Vordering tot nakoming van artikel 7:259 lid 2 BW op straffe van een dwangsom.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:259 BW
Genoemd in 227 uitspraken · Officiële wettekst
227 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Tijdelijke huurovereenkomst loopt na verlenging voor onbepaalde tijd door. Huurverhoging terecht vernietigd. Eerdere huurprijs blijft gelden. Servicekostenbepaling met betrekking tot de afrekening eveneens vernietigd. 7:248, 7:252 e.v., 7:265 BW.
huurovereenkomst, huurprijsverhoging, servicekosten, huurcommissie
Het in rekening brengen van kosten leidingafgifte, administratiekosten en dienstverleningskosten door verhuurder is niet in strijd met de warmtewet.
Vervolg van tussenarrest 17 september 2019. Huur van woonruimte in recreatiepark. Anders dan de eerste rechter oordeelde, zijn de vorderingen van de verhuurster tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming toewijsbaar wegens wanbetaling. Ook diverse nevenvorderingen toewi
Vordering tot betaling van huurachterstand, kosten herstelwerkzaamheden, verontreinigingsbelasting, energiekosten. Vordering in reconventie tot terugbetaling van de waarborgsom en kosten van internet en televisie.
onzelfstandige woonruimte, servicekosten, artikel 7:259 lid 2 BW
Huurder bestrijdt afrekening stookkosten. Omdat de betreffende meter is vervangen nog voordat die afrekening was opgesteld, de meter nu niet meer beschikbaar is voor onderzoek en de afrekening te laat is verstrekt, is huurder benadeeld. Gevolgen daarvan.
Huurrecht woonruimte; kritische huurder; huurder heeft niet het recht te bepalen welke werkzaamheden wanneer worden verricht; veroordeling tot medewerking aan dringende werkzaamheden; verhuurder mag voorschot servicekosten wijzigen
Toelaatbaarheid opbouwen reserve voor schilderskosten. Toetsing aan de hand van artikel 7:259, 7:237 BW en (analoge toepassing van) artikel 9 van het Besluit Servicekosten.
Verhuurder in kort geding op straffe van dwangsom veroordeeld zorg te dragen voor continuering van de levering van nutsvoorzieningen (gas, water en elektriciteit) ten behoeve van het gehuurde.
Geschil over de hoogte van servicekosten. Kantonrechter acht niet alle opgevoerde posten in servicekostenoverzicht gegrond. Kosten van VvE kunnen niet omgeslagen worden op de huurders.
Huurrecht; 7:236 BW. Verhuur van een perceel op een recreatiepark. Standplaats?
Huurzaak. De kantonrechter stelt de servicekosten voor een gehuurde woonruimte vast.
Kort geding. Ontruiming huurwoning. Betalingsachterstand huur en servicekosten rechtvaardigt voorwaardelijke ontruiming. Dwangsom, die mede ter voorkoming van kostbare gerechtelijke ontruiming wordt gevorderd, komt kantonrechter gerechtvaardigd voor. Geldvordering achterstallige
Huurzaak. Vraag wie als verhuurder heeft te gelden. Bedongen bemiddelingskosten aangemerkt als niet redelijk voordeel. Geen vrijwillige beëindiging van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde maar met geweld en intimidatie afgedwongen ontruiming. Schadevergoeding voor
Huur woonruimte.
artikel 7:259 BW; artikel 7:260; 51 UHW, huurcommissie, termijn(en) indiening verzoek, geen aanspraak meer op vergoeding na afloop termijnen.
servicekosten
Vervaltermijn bij de invordering van de afrekening van servicekosten. Artikelen 7:260 BW en 51 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte.
Tussenvonnis. Partijen worden in de gelegenheid gesteld stukken in het geding te brengen betreffende eerdere procedures bij de huurcommissie en zich uit te laten over hetgeen daar is overwogen.
Geschil over servicekosten bij gehuurd appartement. Geen exclusieve bevoegdheid huurcommissie op grond van artikel 7:260 BW. Laten ontstaan van huurachterstand van zes maanden rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst, ook al wordt de achterstand enige tijd na het beroepen
Artikel 51 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte. Vordering tot betaling van servicekosten vanaf 2005 afgewezen, omdat verhuurder niet aan zijn verplichting had voldaan overzichten te verstrekken of een beslissing van de Huurcommissie of kantonrechter uit te lokken/over te leggen
Huur woonruimte met geliberaliseerde huurprijs. Vraag wie als contractspartij heeft te gelden. Geen sprake van beëindiging met wederzijds goedvinden of ontbinding van de huurovereenkomst. Bewijsopdracht ten aanzien van overname huurovereenkomst door een derde en door derde verric
Procesrecht. Cassatieberoep tegen kantonrechtersvonnis; motiveringsplicht als bedoeld in art. 230 lid 1, aanhef en onder e, Rv.; gemengde klacht, beoordeling in cassatie op voet van art. 80 RO, beperkte taak van cassatierechter.