Huur woonruimte. Inhoud van de huurovereenkomst na informele overneming van het gebruik van de woning vele jaren geleden. Verwijt van verboden onderhuur zolderberging en belangrijke rol bij onderverhuur volledige andere woning van dezelfde verhuurder. Bewezen na getuigenverhoren
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:244 BW
Genoemd in 102 uitspraken · Officiële wettekst
102 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Kort geding. Huisbewaarderschap kan niet los worden gezien van huurovereenkomst. Vorderingen jegens woningbouwvereniging afgewezen.
Huurecht - onderverhuur via Airbnb - ontbinding en ontruiming afgewezen
Art. 7:269 lid 1 en 2 BW. Voortzetting onderhuur zelfstandige woning (lid 1). Einde huur na afweging belangen huurder en verhuurder (lid 2). Economische belangen verhuurder wegen zwaarder dan het enkele woonbelang van huurder.
Huurzaak. Ontbinding en ontruiming. Schending contractuele verplichting om de woning niet aan een ander in gebruik te geven. Woonbelang onvoldoende zwaarwegend.
Huurrecht, ontbinding wegens onderverhuur en niet hebben hoofdverblijf in het gehuurde alsmede overlast.
Uitgaven voor bed met toebehoren zijn niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven, nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat het bed van zodanige aard is dat het hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Evenmin kan worden gezegd dat het bed een midde
Huur: tekortkoming door verboden onderverhuur. Ontbinding: geen ingebrekestelling vereist.
Huurrecht. Het niet meer hebben van hoofdverblijf in het gehuurde kan onder omstandigheden een tekortkoming opleveren.
medehuurderschap?; hoofdverblijf?
huurzaak;(hoofd)verblijf in het gehuurde; handelen in strijd met art. 21 Rv (waarheidsplicht)
Huurster stelt van een rechtsvoorganger toestemming te hebben gekregen de woning aan derden in gebruik te geven. Mag zich daarover uitlaten, en nader onderbouwen dat zij de woning daadwerkelijk bewoont en gebruikt.Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:4630 en ECLI:NL:GHAMS:2016:2490.
Art. 81 lid 1 RO. (Onder)huur woonruimte. Zelfstandige woning in de zin van art. 7:234 BW?
Kort geding / artt. 7:231, 6:162 BW / Hof bekrachtigt afwijzing ontruimingsvordering tegen huurder en derde die de woningbouwvereniging baseerde op de stelling dat huurder in de woning niet zijn hoofdverblijf hield en de woning in onderhuur/in gebruik had gegeven aan een derde.
Het huurcontract met voorkeursrecht van koop voor een afgelegen woning/boerderij bevat een verbod op het uitbaten van prostitutie. In een side-letter is vermeld dat het gehuurde wordt gebruikt als woning en opnamestudio met een ontbindingsclausule mocht dat door de overheid verbo
Vordering in kort geding tot ontruiming huurwoning o.g.v. hennepplantage; huurder heeft daarvan zelf aangifte gedaan; voorziening wordt geweigerd; Artikel 7:219 BW Eiseres vordert in kort geding ontruiming huurwoning nadat in de berging van de woning van huurder een hennepplantag
Huurrecht. Onderhuur van woonruimte. Vordering o.m. tot vaststelling tijdstip waarop de onderhuurovereenkomst zal eindigen en veroordeling tot ontruiming. Artikelen 7:244 BW en 7:269 lid 1 en lid 2 BW. In het bijzonder toetsing aan artikel 7:269 lid 2 BW. Belangen eiseres (woning
ontruiming woning wegens huurachterstand, overlast en onderhuur.
Huurders die gehuurde aan anderen in gebruik hebben gegeven, moeten ontruimen.
Onbevoegde onderverhuur woonruimte. Ontbinding huurovereenkomst als sanctie niet buitenproportioneel of onredelijk geoordeeld. Door sociale verhuurster gestelde en als schade gevorderde winst uit onderverhuur betwist. Schadebegroting op de voet van artikel 6:104 BW niet mogelijk
Onderverhuur woonruimte in strijd met algemene bepaling rechtvaardigt ontbinding + ontruiming.
Huurrecht. Zakelijk recht van gebruik en bewoning als bedoeld in art. 3:226 BW dan wel overeenkomst van huur en verhuur van een woonruimte? (81 RO).
Verhuurder van sociale woningen vordert in kort geding ontruiming van een woning in verband met niet toegestane onderverhuur. Gelet op het ingrijpende karakter van de gevorderde maatregel, is een onverwijlde ontruiming bij voorlopige voorziening slechts dan gerechtvaardigd, indie
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat [appellant] als goed huurder verantwoordelijkheid draagt voor hetgeen in en aan het gehuurde gebeurt. Nu [appellant] gedurende lange tijd feitelijk geen gebruik kan maken van het gehuurde mag ten minste van hem verwacht worden dat hij
Onbevoegde onderverhuur woonruimte. Ontruiming en voorschot op schadevergoeding toegewezen.