Huur woonruimte. Afkoppeling huurster van gemeenschappelijke cv-installatie en aanleg individuele cv-installatie. Heeft huurster na opzegging huurovereenkomst vordering jegens verhuurder o.g.v. ongerechtvaardigde verrijking? Art. 7:216 lid 3 BW en art. 6:212 BW.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:216 BW
Genoemd in 152 uitspraken · Officiële wettekst
152 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Octrooirecht; aansprakelijkheidsrecht. (Risico)aansprakelijkheid geneesmiddelenproducent jegens zorgverzekeraar (niet-concurrent) voor handhaving van achteraf nietig gebleken octrooi? HR 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6098 (CFS Bakel/Stork); HR 16 november 1984, ECLI:NL:HR:
Schuldeisersverzuim. Eigenmachtige ontruiming door de verhuurder.
Curaçao. Onrechtmatige ontruiming van een sociale huurwoning. Tussenvonnis. Verjaring. Aansprakelijkheid van het Land. Onrechtmatige sloopwerkzaamheden. Schadebegroting.
Huurder vordert van de verhuurder de kosten van herstelwerkzaamheden van door hem gestelde gebreken. De vordering wordt afgewezen omdat de verhuurder niet in verzuim is komen te verkeren.
Verbintenissenrecht. Verkoop horecaonderneming. Vermeende koper stelt dat verkoper, handelend als vertegenwoordiger van de eigenaren, de onderneming twee keer heeft verkocht en dat als gevolg daarvan de onderneming niet aan hem, maar aan een derde is geleverd. Spreekt verkoper op
huur; ontbinding en ontruiming wokrestaurant wegens betalingsachterstand (coronakorting, gebreken, ongerechtvaardigde verrijking)
huurschuld - ontruiming - ongerechtvaardigde verrijking
Huurovereenkomst woonruimte. Vordering tot ontbinding. Bijzondere aard rechtsverhouding tussen partijen.
Geding na verwijzing HR 21-06-2019. Erfrecht. Wijziging eis, ondeelbare rechtsverhouding. Erfgenaam geen economisch eigenaar van woning. Geen regresvordering. Ongerechtvaardigde verrijking? Verwijzing naar mondelinge behandeling.
Gedaagde is gebonden aan de koopoptie. Gedaagde dient een aanbod te doen tot aankoop van het gehuurde of tot de verkrijging van een recht van erfpacht ten aanzien van (het perceel van) het gehuurde. De huurovereenkomst is wel rechtsgeldig opgezegd.
Verdeling gemeenschap van goederen: pensioenverevening, investeringen in de huurwoning, betalingsregeling overbedelingvergoeding.
Zus A en broer B verschillen van mening met broer C over de omvang van de nalatenschap en de legitieme portie en of A en B naast hun aanspraak op hun legitieme portie verdeling van de nalatenschap kunnen vorderen. A en B stellen dat hun legitieme portie is geschonden door giften
Huur 290-bedrijfsruimte; huurder vordert schadevergoeding wegens voordeel dat verhuurder zou hebben genoten van door huurder aangebrachte veranderingen, niet nakoming van vaststellingsovereenkomst en ongerechtvaardigde verrijking; vordering slaagt niet.
In opdracht van huurder in een pand aangebrachte verwarmingsketel; leverancier is onbetaald gebleven, huurder is gefailleerd en biedt geen verhaal; leverancier vordert het factuurbedrag + buitengerechtelijke kosten van de eigenaar van het pand, primair op grond van ongerechtvaard
toestemming verhuurder tot plaatsen CV-installatie onder voorwaarde dat installatie na einde huurovereenkomst aan verhuurder toevalt zonder vergoeding aan huurder; strijd met art 7:216.3 en 7:242.2, vordering tot ongerechtvaardigde verrijking toegewezen
Vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking voor in stolpboerderij door huurder aangebrachte veranderingen of toevoegingen afgewezen. Contractuele uitsluitingsclausule is van toepassing. Er is ook geen sprake van verrijking.
Aansprakelijkheid Land (eigenaar) bij verhuur woning door stichting. Belang echtgenote als medehuurder. Verjaring actie uit onrechtmatige daad en onverschuldigde betaling. Onrechtmatige sloop verbouwingen huurder en onrechtmatige ontruiming. Schatting schade.
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur bedrijfshal. Brandschade. Aansprakelijkheid huurder of verhuurder? Art. 7:213 en 7:218 BW.
Huur van woonruimte. Na afloop van de huur blijft een door de huurster geplaatste cv-ketel achter in het gehuurde. Artikel 7:216, lid 3. Ongerechtvaardigde verrijking. De huurster is akkoord gegaan met de voorwaarde dat de ketel bij het einde van de huur zou vervallen aan de verh
Ongerechtvaardigde verrijking – uitleg huurovereenkomst – dwingend bewijs – bevrijdend verweer huurbetaling formele relatie: SXM201600516 (voorheen AR 82/2016)
Einde huur – geen ongerechtvaardigde verrijking
Verzet tegen verstekvonnis terecht ontvankelijk geacht omdat onverkorte toepassing van artikel 143 lid 3 Rv in verbinding met artikel 144 Rv in dit geval in strijd met artikel 6 EVRM zou komen.
Executiegeschil na ontruimingsvonnis van de kantonrechter. De voorzieningenrechter toetst aan de hand van het criterium van de Hoge Raad zoals opgenomen in het arrest van 20 december 2019 (ECLI:NL:HR:2019:2026)
Ontbinding van samenhangende huurovereenkomsten ter zake woonruimte en werkruimte vanwege laten ontstaan van huurachterstanden en vanwege gedragingen die overlast en conflicten met omwonenden veroorzaken.