Een vrouw wordt medehuurder van een huurwoning in Amsterdam, ondanks dat zij noodgedwongen de woning met de man die daar hoofdhuurder is en met wie zij samenwoonde al had moeten verlaten.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 11 · live
Aanvraag woningurgentie dakloos met minderjarige kinderen. Om aan urgentievoorwaarden te voldoen, moet eiseres eerst proberen via de civiele rechter medehuurder te worden en het huurrecht te verkrijgen van de woning van haar ex. Beroep ongegrond.
Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst na burgemeesterssluiting.
huur; voortzetting huurovereenkomst na overlijden moeder?
Huurrecht. Ontruiming woning na overlijden huurder toegewezen, geen sprake van medehuurderschap.
Huurrecht. Verzoek medehuurderschap. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Medehuurderschap, is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding?
Geschil over toedeling huurwoning na beëindiging informele samenleving.
Huurrecht. Verzoek medehuurderschap. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Verzoek medehuurderschap, ouder-kind
huurrecht, wietplantage, geen medehuurder
komt ex partner in aanmerking voor medehuurderschap ? Tussenvonnis
kort geding, huur, gebruiksrecht gezamenlijke huurwoning, afgifte goederen.
Na overlijden van de moeder, de huurder van een woonruimte, vraagt de zoon die blijkens de GBA sinds 2003 opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Van medehuurderschap ex artikel 7:268 lid 1 BW is niet gebleken. Voortzetting van de huurovereenkomst
Huur woonruimte. Ontbinding en ontruiming. Huurder is door het niet bewonen van de gehuurde woning tekortgeschoten ex artikel 7:213 BW. Inwonende zoon is geen (mede)huurder.
Een vrouw is medebewoner van een sociale huurwoning in Amsterdam. Zij stelt dat zij een gemeenschappelijke huishouding heeft met de huurder van die woning met wie zij een liefdesrelatie heeft. Zij hebben voldoende gegevens verstrekt waaruit hun relatie en gemeenschappelijke huish
kort geding. Gebruik woning na beëindigen relatie en contactregeling met kinderen.
Huur woonruimte. Betekenis beding in erfpachtakte tussen gemeente en oorspronkelijke verhuurder met betrekking tot huurprijsverhogingen. Overgang naar andere verhuurder. Allonges met betrekking tot huurprijsverhogingen in relatie tot beding in erfpachtakte. Belang van appellanten
Voorlopige voorziening op grond van artikel 7:267 lid 7 BW. Vordering toegewezen.
Kamerverhuur vanaf 1995. Huurders stellen zich op het standpunt dat sprake is van contractueel medehuurderschap als bedoeld in artikel 7:267 BW. Subsidiair: Vanaf 1995 zijn nieuwe huurders telkens door de zittende huurders gezocht en toegelaten met instemming van de toenmalige ve
Huurrecht woonruimte. Kort geding. Artikel 7:267 lid 3 BW. Belangenafweging wie recht heeft op gebruik van de woning. De vrouw is als enige met ouderlijk gezag belast. Belang van de kinderen doorslaggevend. Belang van de man minder zwaarwegend. Gebod aan de man tot het verlenen v
Een dementerende huurder met het syndroom van Korsakov mag in zijn woning in Osdorp blijven, hoewel hij in strijd met de regels zonder toestemming van verhuurder De Alliantie een vriendin en haar kinderen daar liet wonen.
Tijdelijk gebruiksrecht huurwoning na verbreking relatie. Afspraken in samenlevingsovereenkomst en artikel 7:267 lid 7 BW. Belangenafweging.
Verklaring voor recht buitengerechtelijke ontbinding o.g.v. artikel 7:231 lid 2 BW toegewezen.
voortzetting huurovereenkomst na overlijden hurende ouder; artikel 7:268 lid 2 BW. Uitgevlogen kind dat terugkeert bij hurende zieke moeder na overlijden vader. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding, niet voldaan aan verzwaarde stelplicht