve relatie vordert de moeder te bepalen dat zij met uitsluiting van de vader gerechtigd zal zijn tot gebruik van de voormalige gezamenlijke woning, met bevel dat de vader de woning dient te verlaten. Tevens vo
Recht op medehuurderschap ex artikel 7:267 BW? Eiseres heeft samengewoond met haar ex-partner in een huurwoning waarvan haar ex-partner huurder was. Inmiddels is de relatie beëindigd en heeft de huurder de huur van de woning opgezegd. Nadat de relatie is verbroken en eiseres uit
Huurrecht. Vordering bepaling medehuurderschap. In eerste aanleg gezamenlijk verzoek van huurder en beofgde medehuurder afgewezen; alleen beoogde medehuurder komt in hoger beroep. Niet-ontvankelijk.
Moeder en zoon vorderen dat wordt bepaald dat zoon medehuurder zal zijn. Zoon is 43 jaar oud en woont zijn hele leven bij zijn moeder die hij ook verzorgt. Verhuurder heeft verzoeken van moeder en zoon om in te stemmen met medehuurderschap van de zoon steeds afgewezen omdat er in
meerderjarig inwonend kind vraagt voortzetting huurovereenkomst na overlijden van moeder, die contractuele medehuurder is. Verzoek afgewezen doordat huurovereenkomst met elders wonende vader, die ook contractuele medehuurder is, door verhuurder wordt voortgezet en meerderjarig ki
Vordering medehuurderschap door volwassen zoon die bij oude moeder is gaan inwonen. Vordering te vroeg ingesteld om duurzaamheid te kunnen aannemen.
Huurrecht: na beëindigen relatie blijft ex-partner, niet zijnde de contractuele huurder, in huurwoning wonen. Op grond van belangenafweging volgt afwijzing vordering van contractuele huurder om aan hem het huurrecht van de gehuurde woning toe te kennen.
Appellant is medehuurder van de woonwagen, huurder geworden nadat zijn ex-vrouw de woonwagen heeft verlaten. Woonwagen en standplaats zijn als één geheel verhuurd. de woonwagen is tenietgegaan. Daardoor kan de vordering tot terbeschikkingstelling van enkel de standplaats, niet wo
Huurzaak. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte. Gemeenschappelijke huishouding. Dringend eigen gebruik. Rechtsopvolging.