Verklaring voor recht dat eiser medehuurder is. Dat hij het verzoek bij de woningcoöperatie alleen heeft gedaan, maakt niet dat hij niet-ontvankelijk is. HIj heeft namelijk aan de overige vereisten voor medehuurderschap voldaan. Hij heeft het verzoek tijdig gedaan, dat kan nameli
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:267 BW
Genoemd in 349 uitspraken · Officiële wettekst
349 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Huurrecht; vordering tot het bepalen dat bewoonster van huurwoning medehuurder wordt. Vordering afgewezen, omdat eisers niet aan hun verzwaarde stelplicht hebben voldaan ten aanzien van het bestaan van een gemeenschappelijke huishouding. Verhuurster heeft tegen huurder een tegenv
Gedaagde moet meewerken aan de religieuze echtscheiding (Islamitisch huwelijk). De kantonrechter beslist nog niet wie van partijen het huurrecht van de woning krijgt toebedeeld. De verhuurder krijgt eerst de gelegenheid om zich uit te laten over het al dan niet accepteren van med
Kort geding. De huurovereenkomst is door huurder opgezegd. De neef van huurder, die jaren in de woning heeft gewoond, weigert de woning te verlaten. Het is niet aannemelijk dat hij in aanmerking komt voor medehuurderschap. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen.
Huur woonruimte, kort geding ontruiming. Verzoek medehuurderschap ingediend na einde huur. Niet aannemelijk dat dat bewoner nog status van huurder zal krijgen.
geen duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Geen sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding tussen zoon en zijn gezin en de ouders van de zoon. Van belang is dat de zoon wisselend verklaart over de omstandigheden rondom het gaan inwonen bij zijn ouders. De intentie van de zoon om duurzaam te gaan samenwonen met
Huurrecht. Afwijziging vordering om als medehuurder aangemerkt te worden. Geen duurzame gemeenschappelijke huishouding moeder en meerderjarige dochter.
huurovereenkomst woonruimte; contractuele medehuurster heeft al lange tijd geen hoofdverblijf meer in de woning; artikel 7:267 lid 5 BW van toepassing?; mede aansprakelijk voor huurachterstand?
Verzoek medehuurderschap, duurzaam gemeenschappelijke huishouding
Huurrecht. Afwijzing verzoek vaststelling medehuurderschap van twee broers. Duurzaamheid van gemeenschappelijke huishouding.
Huurrecht / huurovereenkomst uit 1995 / 1] huurovereenkomst woning of gemengde huurovereenkomst van woning met 230a-bedrijfsruimte (haviltex) / 2] ingestemd met medehuur / 3] huurder kan niet namens medehuurder mee opzeggen, medehuurder van rechtswege huurder.
Partijen hadden voorheen een affectieve relatie die inmiddels is geëindigd. Beiden willen in de gezamenlijke sociale huurwoning blijven wonen en vorderen over en weer dat hen uitsluitend het huurrecht toekomt van de woning (art. 7:267 lid 7 BW). Partijen hebben samen een kind en
De zaak gaat in conventie over een vordering tot het voorlopig toevertrouwen van een minderjarige aan eiseres, en verder om vorderingen tot meewerken (door gedaagde, die huurder van de ‘echtelijke woning’ is) aan het indienen van een verzoek aan de verhuurder tot het vaststellen
Vordering tot ontruiming wordt afgewezen omdat gedaagde een vordering tot voortzetting van de huur ex art 7:268 lid 2 BW heeft ingediend en niet voldoende aannemelijk is dat die vordering door de bodemrechter zal worden afgewezen.
Kort geding. Inwonende zoon bij moeder. Ontruiming afgewezen. De termijn ex art. 7:268 lid 2 BW voor de zoon om een vordering in te stellen is nog niet verstreken.
Zoon (geen medehuurder) wil de huurovereenkomst van zijn overleden vader (de huurder) voortzetten. Vordering wordt afgewezen, omdat een huisvestingsvergunning ontbreekt. Bovendien is onvoldoende gebleken van een duurzame gemeenschappelijke huishouding (art. 7:268 lid 3 BW)
Geen sprake van dringend eigen gebruik. Toewijzing verklaring voor recht dat gedaagde een kamer huurt in de woning en niet de hele woning.
Huur woonruimte. Vordering tot medehuurderschap. Eisers niet-ontvankelijk verklaard. Sprake van twee hoofdhuurder. Vordering slechts ingediende door één hoofdhuurder. Prceskosten worden gecompenseerd. Informatie inzake medehuurderschap op website verhuurder is onvoldoende duideli
Huur woonruimte. Vordering ontbinding en ontruiming i.v.m. niet hebben hoofdverblijf en ingebruikgeving gehuurde.. Ten aanzien van 1 hoofdhuurder is ontbindingsvordering toegewezen. Deze hoofdhuurder woont reeds gedurende langere tijd niet meer in het gehuurde. Ten aanzien van an
Bijzondere overeenkomst; huurrecht; woonruimte ontbinding/ontruiming
Huurovereenkomst op naam van de vrouw. Samenlevingsovereenkomst.
verzoek medehuurderschap ex artikel 7:267 lid 1 BW afgewezen; geen duurzame gemeenschappelijke huishouding moeder en zoon aangetoond; verhuurder heeft geen duidelijk beleid en dat vergroot kans op willekeur; verhuurder wordt in overweging gegeven de (haar) regels voor een succesv
twee gedaagden, verstek, artikel 140 lid 3 Rv, artikel 7:267 lid 1 BW, geen medehuurder, geen zwaarwegende omstandigheden, ontruiming toegewezen
Eindarrest na niet-verschijnen tijdens mondelinge behandeling en niet verstrekken van in tussenarrest (zie ECLI:NL:GHARL:2023:1614) gevraagde inlichtingen i.v.m. verzoek van zoon en echtgenote om medehuurder te mogen worden van de door vader gehuurde woning.