Nieuwe geschillen na vaststellingsovereenkomst
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:216 BW
Genoemd in 152 uitspraken · Officiële wettekst
152 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Wordt een verhuurder ongerechtvaardigd verrijkt door werkzaamheden uitgevoerd aan een liftinstallatie in opdracht van een huurder bedrijfsruimte, die failleert voordat hij betaald heeft?
Wegbreekrecht huurder ex art. 7:216 BW is van regelend recht. Nieuwe huurder? Haviltex. Kort geding.
Geschil over beëindiging huurovereenkomst woonruimte. Vraag of opzegging door huurder rechtsgeldig is geschied en ook de medehuurder betreft. Beding dat bij opzegging een boete is verschuldigd, is nietig wegens strijd met artikel 7:271 lid 2 BW. Nietigheid ambtshalve toegepast.
Huur bedrijfsruimte. Verhuurder/erfpachter failleert. Huur verschuldigd aan erfverpachter?
Huur bedrijfsruimte en faillissement. Voor wat betreft lopende huurovereenkomsten heeft de curator de keuze om de huur voort te zetten, in welk geval de huur een boedelschuld wordt, of om deze te beëindigen, in welk geval de verhuurder voor zijn contractuele aanspraken aangewezen
uitleg koopovereenkomst/haviltex
huurrecht; duiventil; zelf aangebrachte voorzieningen buitenzijde (art. 7:215, lid 6 BW); bindend advies geschillencommissie huursector
Einde huurovereenkomst bedrijfsruimte. Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen. Verhuurder beroept zich op beding in algemene voorwaarden dat huurder geen aanspraak heeft op vergoeding. Beding niet onredelijk bezwarend en beroep op dit beding evenmin onaanvaardbaar naar maatst
Geen ongerechtvaardigde verrijking ten koste van de curator.
Huurkoop en tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken en notariele akte
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de veilingkoper krachtens artikel 3:264 BW het huurbeding jegens de huurder kan inroepen. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat, daargelaten of de door gedaagde gegeven uitleg van het in de hypotheekakten opgenomen huurbedi
Vordering van huurder uit ongerechtvaardigde verrijking (art. 7:216 jo 6:212 BW) ter zake op gehuurd perceel gebouwde loods die door natrekking eigendom van de verhuurder is geworden en waarover de verhuurder na de in dit geval tot stand gekomen beëindiging van de huurovereenkoms
Huur woonruimte. Beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen?Contractuele uitsluiting beroep op ongerechtvaardigde verrijking in verband met achtergebleven voorzieningen. Opleveringsgebreken.
Huur woonruimte/recreatiewoning; huurder verzoekt gemeente om gedoogstatus voor permanente bewoning recreatiewoning; vooraankondiging gemeente tot ongedaanmaking illegale bewoning; huurder en verhuurder hebben hiertegen zienswijze ingediend; huurder wacht procedure niet af en ver
Beroepsaanprakelijkheid; Overeenkomst van een opdracht met advocaat in verschillende procedures met betrekking tot een huurgeschil. Rechtbank oordeelt dat advocaat heeft gehandeld zoals in de gegeven omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handeld advocaat mag worden
Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking verhuurder na einde huurovereenkomst art 6:212 en 7:216 lid 3 BW
Opleveringsgebrek na toepassing wegbreekrecht? Artikel 7:224 BW, tweede lid, mist ingevolge artikel 208 sub b van de Overgangswet NBW toepassing op huurovereenkomsten die voor de inwerkingtreding van het nieuwe huurrecht per 1 augustus 2003 zijn gesloten. In plaats daarvan gelden
garage-inventaris wordt verkocht en geleverd alsof het roerende zaken zijn. Zijn sommige zaken misschien door natrekking onroerend? Wanprestatie, ontbinding en ongedaanmakingsverplichtingen
huur voorafgaand aan koop, opzegging huur, inroepen financieringsvoorbehoud
Beding in Recronvoorwaarden mogelijk nietig op grond van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De financiële noodzaak van verhuurster om vanuit de VS naar Nederland te remigeren en de wens van verhuurster om de laatste levensjaren van haar hoogbejaarde vader samen met hem door te brengen (family life) leveren dringend eigen gebruik op in de zin van artikel 7:272 lid 1 sub
Bij het aangaan van de huur heeft verhuurder bijzondere toezeggingen gedaan aan huurster ten aanzien van de te verwachten rustige woonomgeving. In strijd daarmee zijn instellingen gevestigd in het bouwblok waarin huurster is gaan wonen. Dit heeft nadelige gevolgen gehad voor zowe
Samenvatting zaaknummer / rolnummer: C/02/244836 / HA ZA 12-61 Artikel 3:4, lid 1 BW: Onroerend; natrekking Artikel 7:216, lid 1 BW: wegbreekrecht Artikel 6:162 BW: onrechtmatige daad curator q.q. en pro se Op de voet van het bepaalde in art. 3:4 lid 1 BW, is hetgeen volgens verk
"Driepartijengeschil" tussen Recreatieschap, (rechtsopvolger onder bijzonder titel V.), de voormalige huurder van "forellenplas" (eigendom van het recreatieschap) en de huidige huurder van de "forellenplas'.