30 september 2005 Eerste Kamer Nr. C04/060HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], wonende te [woonplaats], EISER tot cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, niet
Burgerlijk Wetboek
Art. 7:216 BW
Genoemd in 152 uitspraken · Officiële wettekst
152 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Huurrecht. Hennepknipperij in door huurder met toestemming van de verhuurder zelf gebouwde berging. Huurovereenkomst van toepassing op aanbouw? Tekortkoming? Verplichting tot vergoeding door verhuurder van de aangebrachte verbeteringen.
Ontbinding huurovereenkomst. Hennepzaak. Contractuele medehuurders. Effect van toewijzing van de ontbinding tegen één huurder en afwijzing tegen de ander.
Huur woonruimte. Machtiging van de rechter als bedoeld in artikel 7:215 lid 3 BW voor het aanbrengen van wijzigingen in het gehuurde kan niet achteraf worden verleend. Verlening van de machtiging was in dit geval bovendien niet aangewezen omdat de verandering (aanleg groot zwemba
huur bedrijfsruimte / corona / onvoorziene omstandigheden / gebrek / huurkorting
Een vordering tot vergoeding van verhuis en inrichtingskosten mag niet geheel worden afgewezen op de enkele grond dat de hoogte van het gevorderde bedrag niet onderbouwd is (zie in dezelfde zin onder meer HR 7 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1435). Was in dit geval sprake van een
Kort geding tot ontruiming. 290-bedrijfsruimte, restaurant, dat wordt verbouwd voor B&B-verhuur.
Huur sociale woonruimte. Artikel 7:216, lid 3 BW. Ongerechtvaardigde verrijking? Met toestemming van verhuurder door de huurder gebouwde garage, zonder daarop gebaseerde huurverhoging. Vergoeding voor de huurder bij einde van de huurovereenkomst? Bij de vraag of een verarming van
incidentele vordering tot uitvoerbaar verklaring bij voorraad na beëindiging huur woonruimte.
Huur bedrijfsruimte. Toegewezen vordering verhuurder tot huurbeëindiging en ontruiming; geen connexiteitseis voor beslissing ex art. 7:295 en beslissing over verhuis- en herinrichtingskosten als bedoeld in art. 297 BW; beleidsvrijheid feitenrechter.
De (schoon)moeder van eisers huurde een woning van de Stichting. Zij is overleden. Eisers willen nu in de woning blijven wonen, maar de Stichting is niet bereid om de huurovereenkomst die zij met de (schoon)moeder had met eisers voort te zetten. Eisers hebben primair een vorderin
Sint Maarten. Afwikkeling huurovereenkomst inzake een perceel land. Ontruiming. Schadevergoeding. Verjaring huurvordering. Stuiting van de verjaring.
Sint Maarten. Ontbinding huurovereenkomsten en gevolgen daarvan. Afwijzing alsnog van vorderingen tot schadevergoeding.
Sint Maarten. Einde huurovereenkomst. Met toestemming van verhuurder door huurder aangebrachte veranderingen en toevoegingen. Verhuurder ongerechtvaardigd verrijkt door achterblijven daarvan bij einde huur
Huurrecht: in conventie geschil over einddatum huurovereenkomst, de hoogte van de verschuldigde huurachterstand en over het al dan niet correct opleveren van het gehuurde bij einde huur en de daarmee samenhangende vordering van herstel- en reparatiekosten. Kantonrechter acht het
Huurovereenkomst bedrijfspand, met wederzijds goedvinden vroegtijdig beëindigd. Vordering huurder ter terugbetaling borg en gecedeerde geldleningsovereenkomst aan huurder, verrekend met huurachterstand. Reconventionele vordering tot betaling huurachterstand, schadevergoeding wege
Huurovereenkomst; huurachterstand; tekortkoming; duurovereenkomst; ongerechtvaardigde verrijking art. 6:212 BW; art. 7:216 BW vergoeding huurder.
Buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst; gebruikersvergoeding; Haviltex; uitleg huurovereenkomst; removable dwelling place; art. 7:215 BW; ongerechtvaardigde verrijking.
Huurzaak. Toewijzing gebruiksvergoeding ex artikel 7:225 BW na einde huur bedrijfsterrein. Afwijzing tegenvordering.
Peeters/Gatzen-vordering curator tegen (gelieerde) stichtingen en oud-bestuurder failliet. Maatstaf feitelijk beleidsbepaler niet van toepassing bij onrechtmatige daad 6:162 BW. Vordering curator deels toegewezen.
Huur. Ongeoorloofde wijzigingen in huurwoning. Bij aanvang van de huurovereenkomst geen beschrijving artikel 7:224 BW opgemaakt. Door huurster is erkend dat er een aanbouw, keuken, vloerverwarming, dakkapel, badkamer en berging geplaatst zijn. Nu niet gebleken is van toestemming
Huurovereenkomst. Verhuur van bedrijfsruimte ten behoeve van een autobedrijf. Huurder meent dat hij zodanig door de coronacrisis getroffen is dat hij recht heeft op korting van de huurprijs die hij aan verhuurster moet betalen en laat betalingsachterstand ontstaan. Verhuurster vi
huurovereenkomst; 7:230a BW bedrijfsruimte; rechtsverwerking; ongerechtvaardigde verrijking; coronakorting
Beschikking van de Zeeuwse Regelrechter. Huurder verzoekt verklaringen voor recht dat de huurovereenkomst al dan niet is beëindigd, dat de verhuurder het gehuurde aan hem moet verkopen en dat hem een vergoeding toekomt voor verbeteringen aan het gehuurde.
Huur woonruimte. Afkoppeling huurster van gemeenschappelijke cv-installatie en aanleg individuele cv-installatie. Heeft huurster na opzegging huurovereenkomst vordering jegens verhuurder o.g.v. ongerechtvaardigde verrijking? Art. 7:216 lid 3 BW en art. 6:212 BW.