Huur bedrijfsruimte. Vordering tot schadevergoeding vanwege onrechtmatige ontruiming op grond van later vernietigd kortgedingvonnis. Verhuurder beoogt renovatie. Partijen hebben een nieuwe huurovereenkomst gesloten op het moment dat de eerste huurovereenkomst (van twee jaar) reed
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:220 BW
Genoemd in 531 uitspraken · Officiële wettekst
531 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Veroordeling om woningstichting en aannemer toegang tot de woning en kruipruimte te verschaffen om glasvezelkabel te leggen.
Vordering tot beëindiging huurovereenkomst en ontruiming vanwege dringend eigen gebruik wordt afgewezen met verwijzing naar HR 26 maart 2010 (LJN BL0683).
Gedaagden weigeren medewerking te verlenen aan geplande werkzaamheden in hun huurwoning. De kantonrechter stelt voorop gedaagden zowel op grond van de huurovereenkomst als op grond van de wet verplicht zijn hun medewerking te verlenen aan dringende werkzaamheden aan het gehuurde,
Huur woonruimte. Jarenlange onderverhuur van woning tot tien jaar geleden in combinatie met laten ontstaan huurachterstand en weigering mee te werken aan dringende werkzaamheden voldoende grond voor ontbinding huurovereenkomst. (Gestelde) mondelinge toestemming voor onderverhuur
zie ook LJN:BO4093 voor het eindarrest.
Kort geding. Gemeente verhuurt woonwagenstandplaats en vordert medewerking huurder aan renovatieplan van het gehele woonwagenkamp. Grondslag vordering art. 7 :220 BW.
Huurzaak
renovatie gehuurde door verhuurder; gedoogplicht huurder; aansprakelijkheid verhuurder voor schade
Huurrecht. Renovatiewerkzaamheden. De door verhuurder uitgevoerde werkzaamheden kunnen, gelet op de omvang daarvan, niet worden aangemerkt als dringende werkzaamheden krachtens artikel 7:220 lid 1 BW. Niet is gebleken van een door de verhuurder aan huurders gedaan redelijk aanbod