Kort geding. Vordering tot ontruiming standplaats woonwagen na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst ex artikel 7:231 lid 2 BW. Belangenafweging.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:266 BW
Genoemd in 275 uitspraken · Officiële wettekst
275 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
huur standplaats woonwagen; hoofdverblijf; bewijsbeding onredelijk bezwarend; ontbinding en ontruiming vanwege niet houden hoofdverblijf op de standplaats; ontbinding en ontruiming ook t.a.v. medehuurder (art. 7:266 BW)
Huurovereenkomst, hoofdverblijf na opname in verzorgingstehuis
Vordering tot ontruiming van een sociale woningstichting na overlijden huurder. Beroep van ‘achterblijver’ op (analoge) toepassing van artikel 7:266 BW of artikel 7:267 BW. Sauvering van de overschrijding van de zesmaandstermijn van artikel 7:268 lid 2 BW?
Artikel 7:266 BW Huur en medehuur van rechtswege. Door de opzegging van huurder is medehuurder gepromoveerd tot huurder. Verhuurder heeft deze promotie van medehuurder tot huurder te aanvaarden.
Een huurster van een woning in Amsterdam-West mag daar terugkeren nu de woning na een brand is hersteld.
ontruiming woonwagen, geen medehuur
Kort geding. Ontruiming woonruimte. Huurster woont al jaren niet meer in het gehuurde. Zij is in kort geding tot ontruiming veroordeeld, evenals haar zoon en diens vriendin die in het gehuurde woonden. Deze drie zijn niet in appel gekomen. Het hoger beroep betreft de (in eerste a
huur woonruimte; bij echtscheiding wordt man aangewezen als huurder, maar de vrouw verblijft daar met kinderen. De man zegt na enige tijd de huur op. Handelt de vrouw onrechtmatig door (vóór respectieveijk na huurbeëindiging) in de woning te verblijven?
Echtscheiding. Toewijzing huurrecht. Belangenafweging.
huurrecht; medehuurderschap echtgenoot ex artikel 7:266 BW; echtscheiding; opnieuw (mede)huurderschap echtgenoot na verbreking samenwoning gedurende meer dan vier jaar?
Vordering ontbinding en ontruiming tegen huurder die het gehuurde gedurende enkele jaren niet meer zelf bewoont maar heeft "overgedaan" aan zijn voordien inwonende zoon met gezin. Geen stilzwijgende huurovereenkomst met de zoon ontstaan. Toewijzing.
Huurrecht. Verzoek tot aanmerken van ‘samenwoner’ als huurder, art. 7:267 BW. Verzoek nog mogelijk na beëindiging van duurzame gemeenschappelijk huishouding? Omstandigheden van het geval.
Huur van woonruimte. Vordering van de verhuurster tot o.m. beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming is alleen tegen de huurster en niet mede tegen diens echtgenote, van rechtswege mede-huurster, gericht. In die vordering wordt de verhuurster alsnog niet-ontvankelijk verk
De voorzieningenrechter veroordeel vader, [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] de woning te ontruimen en te verlaten.
Huur woonruimte. Kort geding. Vordering tot verbod van executie van een ontruimingsvonnis hangende hoger beroep wordt afgewezen. Geen noodtoestand, vonnis berust niet op juridische of feitelijke misslag.
Ontbinding huurovereenkomst wegens sloop.
Huurzaak. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte. Gemeenschappelijke huishouding. Dringend eigen gebruik. Rechtsopvolging.
Processueel ondeelbare rechtsverhouding. In eerste aanleg vordert verhuurder ontbinding en ontruiming tegen man en vrouw. In een verstekvonnis worden die vorderingen afgewezen. Verhuurder gaat in appel, maar dagvaardt in hoger beroep alleen de man. Omdat de verhuurder met een ver
Huurovereenkomst wordt gesloten met de echtgenoten A. en B. A. zit op dat moment langdurig in detentie en B betrekt de woning alleen. U dient vervolgens een afstandsverklaring in. Verhuurder gaat akkoord met deze wijziging van de oorspronkelijke huurovereenkomst. Nadien blijkt da
Vordering echtgenoot (die i.v.m. huwelijksproblemen uit de woning was vertrokken) tot toelating tot de huurwoning na opzegging en vertrek uit die woning door de andere echtgenoot. Vaststellen of medehuurderschap van de echtgenoot behouden is gebleven ondanks zijn (tijdelijke) ver
Huurders weigeren hun toestemming te verlenen aan het renovatieplan van de verhuurder; verhuurder vordert in kort geding een bevel tot medewerking aan het renovatieplan; spoedeisend belang?; rechtsverwerking?; is het renovatieplan aan te merken als een voorstel i.d.z.v. art. 7:22
Niet valt uit te sluiten dat gedaagde thans nog als medehuurder van de woning heeft te gelden, nu eisers hun stelling dat gedaagde vanaf 1997 tot 15 juli 2006 elders woonde onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. Dit betekent dat in dit kort geding niet kan worden aangenomen dat
Verhuurder vordert betaling van de kosten die zij heeft moeten maken omdat het gehuurde niet naar behoren is opgeleverd. Huurder voert aan dat indien de verhuurder niet zou hebben gevergd dat zijn ex-echtgenote de opzegging van de huurovereenkomst mede zou ondertekenen, deze in d
Ontbinding van de huurovereenkomst.