Huurrecht. vordering tzv servicekosten. vevaltermijn art. 51 UHW (30 maanden); ambtshalve toeapssing; tussenvonnis; geen ontbinding huurovereenkomst; wel hoofdverblijf; geen slecht huurderschap.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:260 BW
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Artikel 7:259 lid 1 BW. Mogen servicekosten voor leveringen en diensten die niet in de huurovereenkomst zijn genoemd aan huurders worden doorberekend. Stilzwijgende overeenstemming? Ongerechtvaardigde verrijking? De vervaltermijn van artikel 7:260 lid 2 BW geldt niet bij gelibera
Het in rekening brengen van kosten leidingafgifte, administratiekosten en dienstverleningskosten door verhuurder is niet in strijd met de warmtewet.
Vervolg van tussenarrest 17 september 2019. Huur van woonruimte in recreatiepark. Anders dan de eerste rechter oordeelde, zijn de vorderingen van de verhuurster tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toewijsbaar wegens wanbetaling. Ook diverse nevenvorderingen toewi
Huurovereenkomst is op vordering van de verhuurder ontbonden wegens betalingsachterstand. Jaren later ingestelde vordering van (rechtsopvolger van) huurder op grond van 6:271 BW is terecht afgewezen. Deze ontbinding treft de verbintenissen tot aan de datum van de ontbinding niet.
Betreft afrekening servicekosten, waaronder groenvoorziening en raambewassing. 7:259-7:261 BW.
artikel 7:259 BW; artikel 7:260; 51 UHW, huurcommissie, termijn(en) indiening verzoek, geen aanspraak meer op vergoeding na afloop termijnen.
Vervaltermijn bij de invordering van de afrekening van servicekosten. Artikelen 7:260 BW en 51 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
Tussenvonnis. Partijen worden in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen betreffende eerdere procedures bij de huurcommissie en zich uit te laten over hetgeen daar is overwogen.
Geschil over servicekosten bij gehuurd appartement. Geen exclusieve bevoegdheid huurcommissie op grond van artikel 7:260 BW. Laten ontstaan van huurachterstand van zes maanden rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst, ook al wordt de achterstand enige tijd na het beroepen
Procesrecht. Cassatieberoep tegen kantonrechtersvonnis; motiveringsplicht als bedoeld in art. 230 lid 1, aanhef en onder e, Rv.; gemengde klacht, beoordeling in cassatie op voet van art. 80 RO, beperkte taak van cassatierechter.