meer dan70% van de huurders van woningen in appartementencomplex zijn akkoord met renovatievoorsel verhuurder; huurder heeft niet aannemelijk gemaakt dat voorstel jegens hem onredelijk is; veroordeling tot verschaffen toegang en gedogen werkzaamheden
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
kort geding, plan wzh gehuurde vermoed redelijk, medewerking verlenen aan verrichten wzh in gehuurde, geldt niet voor alle genoemde wzh. voorwaardelijke tijdelijke gedeeltelijke ontruiming toewijsbaar, met inachtneming van één meter vanaf ruimte v wzh.
Kort geding. Geen dringende werkzaamheden, maar wel renovatiewerkzaamheden. Tijdelijke ontruiming van het gehuurde. Toewijzing.
Eiser huurt een woning van gedaagde en vordert een beslissing van de kantonrechter over de redelijkheid van het projectvoorstel van gedaagde voor het uitvoeren van renovatiewerkzaamheden in zijn woongebouw. Eiser heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat meer dan 70% van de huurd
Huur woonruimte; renovatievoorstel is niet onredelijk; renovatiewerkzaamheden, los van onderhoudswerkzaamheden, noodzaken niet tot verhuizing; geen recht op forfaitaire verhuiskostenvergoeding; geboden ongeriefsvergoeding is redelijk.
Huur woonruimte; renovatievoorstel niet onredelijk; de renovatiewerkzaamheden op zich, los van de onderhoudswerkzaamheden, noodzaken niet tot verhuizing; geen recht op forfaitaire verhuiskostenvergoeding; geboden ongeriefsvergoeding is redelijk.
kort geding, medewerking huurder aan renovatie van de door hem gehuurde woning
Huurrecht; kort geding; huurder moet medewerking verlenen aan (dringende) renovatiewerkzaamheden; artikel 7:220 BW
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oor
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW. In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oo
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW. In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oo
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oor
7:220 BW, 7:257 lid 3 BW, 7:204 BW. In deze zaak gaat het om de vraag of huurder recht heeft op een verhuiskostenvergoeding, dan wel een andere (schade)vergoeding in verband met de werkzaamheden die verhuurder heeft uitgevoerd in en rondom de woning van huurder. Het hof is van oo
De vordering van De Alliantie tot het verrichten van alle in het verduurzamingsplan opgenomen werkzaamheden wordt, als onvoldoende bepaald, afgewezen. De Alliantie heeft haar stellingen die ten grondslag liggen aan haar vordering dat de kolenkachel onklaar dient te worden gemaakt
Verhuurder wil dat huurder meewerkt aan sloop en renovatie huurwoning. Huurder wenst schriftelijk te communiceren. Redelijk voorstel. Huurachterstand.
Kort geding huur woonruimte. Gevorderde ontruiming toegewezen. Er is een en ander in de woning aan de hand, maar de vraag is wat de oorzaak daarvan is. Huur is ten onrechte volledig opgeschort door huurster.
Vorderingen huurder afgewezen. 70% van de huurders heeft ingestemd met de renovatiewerkzaamheden. Het door verhuurder gedane schriftelijke voorstel is, de belangen van partijen daarbij afwegende, als redelijk aan te merken.
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
De huurovereenkomst tussen partijen zal ten gevolge van de door de huurder op 11 januari 2019 gegeven instemming in de beëindiging van de huurovereenkomst op 1 januari 2020 tot een einde komen. Niet gebleken is dat de verklaring van de huurder d.d. 1 april 2019 waarmee de gegeven
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen
Beëindiging van de huurovereenkomst op grond van dringend eigen gebruik ex artikel 7:274 lid 1 sub c BW. Verhuurder heeft middels de door haar overgelegde stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat zij op redelijke gronden tot haar besluit om over te gaan tot sloop van de woningen