Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens ernstige tekortkoming tegenover verhuurder voordat huurder in huwelijk trad; rechtsgevolgen van beëindiging voor de echtgenote als medehuurder in de zin van art. 7:266 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:266 BW
Genoemd in 275 uitspraken · Officiële wettekst
275 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Opzegging door contractueel medehuurder uitsluitend voor zichzelf. Hof ziet geen redenen van wens om artikel 7:266 BW analoog toe te passen.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte door curator van gefailleerde huurder; geldt deze opzegging ook de medehuurder? Hadden de huurders een gezamenlijke en ondeelbare vordering op de verhuurder? Veroordeling tot betaling van zowel achterstallige
Huurrecht artikel 7:266 BW, artikel 7:271 BW en artikel 21 Rv. Kortgeding tot ontruiming van een woning. Het gaat om een huurovereenkomst van korte duur (twee jaar). Huurder stelt zich op het standpunt dat niet tijdig en correct is aangezegd. De aanzegging dat de huurovereenkomst
Huur woonruimte. Huurder mag de huur opzeggen zonder medewerking van de wettelijke medehuurder, ook als in de aanhangige echtscheidingsprocedure is gevraagd om toedeling van het huurrecht aan die medehuurder. Opzeggingsformaliteiten.
Huur; ontbinding?; voortzetting huur op grond van 7:268 lid 2 BW; verzoek niet binnen zes maanden
Huur. De rechtspositie van de in het gehuurde woonachtige echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder (artikel 7:266 BW). Complicaties: ontruimingsvonnis jegens één van partners en een echtscheiding. Geen analoge toepassing van artikel 7:267 lid 7 BW, want er is geen (nieu
Huurrecht. Afwijzing vordering tot bepaling van het einde huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik.
Tijdelijke huurovereenkomst obv Leegstandswet, vordering tot ontruiming afgewezen omdat echtgenoot van huurder medehuurder is en er geen opzegging is gedaan aan beide echtgenoten afzonderlijk.
Echtscheiding, huurrecht. Man heeft na indiening van het verzoek het huurrecht van de echtelijke woning opgezegd en is een nieuwe huurovereenkomst aangegaan. Gevolgen voor het verzoek om te bepalen dat de man respectievelijk de vrouw huurder zal zijn van de oorspronkelijke echte
De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen. Cocaïnevondst in de berging.
Kort geding. Ontruiming toegewezen. Persoon woonde in bij zijn vader. Vader heeft huurovereenkomst opgezegd. Verhuurder heeft geen plicht om huurovereenkomst aan te gaan.
kort geding, aannemelijk dat de bodemrechter het verzoek tot medehuurderschap zal afwijzen, waardoor gedaagden zonder recht of titel in de huurwoning verblijven. Ontruiming toegewezen, belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel.
Prejudiciële vragen. Huurrecht. Heeft beslissing o.g.v. art. 7:267 lid 7 BW werking jegens de verhuurder? Is art. 7:267 lid 7 BW ook van toepassing op contractuele medehuur en, zo ja, heeft de beslissing op grond van die bepaling dan ook werking jegens de verhuurder?
Artikel 7:266 lid 1 en lid 3 BW. Huurder treedt in het huwelijk nadat hij tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst en daardoor een grond tot ontbinding van de huurovereenkomst heeft doen ontstaan. Rechtsgevolgen voor echtgenote als medehuurder.
huur standplaats woonwagen; hoofdverblijf; bewijsbeding onredelijk bezwarend; ontbinding en ontruiming vanwege niet houden hoofdverblijf op de standplaats; ontbinding en ontruiming ook t.a.v. medehuurder (art. 7:266 BW)
Artikel 7:266 BW Huur en medehuur van rechtswege. Door de opzegging van huurder is medehuurder gepromoveerd tot huurder. Verhuurder heeft deze promotie van medehuurder tot huurder te aanvaarden.
Ontbinding huurovereenkomst woning vanwege in gebruik geven aan derden. Medehuurster is naast huurder hoofdelijk aansprakelijk voor nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst.
Kort geding. Verhuurder heeft de woning van huurders ontruimd en de sloten van het gehuurde vervangen. Huurders vorderen toelating tot de woning, terugplaatsing van de verwijderde inboedel en schadevergoeding. Het verweer van verhuurder dat de huurders de huurovereenkomst hebben
huurrecht; medehuurderschap echtgenoot ex artikel 7:266 BW; echtscheiding; opnieuw (mede)huurderschap echtgenoot na verbreking samenwoning gedurende meer dan vier jaar?
Executiegeschil. Huurder vordert schorsing van de tenuitvoerlegging tot ontruiming van de woning totdat in hoger beroep op een door hem in te stellen incidentele vordering ex art. 351 Rv is beslist. Vordering afgewezen, geen sprake van misbruik van recht, dan wel van een juridisc
Processueel ondeelbare rechtsverhouding. In eerste aanleg vordert verhuurder ontbinding en ontruiming tegen man en vrouw. In een verstekvonnis worden die vorderingen afgewezen. Verhuurder gaat in appel, maar dagvaardt in hoger beroep alleen de man. Omdat de verhuurder met een ver
Huurrecht. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens ernstige tekortkoming tegenover verhuurder voordat huurder in huwelijk trad; rechtsgevolgen van beëindiging voor de echtgenote als medehuurder in de zin van art. 7:266 BW.
Na ontdekking van de hennepkwekerij, maar vóórdat de kantonrechter de ontbinding uitspreekt, trouwt de huurder. Door het huwelijk wordt de echtgenote medehuurder. Na de ontbinding van de huurovereenkomst wordt zij huurder en de oorspronkelijk huurder/hennepkweker van rechtswege