Gevorderde medewerking tot het laten schoonmaken van een ernstig verwaarloosde huurwoning toegewezen.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:217 BW
Genoemd in 181 uitspraken · Officiële wettekst
181 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Vervolg op ECLI:NL:GHARL:2019:7105. Gevolgen van het niet doorgaan van een bevolen deskundigenonderzoek naar geur/rookoverlast in woning. Huurprijsvermindering.
Vordering tot ontbinding huurovereenkomst betreffende een tuinhuisje afgewezen. Gestelde tekortschieten huurder niet aannemelijk gemaakt.
huurovereenkomst woonruimte; wanprestatie; verplichtingen verhuurder.
Huurprijsverhoging na woningverbetering en huurprijsverlaging vanwege gebreken
Kort geding. Huurder vordert herstel diverse gebreken in woning. Afwijzing. Onvoldoende zekerheid over bestaan deel van gebreken. Kleine herstellingen dient huurder zelf te verrichten. Voor het overige geen spoedeisend belang.
De huurder moet meewerken aan de onderhoudswerkzaamheden die de verhuurder wil uitvoeren. Doet de huurder dat niet, dan moet hij tijdelijk zijn woning uit. Ook moet de huurder de mechanische ventilatie in zijn woning aan laten staan (klare taal uitspraak).
huurrecht; artikel 7:214 BW, artikel 7:240 BW, vervangen van een ruit geen kleine hestelling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit kleine herstellingen.
Wet IB 2001. Bedrijfsopvolgingsregeling artikel 4.17a van de Wet IB 2001. Vereiste van een onderneming in de zin van artikel 3.2 van de Wet IB 2001. Verhuurde onderneming. Voortgezet ondernemerschap. Verbreking fiscale eenheid vennootschapsbelasting.
Erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling artikel 35b van de Successiewet 1956. Vereiste van een onderneming in de zin van artikel 3.2 van de Wet IB 2001. Verhuurde onderneming. Voortgezet ondernemerschap. Verbreking fiscale eenheid vennootschapsbelasting.
Hoger beroep. Huur woonruimte. Verzamelwoede huurster. Laatste kans contract. Ongerechtvaardigde inbreuk persoonlijke levenssfeer?
Beroep van verhuurder op gebondenheid van huurder aan ondertekend rapport van voorinspectie naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Huurzaak. Put in kelderruimte van gehuurde bedrijfsruimte veroorzaakt wateroverlast. Schadevergoeding en huurprijsvermindering. Huurovereenkomst ontbonden wegens betalingsachterstand.
Huur woonruimte. Ontbinding huurovereenkomst ex art. 7:231 lid 1 BW en ontruiming woning omdat huurder, mede door zijn extensieve gebruik van de woning, het gehuurde heeft laten verkommeren. Geen goed huurderschap ex art. 7:213 BW. Geen aansprakelijkheid van verhuurder voor de wi
huurrecht; onderhoudsverplichtingen huurder; (buiten)gerechtelijke ontbinding huurovereenkomst; huuropzegging
Vordering tot ontbinding huurovereenkomst vanwege slecht huurderschap omdat huurder de gehuurde woonruimte gedurende twee jaar niet heeft gebruikt en/of niet heeft onderhouden. Vordering tot beeindiging huurderovereenkomst vanwege dringend eigen gebruik.
Beroepshalve opvangen kinderen in eigen gezin geen inbreuk op woonbestemming beide huurwoningen. De aard van het gebruik van de woonruimten als kinderopvanglocatie is niet zodanig dat daarvoor voorafgaande toestemming van de verhuurder is vereist.
Geschil tussen verhuurder en huurder over onderhoud woning op vakantiepark. Vordering van huurder tot het verrichten van een groot aantal herstelwerkzaamheden ook in hoger beroep grotendeels afgewezen.
Bewindvoerdersproblematiek. Na dagvaarding in hoger beroep en na het nemen van de memorie van grieven worden de goederen van appellanten onder bewind gesteld. De bewindvoerder verschijnt na oproeping niet in het geding. Gevolgen voor de ontvankelijkheid van appellanten?
Vordering tot betaling van achterstallige huurtermijnen en ontruiming van de gehuurde woning in kort geding. Anders dan de voorzieningenrechter acht het hof de vordering tot ontruiming niet toewijsbaar. Volgens het hof is sprake van gebreken in het gehuurde en is de verhuurder te
Huurrecht bedrijfsruimte. Gebreken. Huurachterstand. Ontbinding.
Geschillen tussen partijen met betrekking tot de afrekening van huurpenningen en andere betalingsverplichtingen inzake de huur van een tankstation met shop.
Geschil over oplevering bedrijfspand na einde huurovereenkomst voor bepaalde tijd (tien jaar).
De kabelgootdeksels waarmee de kabelgoten in de vloeren van de Noord- en Zuidhal van het MECC in Maastricht zijn afgedekt, zijn essentiële onderdelen van die vloeren en behoren daarom tot de “vitale bouwkundige onderdelen van het gehuurde” zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 van de
Bemiddelingsovereenkomst woonruimte. Toepassing van uitspraak HR 16 oktober 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3099).