Huur woonruimte. Betekenis beding in erfpachtakte tussen gemeente en oorspronkelijke verhuurder met betrekking tot huurprijsverhogingen. Overgang naar andere verhuurder. Allonges met betrekking tot huurprijsverhogingen in relatie tot beding in erfpachtakte. Belang van appellanten
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Huurachterstand. Beroep op verrekening wegens gebrek door vocht- en schimmelvorming. Verhuiskostenvergoeding en immateriele schade wordt afgewezen. Ontbinding en ontruiming toegewezen.
Kort geding. Huur. Bij gebreke van een schriftelijk redelijk renovatievoorstel wordt verhuurder in conventie veroordeeld de werkzaamheden aan het gehuurde te staken totdat verhuurder een redelijk voorstel heeft gedaan. De in reconventie gevorderde huurachterstand afgewezen wegens
Geen verhuizing noodzakelijk. Daarom geen verhuis- en inrichtingsvergoeding bij renovatie. Wel gedeeltelijke vergoeding van schade als gevolg van renovatie. .
Gevaarzettend karakter open verbrandingstoestel. Veroordeling huurder tot verlenen van medewerking (toegang tot gehuurde) aan de verwijdering van de kolenkachel. Beoogde werkzaamheden kunnen worden beschouwd als renovatie (art. 7:220 lid 2 BW). Verbod om in toekomst open verbrand
Ontruiming van onbewoonbare kamer in kort geding; renovatie onzelfstandige woonruimte; huurder heeft de kamer vrijwillig ontruimd, maar zonder overleg met verhuurder weer in gebruik genomen voordat de renovatie is voltooid; verhuiskostenvergoeding.
KG, gedogen werkzaamheden aan het gehuurde (7:220 BW). Verkorting beveltermijn art. 555 Rv. Verstek.
Huurrecht. Noodzakelijk herstel van de gehuurde bedrijfsruimte. Rol van de Huurcommissie.
Geen onderscheid gemaakt tussen dringende en renovatie werkzaamheden. Verklaring voor recht dat renovatievoorstel redelijk voorstel is. Belangenafweging.
Verhuiskostenvergoeding van artikel 7:220 BW: is er sprake van renovatiewerkzaamheden die het noodzakelijk maken dat huurder (tijdelijk) verhuist? Bestaat er ruimte voor matiging?
Vorderingen huurder afgewezen. 70% van de huurders heeft ingestemd met de renovatiewerkzaamheden. Het door verhuurder gedane schriftelijke voorstel is, de belangen van partijen daarbij afwegende, als redelijk aan te merken.
Huur. Vordering tot tijdelijke ontruiming. Vanwege (renovatie)werkzaakheden aan complex waarvan gehuurde deel uitmaakt is toegang tot het gehuurde nodig, maar voor de uitvoering van de werkzaamheden zelf is ontruiming van het gehuurde niet nodig.
Huurzaak. Veroordeling tot het geven van gelegenheid om dringende en renovatiewerkzaamheden te verrichten aan gehuurde woning.
huurrecht. Verhuurder moet gebreken aan bedrijfsruimte herstellen. Vermindering van de huurprijs.
huurrecht; verhuiskostenvergoeding; dringende werkzaamheden; renovatiewerkzaamheden
Huurrecht bedrijfsruimte; gebrek; asbestsanering; vermindering huurprijs; exoneratiebeding; autosloperij; verklaring voor recht art. 7:230a BW Verhuurder saneert het asbesthoudende golfplaten dak. Daarbij ontstaan derving van huurgenot en schade door binnenkomen van regenwater en
Art. 7:220 lid 5 BW. Verhuiskostenvergoeding. Onderscheid renovatie of (dringend) onderhoud. Onvoldoende onderbouwing noodzaak tot verhuizing.
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
De huurovereenkomst tussen partijen zal ten gevolge van de door de huurder op 11 januari 2019 gegeven instemming in de beëindiging van de huurovereenkomst op 1 januari 2020 tot een einde komen. Niet gebleken is dat de verklaring van de huurder d.d. 1 april 2019 waarmee de gegeven
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
“Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woninge