Vordering ongerechtvaardigde verrijking na einde huurovereenkomst.
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:216 BW
Genoemd in 152 uitspraken · Officiële wettekst
152 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Huur. Ter beschikking stellen in de zin van artikel 7:224 BW. Vergoeding op grond van artikel 7:225 BW verschuldigd?
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Bedrijfsruimte verhuurd door erfpachter die failliet gaat. Vervolgens eindigt de erfpacht. Wie is gerechtigd tot incasso huurpenningen: de curator of de eigenaar van het pand? Wat is de rechtsgrond van de betalingen? Mededeling curator dat de huurder
Huurder heeft met toestemming van de verhuurder verbouwingswerkzaamheden verricht aan het gehuurde, waaronder een badkamer en toilet. Huurder heeft de bestaande keuken gesloopt met de bedoeling een nieuwe keuken te plaatsen. In de periode dat de werkzaamheden nog werden uitgevoer
Huur woonruimte. Vordering ex-huurder wegens door hem in het verleden aangebrachte verbeteringen aan het gehuurde en/of door ex-verhuurder uitgespaarde onderhoudskosten. In appel tevens schadevergoedingsvordering in verband met geluidsoverlast van benedenburen en vordering ex 843
Wordt een verhuurder ongerechtvaardigd verrijkt door werkzaamheden uitgevoerd aan een liftinstallatie in opdracht van een huurder bedrijfsruimte, die failleert voordat hij betaald heeft?
Huur bedrijfsruimte. Verhuurder/erfpachter failleert. Huur verschuldigd aan erfverpachter?
Einde huurovereenkomst bedrijfsruimte. Vergoeding voor aangebrachte verbeteringen. Verhuurder beroept zich op beding in algemene voorwaarden dat huurder geen aanspraak heeft op vergoeding. Beding niet onredelijk bezwarend en beroep op dit beding evenmin onaanvaardbaar naar maatst
Geen ongerechtvaardigde verrijking ten koste van de curator.
Huurkoop en tijdelijke wet huurkoop onroerende zaken en notariele akte
Vordering van huurder uit ongerechtvaardigde verrijking (art. 7:216 jo 6:212 BW) ter zake op gehuurd perceel gebouwde loods die door natrekking eigendom van de verhuurder is geworden en waarover de verhuurder na de in dit geval tot stand gekomen beëindiging van de huurovereenkoms
Huur woonruimte. Beëindigingsovereenkomst tot stand gekomen?Contractuele uitsluiting beroep op ongerechtvaardigde verrijking in verband met achtergebleven voorzieningen. Opleveringsgebreken.
Huur woonruimte/recreatiewoning; huurder verzoekt gemeente om gedoogstatus voor permanente bewoning recreatiewoning; vooraankondiging gemeente tot ongedaanmaking illegale bewoning; huurder en verhuurder hebben hiertegen zienswijze ingediend; huurder wacht procedure niet af en ver
Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking verhuurder na einde huurovereenkomst art 6:212 en 7:216 lid 3 BW
Beding in Recronvoorwaarden mogelijk nietig op grond van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
De financiële noodzaak van verhuurster om vanuit de VS naar Nederland te remigeren en de wens van verhuurster om de laatste levensjaren van haar hoogbejaarde vader samen met hem door te brengen (family life) leveren dringend eigen gebruik op in de zin van artikel 7:272 lid 1 sub
Bij het aangaan van de huur heeft verhuurder bijzondere toezeggingen gedaan aan huurster ten aanzien van de te verwachten rustige woonomgeving. In strijd daarmee zijn instellingen gevestigd in het bouwblok waarin huurster is gaan wonen. Dit heeft nadelige gevolgen gehad voor zowe
"Driepartijengeschil" tussen Recreatieschap, (rechtsopvolger onder bijzonder titel V.), de voormalige huurder van "forellenplas" (eigendom van het recreatieschap) en de huidige huurder van de "forellenplas'.
Appellanten hebben tijdig de huurovereenkosmt van de door hen gehuurde loods opgezegd. Zij zijn er niet in geslaag voldoende te onderbouwen dat zij met de verhuurster zijn overeengekomen dat de huurovereenkomst op een eerdere datum dan die waartegen de huurovereenkomst was opgeze
Het huurcontract met voorkeursrecht van koop voor een afgelegen woning/boerderij bevat een verbod op het uitbaten van prostitutie. In een side-letter is vermeld dat het gehuurde wordt gebruikt als woning en opnamestudio met een ontbindingsclausule mocht dat door de overheid verbo
Hennepknipperij in berging die niet tot het gehuurde behoort. Toch ontbinding van de huurovereenkomst?
297355 PV Geen ontbinding huurovereenkomst op grond van wanprestatie van gedaagden. Voorts geschil over aard van het huurregime. De vennootschap onder firma [gedaagde 1] [naam gedaagde 2] = gedaagde 2 [naam gedaagde 3] = gedaagde 3 Gezamenlijk = gedaagden
Ongerechtvaardigde verrijking; appellante stelt investeringen in het gehuurde te hebben gedaan en door het eindigen van de huurovereenkomst niet meer de mogelijkheid te hebben deze investeringen terug te verdienen.
Milli Görüs heeft onbetwist gesteld dat [geïntimeerde] bij het aangaan van de huurovereenkomst uit 1999 niet heeft geprotesteerd tegen artikel 5.1 AB 1996, en ook dat [geïntimeerde] niet enig voorbehoud heeft gemaakt ter zake van terugbetaling van haar investering in een pand dat
Vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking (artikel 6:212 BW en artikel 7:216 lid 3 BW). Waardevermeerdering appartement als gevolg van door de huurder bekostigde en met instemming van de verhuurder aangebrachte wijzigingen. Interpretatie EG-richtlijn 93/13 en ambtsha