huur woonruimte; verblijf in volledig ingerichte logeerwoning tijdens renovatie; geen noodzakelijke verhuizing wegens renovatie in de zin van artikel 7:220 lid 5 BW en geen recht op de verhuiskostenvergoeding van artikel 7:220 lid 6 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Verhuur van onderdelen “Gemeenteflat” Maastricht aan studenten op tijdelijke basis (‘campuscontract’ met vastgelegde einddatum). Tijdelijkheid had te maken met vooruitzicht van grootscheepse renovatie van de flat na 30 juni 2017. Renovatie zou worden gericht op vermogender huurde
Huurovereenkomst woonruimte (flatwoning). Projectmatig uitgevoerde werkzaamheden. Samenloop van dringende werkzaamheden, renovatie en andere (onderhouds)werkzaamheden. Geen aanspraak op vergoeding van verhuis- inrichtingskosten omdat de werkzaamheden die gericht waren op renovati
Huurder betwist de redelijkheid van het renovatievoorstel. Als het voorstel redelijk is, dan wil hij een verhuiskostenvergoeding en huurprijsvermindering. Zijn vordering wordt afgewezen.
Verhuiskostenvergoeding nav HR 22-4-2016 en MvT. Geen noodzaak tot verhuizen gelet op aard van renovatie en gestelde persoonlijke omstandigheden. Vorderingen afgewezen.
Verhuiskostenvergoeding nav HR 22-4-2016 en MvT. Bijkomende (persoonlijke) omstandigheden maken verhuizing noodzakelijk (zwangerschap met complicaties). Overige vorderingen afgewezen.
Huurrecht. Regeling tussen partijen in geschil over de vraag of huurder vanwege renovatie van de woning noodzakelijk moest verhuizen.
De kantonrechter oordeelde dat een huurder geen aanspraak kon maken op de bedrage als bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW. Daarvoor is immers de aard van de werkzaamheden - renovatie - beslissend.