Prejudiciële procedure op voet art. 392 Rv. Coronacrisis en huur van 290-bedrijfsruimte. Levert verplichte sluiting gehuurde horecapand een gebrek op (art. 7:204 lid 2 BW)? Is coronacrisis een onvoorziene omstandigheid (art. 6:258 BW)? Uitgangspunten bij bepaling van de huurprij
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:257 BW
Genoemd in 282 uitspraken · Officiële wettekst
282 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW. In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oo
Huurrecht. Huurprijsvermindering vanwege gebreken. Vervaltermijn van art.7:257 lid 1 BW. Verschuldigdheid diverse kosten naast kale huurprijs. Onjuiste aanzegging huurprijsverhogingen.
Huurrecht: gebrek in de zin van artikel 7:241 BW juncto artikel 6 lid 1 Besluit huurprijzen woonruimte; beroep op bewijsvermoeden van artikel 7:218 lid 2 BW.
Huur woonruimte. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning vanwege huurachterstand. Vaststelling huurprijs en huurachterstand. Nakoming onderhoudsverplichtingen verhuurder. Opschorting van hoog percentage van de huur over lange periode niet gerechtvaardigd. Geen aanleiding
Prejudiciële zaak (art. 392 Rv). Huurrecht. Procedure op de voet van art. 7:262 BW tegen uitspraak huurcommissie. Moet gedaagde in een dergelijke procedure die zijnerzijds - evenals de eiser - een beslissing van de kantonrechter wenst over een punt waarover de huurcommissie om ee
huur woning, verplichting toelaten medewerkers van verhuurder
huur woonruimte; voorstel tot huurverlaging kan door huurder niet worden gewijzigd in de procedure bij de kantonrechter; geen aparte WOZ-waarde voor zelfstandige woonruimte aangevraagd, dan uitgaan van minimale WOZ-waarde bij berekening huurprijs
Huurprijsvaststelling. Huurcommissie stelt op verzoek huurder ex art. 7;254 BW huurprijs vast. Verhuurder verzoekt kantonrechter huurprijs vast te stellen en huurder vraagt in reconventie verdere huurprijsverlaging. Kantonrechter wijst verzoek huurder af.
Huur woonruimte. Verhuurders hebben zich niet als bewoners van de verhuurde zelfstandige woonruimte laten uitschrijven uit de GBA. Huurders ontvangen daarom geen aanvullende uitkering of huurtoeslag. Spookbewoners vormen onder omstandigheden van dit geval een gebrek zoals bedoeld
Huurprijzenrecht woonruimte. Beroep van de verhuurder op art. 1 EP van het EVRM afgewezen. De rechter is gehouden UHW toe te passen; de regeling dient het algemeen belang. Beperkingen in het rendement zijn niet disproportioneel.
Gebrek aan huurwoning; de oververhitting is een gebrek (art. 7:204 lid 2 BW) dat de verhuurder moet oplossen (7:206 BW); vordering toegewezen.
Huurders ervaren geur- en geluidsoverlast van buurman die ook woning huurt van verhuurster en verwijten verhuurster dat zij niet optreedt tegen buurman. Geen sprake van onrechtmatige overlast, zodat verhuurders niet verplicht is om maatregelen te treffen tegen buurman. Hierdoor g
Huur woonruimte. Artikel 7:272 lid 2 BW. Geen sprake van de opzeggingsgrond 'dringend eigen gebruik' (artikel 7:274 lid 1 sub c BW). In reconventie herstel van gebreken, huurprijsvermindering (artikel 7:207 lid 1 BW jo. artikel 7:257 lid 1 BW) en terugbetaling van een deel van de
Kort geding. Ontvankelijkheid bewonersvereniging. Voorlopig oordeel dat loodgehalte van meer dan 5 microgram per liter een gebrek is dat recht geeft op huurprijsvermindering als voorlopige voorziening.
Schutting omgewaaid. Art. 7:204 lid 2 BW. Voor tuinonderhoud zie onderdeel 'l' van het Besluit kleine herstellingen. Het herstel is niet als kleine herstelling uitgesloten. Bereikbaarheidsmaatstaf is geen vereiste en het kostencriterium speelt geen rol.
Huurder wil o.a. huurprijsvermindering vanwege vele gebreken aan het gehuurde. Verhuurder betwist dit. Aan een deskundigenonderzoek valt niet te ontkomen maar daarvoor leent zich een kort geding procedure niet. De gevraagde voorlopige voorzieningen worden dan ook geweigerd.
Huurzaak. Huurder maakt aanspraak op terugbetaling te veel betaalde huur en huurprijsvermindering wegens gebreken. Vervaltermijnen art. 7:249 en art. 7:257 BW. Betalingsverplichting gemeentelijke heffingen en servicekosten. Opleveringsdiscussie.
Uitleg overeenkomst. Huurprijsvermindering. De huurovereenkomst betreft bedrijfsruimte (een loods). Daarin mocht tijdelijk een stacaravan geplaatst worden om de woningnoodsituatie van de huurder op te lossen. Dat gegeven maakt niet dat in feite sprake was van huur van woonruimte.
Verhuiskostenvergoeding bij renovatie.
Woongenot aangetast door onvoldoende optreden verhuurder tegen geluidsoverlast andere huurder van zelfde verhuurder. Vordering huurprijsvermindering. Vervaltermijn. Vordering vergoeding immaterieel nadeel en tegemoetkoming opgelopen studievertraging. Artikelen 7:207 BW, 7:208 BW
Loden waterleidingen. Meetmethode om vast te stellen of sprake is van overschrijding van de norm? Gebrek. Huurkorting toegewezen.
Te hoog loodgehalte in drinkwater van gehuurd appartement. Gebrek als bedoeld in artikel 7:204, tweede lid BW. Verhuurder doet te weinig om gebrek op te heffen. Voldoende aanleiding om in kort geding huurkorting van 60% toe te staan vooruitlopend op beslissing bodemrechter.
Huurrecht woonruimte. Mate van contractsvrijheid bij huur van geliberaliseerde woonruimte. Overeengekomen bedrag voor door huurder te betalen servicekosten en kosten VvE. Toetsing door de rechter? Uitleg van art. 7:259 BW. Niet redelijk voordeel (art. 7:264 BW).
Geschil tussen partijen over achterstallige betaling (huur) en achterstallig onderhoud aan pand. De kantonrechter veroordeelt gedaagde om aan de eiseres tegen bewijs van kwijting te betalen € 1.312,70 met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 januari 2019 tot de voldoening