Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht; huurrecht. Uitleg van art. 6:265 lid 1 BW. Voorwaarden voor ontbinding van wederkerige overeenkomst. Verhouding tussen hoofdregel en tenzij-bepaling. Rechtspraak Hoge Raad. Gelden bijzondere eisen voor ontbinding van een huu
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:231 BW
Genoemd in 663 uitspraken · Officiële wettekst
663 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Verbintenissenrecht. Huurrecht woonruimte. Beoordeling vordering tot ontruiming woning indien daarin ook kinderen wonen. Betekenis van art. 3 lid 1 IVRK (belang van het kind).
Huurrecht. Faillissement huurder; effectiviteit van een beding in een huurovereenkomst voor zover daarmee wordt beoogd de verhuurder in geval van vervroegde opzegging van de overeenkomst door de curator in het faillissement van de huurder (als bedoeld in art. 39 Fw) aanspraak te
Huurrecht. Huurder van bedrijfsruimte staakt huurbetaling en verlaat het gehuurde. Verhuurder vervangt sloten en vordert achterstallige huur. Mocht verhuurder nakoming van zijn verplichting tot verschaffen van huurgenot opschorten?
Na tekortkoming door huurders, vervangt verhuurder het slot zonder sleutel aan huurders af te geven. Uiteindelijk ontbindt de kantonrechter de huurovereenkomst. Vraag of huurders huurbetaling mochten opschorten na vervanging van de sloten, nu zij verder niets hebben ondernomen.
Huur bedrijfsruimte: toewijzing huurkorting wegens omzetderving vanwege getroffen overheidsmaatregelen in verband met coronacrisis. Ontvangen TVL-vergoeding bij omzet betrokken, conform ‘Amsterdamse methode’
Huurrecht. Prejudiciële vragen Rb. Noord-Holland (ECLI:NL:RBNHO:2024:10288). Invulling ‘belang van het kind’ uit art. 3 lid 1 IVRK bij ontruimingszaken van huurwoningen waar minderjarige kinderen bij betrokken zijn: vragen over toetsing, onderzoek, beslissing en motivering.
Huur studentenkamer. Huurachterstand. Vervangen sloten door verhuurder. Het in een situatie van een huurachterstand op eigen houtje vervangen van de sloten van de verhuurde studentenkamer door de verhuurder is niet toelaatbaar. Ontbinding van huurovereenkomst ter zake woonruimte
huur, art. 7:220 BW; dringende werkzaamheden, renovatiewerkzaamheden; verhuiskostenvergoeding: geen verhuizing.
ontbinding huurovereenkomst woonruimte; betekenis van verwijzing naar Opiumwet in de algemene huurvoorwaarden; art 11a Opiumwet; kweekbenodigdheden
Buitengerechtelijke ontbinding van huurovereenkomst woning op de voet van artikel 7:231 lid 2 BW, nadat de burgemeester de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor drie maanden heeft gesloten.
Huurrecht woonruimte. Is buitengerechtelijke ontbinding door de verhuurder op de voet van art. 7:231 lid 2 BW in verband met sluiting woning op basis van art. 13b Opiumwet misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW)?
Huurzaak woonruimte; ontbinding en ontruiming toegewezen op grond van het niet hebben van hoofdverblijf in de woning en het in gebruik geven van de woning aan derden. (ZIE OOK: ECLI:NL:RBMNE:2025:3018)
Huurrecht. Sociale huurwoning. Verhuur aan een sekswerker. Burgermeestersluiting op grond van de APV wegens overtreding van het verbod in die APV om zonder geldige vergunning een seksinrichting te exploiteren. De woningbouwcorporatie mocht niet op grond van artikel 7:231 lid 2 BW
Proces-verbaal met mondeling vonnis ex art. 29a Rv. Kwalificatie van overeenkomst als huurovereenkomst faalt. De koopovereenkomst die gedaagden hebben gesloten met de gemeente, waarin passages staan over de relocatie van het tankstation waar eiseres mogelijk baat bij heeft, bevat
Harddrugs en softdrugs van uitwonende zoon aangetroffen in door moeder gehuurde woning. Verhuurder vordert in kort geding veroordeling van moeder tot ontruiming van de woning. Deze vordering in kort geding wordt afgewezen omdat onvoldoende vaststaat dat de bodemrechter, als het g
Een van beide gedaagden heeft in eerste aanleg en in hoger beroep verstek laten gaan, terwijl het geding geen ondeelbare rechtsverhouding betreft. De kantonrechter heeft ten onrechte geen toepassing gegeven aan de slotwoorden van artikel 139 Rv, maar de eiser heeft daartegen geen
Art. 96 Rv.; Art. 7:228 BW; Verhuur onbebouwde onroerende zaak; pipowagen vervangen door zelf gebouwd tiny house; verkleuring huurovereenkomst?; vereisten voor opzegging Verzoekster vraagt veroordeling tot ontruiming. In 2015 stelde verzoekster een stukje grond op haar terrein te
Kort geding ontruiming vanwege onder meer aangetroffen drugs. Vordering buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst op grond van art. 7:231 lid 2 BW afgewezen. Belangenafweging in voordeel huurder. Overige gestelde tekortkomingen daarnaast onvoldoende aannemelijk voor wat bet
Huur. Geen bevoegdheid opschorting verplichting verschaffen huurgenot gebouwde onroerende zaak (2.13). Berekening huurprijsvermindering voor gebrek tijdens huurvrije periode (2.20). Analoge toepassing huurprijsvermindering op (voorschot) servicekosten.
Huurrecht. Kortgeding. Vordering tot ontruiming afgewezen.
huur; ontbinding; ontruiming; achterstand
schadevergoeding
verzoek ex art 7:291 BW; franchise; samenloop samenwerkingsovereenkomst en huurovereenkomst bedrijfsruimte
Ontbinding huurovereenkomst wegens - gedurende een lange periode - te late huurbetalingen. Contractuele boete fors gematigd vanwege het onereuze karakter van het boetebeding.