Koopovereenkomst, non-conformiteit. Is verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW van toepassing op vordering tot schadevergoeding wegens bedrog?
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:23 BW
Genoemd in 1.109 uitspraken · Officiële wettekst
1.109 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Gemengde overeenkomst: koop- en aannemingsovereenkomst. Oplevering, tekortkoming rechtvaardigt niet de ontbinding.
Vorderingen afgewezen: t.a.v. de verkoopmakelaar is de verkeerde partij gedagvaard en t.a.v. de verkoopster is de vordering verjaard (art. 7:23 lid 2 BW). Geen sprake van een non-conforme woning.
Consumentenkoop eetkamerstoelen en salontafel. Gedeeltelijke ontbinding overeenkomst.
Geschil tussen koper en verkoper over gebreken woning, klachttermijn, verjaring, stuiting
Hoofdzaak: art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Verjaring van vordering tot schadevergoeding na wanprestatie? Onrechtmatige daad? Incident: vordering tot zekerheidsstelling proceskosten; art. 414 jo. 224 Rv.
Koop woning. Gebreken aan pleisterwerksysteem. Klachttermijn als bedoeld in artikel 7:23 lid 1 BW. Beroep koper op opzet van de verkoper als bedoeld in artikel 7:23 lid 3 BW. Aanvang klachttermijn.
Te laat geklaagd naar aanleiding van activa transactie in ieder geval op grond van art. 7:23 BW. Contractuele termijnen worden in het midden gelaten.
Van belang is nu welke betekenis moet worden toegekend aan de brief van de gemachtigde van [geïntimeerden] van 5 juni 2003. Indien deze brief aangemerkt kan worden als kennisgeving in de zin van artikel 7:23 lid 1 BW, heeft [geïntimeerden] de klachttermijn bij het hier aangenomen
Geschil tussen een gemeente en haar inmiddels gefailleerde koper van een perceel verontreinigde grond, bestemd voor realisatie van een bungalowpark voor recreatief gebruik, waarvoor de gemeente in de transportakte een schone-grondverklaring had afgegeven; bevrijdende verjaring, t
Het hof stelt voorop dat de stelling van [appellant] dat onderhandelingen (na een voorafgaande aansprakelijkheidstelling) op zichzelf de verjaring kunnen stuiten, niet als juist kan worden aanvaard (HR 1 februari 2002, NJ 2002, 195). Het is echter niet uitgesloten dat het onder o